Kuyper wilde macht liberalen breken

Aan de wieg van de Anti-Revolutionaire Partij, midden negentiende eeuw, stonden niet de 'kleine luyden', de minder vermogende protestanten die toen geen kiesrecht hadden....

Jan Joost Lindner

Rienk Janssen promoveerde onlangs aan de Vrije Universiteit met een gedegen en gedetailleerd proefschrift: De opbouw van de Antirevolutionaire Partij 1850-1888 (Verloren; fl 66). Voor de kiesdistricten Groningen, Gouda, Goes, Sneek en Amersfoort ging hij na hoe de beweging werd 'uitgevonden' en groeide, vooral als gevolg van de ontevredenheid over het liberale onderwijsbeleid. Men wilde eigen scholen en liefst met evenveel geld van de overheid als het openbaar onderwijs (met alleen een vaag christelijk sausje) kreeg.

Het proefschrift gaat soms wel erg diep in op lokale politieke troebelen maar geeft toch, voor geduldige geïnteresseerden, een boeiende inkijk in het godsdienstige en staatkundige leven van die tijd. Duidelijk wordt ook hoe Abraham Kuyper vanaf 1869 de beweging 'ontvoerde'. Het werd op den duur wél een echte en hechte partij van de 'kleine luyden', waarin de vroegere elite eerder werd afgestoten. Deze verzette zich tegen de oppermacht van Kuyper, tegen het knellende program en tegen de progressieve trend: sociale kwesties, kiesrechtuitbreiding.

De grote breuk met De Savornin Lohman en andere prominenten kwam pas in 1894. Daarvoor waren er kleinere afsplitsingen, vooral op religieuze gronden. In dit boek blijkt dat Kuyper van meet af aan veel regionale en lokale weerstand moest overwinnen. Amersfoort en Sneek weigerden in 1871 de centraal voorgeschreven kandidaten.

Pas later werd Kuyper totaal de baas. Hij voorspelde in 1878 dat zijn partij in tien jaar de oppermacht van de liberalen zou hebben overgenomen. In iets minder tijd kwam het kabinet-Mackay tot stand, waarin de ARP de belangrijkste helft van de zetels bezette.

Een interessant neventhema betreft de politieke zeden van die tijd. Er werd veel gerommeld met de verkiezingen, met name in Sneek, waar de liberalen telkens met klein verschil wonnen. De stemmentellers weerden controlerend publiek. In 1882 meende de ARP bewijzen te hebben dat de liberale burgemeester van Sneek 130 extra stemmen voor zijn partij bijeen had gezwendeld. De AR-pers in het hele land brulde het uit, maar de liberale meerderheid in de Tweede Kamer had geen belangstelling voor het protest.

In 1889 gooiden Goudse liberale feestvierders de ruiten in van zo'n honderd anti-revolutionairen, omdat die geweigerd hadden de vlag uit te steken voor de liberale verkiezingsoverwinning. De partijstrijd nam toe - óók door toedoen van de felle Kuyper - en de 'heerenpolitiek' van gegoede conservatieven was volledig op zijn retour.

Meer over