Kwaardaardig én intens snarenspel

Zomervakantie: de tijd om uzelf bij te spijkeren in die culturele onderwerpen waarover iedereen het de laatste tijd heeft. Maar waar te beginnen? Volkskrantspecialisten helpen u op weg.
Deel VI: de vibrerende strottenhoofden en scheurende gitaren van metal.

1. Vier jongens uit Birmingham - allemaal gek van The Beatles - richten in 1966 Polka Tulk op, later omgedoopt tot Earth, dat weer wordt veranderd in Black Sabbath. Pure slechtheid doet zijn intrede in de rockmuziek.

De band speelt bluesrock, maar heeft een probleem. Zanger Ozzy Osbourne kan alleen zingen en bespeelt geen instrument. Dus moeten gitarist Tony Iommi en bassist Geezer Butler zorgen voor het complete bandgeluid, bovenop de niet al te subtiele drums van Bill Ward.

Iommi slaat aan het experimenteren, op zoek naar een zo vol mogelijk gitaargeluid. De grondtoon van zijn akkoorden houdt hij zo lang mogelijk aan, waardoor hij lijkt te soleren over zijn eigen begeleiding. Een andere truc voor een volvette sound: Iommi, en later ook Butler, buigen de snaren, waardoor de aanslagen halve noten stijgen of dalen. Het klinkt dreigend, apocalyptisch.

Op de plaat Paranoid uit 1970 horen we Black Sabbaths blauwdruk voor de heavy metal. Een bonkige, dikke muur van geluid, met een venijnig declamerende Osbourne als gezicht van het kwaad. De riffs van Iommi zijn stuk voor stuk klassiekers in de heavy muziek. Iedere metalgitarist spiegelt zich tot op heden aan het scheurende snarenspel van bijvoorbeeld Iron Man.

Waar een nummer als Fairies Wear Boots eigenlijk over gaat? In een aflevering van de tv-serie Classic Albums pijnigt Ozzy Osbourne zijn hersens over die vraag. 'Euh, over het gebruiken van lsd... geloof ik.'

Paranoid, 1970

Black Sabbath

2. Snel, sneller, nog sneller! Je raakt bij het beluisteren van Slayers doorbraakalbum Reign In Blood (1986) al in ademnood. Probeer je voor te stellen wat de musici moeten hebben doorgemaakt bij de opnames ('Ja jongens, Angel Of Death doen we nog een keer: take eight.')

De thrashmetal van Slayer is intens, vernietigend hard en heel snel. De thrash (een benaming afkomstig van het werkwoord to thrash: aftuigen) was de Amerikaanse versnelling op de Britse heavy metal van de jaren tachtig, van Iron Maiden en Diamond Head. Belangrijkste kwaliteitsmeters voor de thrash: de band moet oprecht agressief zijn, meedogenloos en kwaadaardig.

Slayer is het allemaal. Bassist en zanger Tom Araya spuugt op Reign In Blood zijn lugubere mensbeeld (Altar Of Sacrifice, Criminally Insane) over de microfoon, de gitaristen Kerry King en Jeff Hanneman geven bij toerbeurt solerend een inkijkje in de hel. Slayer was en is nog altijd de meest opvliegende band in het circuit, en op een podium geplaatst naast Slayer verbleken de mannen van bijvoorbeeld Metallica tot schuchtere schooljongens.

Of de mannen niet al te extreem zijn, misschien zelfs nazi-achtig eng?, vroeg burgerlijk Amerika zich af bij het stormachtige succes van Reign In Blood, waarop onder andere martelpraktijken à la Mengele worden bezongen. Onzin, was het verweer van de band. 'Kijk naar onze drummer Dave Lombardo, een Cubaan. Dat is toch geen Ariër?'

Reign In Blood, 1986

Slayer

3. Wat krijgen we nou?, dacht zelfs de meest ingevoerde metalfan bij de opkomst van de 'death' of 'deathmetal', eind jaren tachtig. Met onder andere de band Death stapte de 'grunt' de metal binnen, om het genre nooit meer te verlaten.

De grunt, ook wel 'death grunt' genoemd, is een zangtechniek waarbij de vocalist het strottenhoofd hevig laat vibreren, waardoor aangestuurd vanuit het middenrif een doodskreet vrijkomt die nauwelijks te verstaan is maar wel indruk maakt. Deaths frontman Chuck Schuldiner gruntte de wereld wakker op de debuutplaat Scream Bloody Gore (1987) en het illustere tweede album Leprosy (1988).

De beste deathplaat aller tijden maakte Death met Human (1991). De plaat was toegankelijker dan de vorige albums, fris en helder van productie, en haalde zelfs MTV. Toch had Death nauwelijks water bij de wijn gedaan: de gitaren gierden virtuoos en technisch, de drummer werkte zich in het zweet met onnavolgbare tempowisselingen en breaks. Liefhebbers van snelle gitaartechniek schieten nog altijd de tranen in de ogen bij een nummer als Flattening Of Emotions, dat zo complex is van structuur dat het bij iedere luisterbeurt anders klinkt. In 2001 overleed Chuck Schuldiner jammerlijk aan hersenstamkanker: een aderlating voor de death.

Human, 1991

Death

4. Het liefst zou je ver weg blijven van enge, blonde Noren met moord op hun geweten. Maar moet je dan, na 'Utøya', laf ontkennen dat Varg Vikernes van het eenmansproject Burzum de meest aangrijpende metalplaat van de jaren negentig heeft gemaakt?

Vikernes was een van de handen aan de wieg van de satanische black metal: een bloedstollende variant, niet al te virtuoos, wel heftig. Jankende, liefst slecht geproduceerde ramgitaren, krijsende stemmen in doodsnood vanaf de brandstapels in Walpurgisnacht.

Op de plaat Filosofem (1996, opgenomen in 1993) neemt Vikernes de luisteraar mee naar een deprimerende wereld van occultisme en cijferreeksen, vervuld van satanssymboliek en doodsverlangen. De dubbele bassdrums ratelen voort, de om elkaar heen kolkende gitaren trekken je onherroepelijk het moeras in. En vlak voor je kopje onder gaat, vertelt de gepijnigd schreeuwende Vikernes je nog even hoe vreselijk je aardse leven straks zal eindigen.

'Metalheads', hoor je vaak, 'zien er soms gevaarlijk uit maar van binnen klopt een goed hartje'. Kun je van Vikernes niet zeggen. In 1994 werd hij veroordeeld voor de moord op de gitarist Euronymous van de black metalband Mayhem. Vikernes had een mes in zijn hoofd gestoken.

Twee jaar geleden jaar kwam de Noor vrij. Hij ging verder waar hij gebleven was en maakte gelijk twee nieuwe Burzum-platen: Belus in 2010 en Fallen in 2011. En, het spijt ons verschrikkelijk, ook die zijn steengoed.

Filosofem, 1996

Burzum

5. Wil je het leven van een metalhead begrijpen, dan is het luisteren naar een plaat alleen niet genoeg. Begin met Anvil:het boek en de film.

Deze Canadese band was begin jaren tachtig een van de meest veelbelovende acts in de opkomende stroming van de Amerikaanse thrash-metal, zoals mede-vormgegeven door Metallica. De band was een echte bands-band, geliefd door collega's. Anvil was Hard 'n' Heavy, zoals de debuutplaat ook heette, en kon zich uitleven in formidabele live shows. Anvil werd dus met een schuin oog bekeken door de beginnende bandleden van Metallica en Slayer, die allen wat van de Canadezen opstaken. Anvil zou het maken, het Britse Iron Maiden van de troon stoten.

En toen ging het mis. Wazige afspraken met het management en domme platencontracten deden de band afglijden naar obscure zaaltjes en verenigingsgebouwen; Anvil had de slag om de metalbokaal volledig gemist en zag Metallica links en Slayer rechts passeren op weg naar wereldfaam. Toch gingen de 'bloedsbroeders in muziek' Steve 'Lips' Kudlow en Robb Reiner door, stug volhardend in hun rockdroom.

In 2008 verscheen de rockumentary Anvil! The Story of Anvil, een ontroerend portret van de band en een pijnlijk verslag van een mislukte carrière. Een jaar later probeerden Reiner en Kudlow nogmaals vat te krijgen op hun eigen levensverhaal, in het al even hartverscheurende boek Anvil: The Story of Anvil. Waaróm ging het fout, vragen de heren zich af. 'Die live-act met die dildo, ging die dan misschien te ver?'

Anvil! The Story of Anvil, 2008

Regisseur Sacha Gervasi

Anvil: The Story of Anvil, 2009

Uitgeverij Simon & Schuster

6. Om onduidelijke redenen moet de Nederlander het voor live metal vaak zoeken beneden de rivieren. Podium 013 in Tilburg programmeert hondstrouw heavy, en in Eindhoven rockt de kleine zwarte doos Dynamo.

Toch bevindt de ultieme metaltent zich in de Randstad: Baroeg.

Aan de Spinozaweg, een wezenloze doorgangsroute in Rotterdam-Zuid, vind je dit gebouwtje als een jeugdhonk, vrijstaand en dus gevrijwaard van klagende buren, beschilderd met blauwe fantasydraken.

Stap er binnen en schiet dertig jaar terug in de tijd, want loop er tegen kleerkasten van kerels aan met mouwloos denim over zwartlederen motorjassen. Zie aan een tafel naast de bar de jongste metalfans hun bandlogo's ontwerpen. Blijf aan een klamme muur plakken als je er per ongeluk tegenaan leunt, en ruik het verschaalde pils.

In Baroeg draait soms een salsa dj, maar de hoofdmoot is punk en metal. Compromisloze underground het liefst: dit podium is geen vriend van de commercie. De meest wanstaltige Zweedse satansband mag hier uitfreaken tussen het zelf meegebrachte slachtafval. Baroeg ruimt de rotzooi wel weer op.

Baroeg organiseert graag een feestje, zoals dit jaar de tiende editie van de Dutch Doom Days; drie dagen doommetal van de meest sombere soort, in een guur weekend in november.

Baroeg

Spinozaweg 300, Rotterdam

7. Brengt Baroeg te weinig vermaak? Neem dan de metalbus naar Wacken Open Air.

Eens had Nederland Dynamo Open Air, een metalfestival van allure. Maar Dynamo trok na de editie 2005 de pluggen uit de versterkers. Daarna kon de metalhead nog afreizen naar Friesland voor het eendaagse Waldrock: klein maar sympathiek, een dagje headbangen in een weiland aan de Elingsloane bij Bergum. Maar ook Waldrock moest na 2009 het hoofd buigen voor de moordende concurrentie uit het buitenland.

Want de Nederlandse liefhebber gaat al jaren bij voorkeur naar het dorpje Wacken in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, voor het driedaagse Wacken Open Air.

'Wacken' wordt gehouden vanaf 1990 en is het grootste metalfestival van Europa. De dino's treden hier aan, van Saxon, Iron Maiden tot Motörhead en Slayer. Daarnaast staan de obscure Noorse black metal en vuige 'sludgecore' uit de VS op het podium. Het adagium 'aardige jongens, die metalheads' gaat hier op; honderdduizend heavies bij elkaar, en er gebeurt nooit iets naars.

Wacken is best een eind rijden, een kilometer of vierhonderd. Wie tijdens het reizen bier wil drinken kan terecht bij de firma Metalbus. Die brengt de festivalfan desnoods roes uitslapend naar en van Wacken, in een luxe touringcar.

www.wacken.com

8. De naam mag dan heel lullig fout zijn gespeld, de verwijzingen in de Metallica-biografie Enter Night (2010) naar onze eigen Aardschok zijn verdiend loon voor het Brabantse metalblad.

De 'Aardshok', zoals herhaaldelijk aangehaald in het boek, was een vroege ontdekker van de thrashmetal van Metallica.

De Aardschok werd opgericht in 1980 door Stefan Rooyackers en de huidige hoofdredacteur Mike van Rijswijk, die zichzelf tot op heden 'Metal Mike' noemt. (Niet te verwarren met de Amerikaanse rockcriticus en zanger 'Metal Mike' Saunders, en de Poolse metalgitarist 'Metal Mike' Chlasciak.) De Aardschok bestond in de pionierstijd uit een paar gekopieerde A4'tjes en werd door Metal Mike persoonlijk afgeleverd bij de platenzaken waar ook weleens een heavy lp werd verkocht. De plaatbesprekingen werden geliefd en steeds meer gezien als leidraad in het in die tijd nogal ruime aanbod van een paar honderd hardrock- en metalplaten per maand. De platenzaken stuurden Metal Mike cheques om met zijn goede werken door te kunnen gaan.

Zo groeide de Aardschok uit tot een van de meest stabiele muziektijdschriften van Nederland, met een oplage die al jaren schommelt rond de twintigduizend. Wie de cd-recensies in het blad volgt, mist niets in de metal. Tekenend voor de voortrekkersrol van het blad: Metallica speelde voor het eerst op een Europees buitenpodium in Nederland, op de 'Aardschokdag' in Zwolle, 1984. Een hoogtepunt voor de band, 'voor 5.000 man - wow'.

www.aardschok.com

undefined

Meer over