Kurtág komt tijd te kort, en het wordt erger

Kribbig beent de componist van de Vergaderzaal I (repetitie van opus 5) naar de Conferentiezaal II (opus 12), en van de Refter (broodje) naar de Aula Minor (opus 15d)....

Van onze verslaggever

Roland de Beer

KERKRADE

Het Orlando Festival heeft tweederde van Kurtágs oeuvre op het programma. Te spelen in een bestek van twee weken, door musici uit de klasse A 1, maar het moet ook allemaal worden gerepeteerd, hernomen, opgefrist. Goed dat Kurtág er is - maar allerlei repetities geschieden gelijktijdig, hoe moet dat? Kurtág is gewend elke noot, elke muzikale geste twintig, dertig keer terug te vragen. Zo werkt hij nu eenmaal. En dan is er nog Schumann. Liederen. Kwartetten. Ook daar houdt Kurtág een oogje op. Af en toe schrikachtig opkijkend.

Schuw is hij. 'Een beetje bleu', heette dat in de jaren vijftig, toen György Kurtág uit Boedapest een jaartje naar Parijs mocht - en Pierre Boulez, de man van wie hij les wilde hebben, niet opzocht. Milhaud en Messiaen werden zijn leraren, maar zijn belangrijkste mentor werd de psychologe Marianne Stein. Ze leerde de door creatieve blokkades geteisterde Kurtág te doen wat hem te doen stond: zich concentreren op het kleinste van het kleinste, op muzikale 'oercellen'. Kurtág, bijna zeventig, hoort inmiddels tot de meest gezochte componisten - een feit waaraan zijn 'ontdekking' in de jaren tachtig door dezelfde Boulez, die met zijn Parijse ensemble Kurtágs Troesova-liederen in première bracht, niet weinig heeft bijgedragen. Het festival van Salzburg wijdde een retrospectief aan Kurtág, het Festival d'Automne in Parijs kwam vorig jaar met een Cycle Kurtág, het Holland Festival bracht vorige maand drie Kurtág-avonden, en nu heeft het Orlando Kwartet hem beet, in zijn kamermuziekfestival in Kerkrade, Aken en Düren - en in de 'werkplaats', de abdij Rolduc.

In de Aula Minor wachten de klarinettist Michel Portal, de altvioolcoryfee Kim Kaskashian, en Martá Kurtág, de pianiste. Kaskashian, een ervaren Kurtágspeelster, haalt haar instrument uit de kist en speelt zich in met een paar zachte nootjes - een schitterend flautando.

'Nee, nee, nee' Kurtág blijkt zelfs op inspelen te kunnen reageren alsof hij door een wesp wordt gestoken. Hij weet het zeker, het loopje moet iets meer naar de punt van de strijkstok. Nog ietsje, zo ja, nog een keer of tien, zo ja. Het komt uit opus 15b, Hommage à R. Sch. Maar daar komt een motief van de klarinet, en daar moet iets meer pressie in - nee, iets minder pressie, eigenlijk. Kurtág vertolkt het met handen en voeten en met kreunconferences, een Freek de Jonge is hij nu, en Portal zegt: 'Ah, mais oui.'

Het zijn woordloze aanwijzingen, waarbij de klassieke term espressivo verbleekt tot een inhoudloze zucht. Menggradaties van kleur, tempo, accent, zangerigheid, 'lading'. Ze zijn in notenschrift amper vast te leggen. Hopelijk zit het pieieie-pa! er bij Michel Portal nu voor altijd in, want hoe moet het straks met de de vertwijfeling, de humor, de gevoelens, de beelden, de stemmingen in Kurtágs opus 15b en andere nummers als Kurtág er zelf niet meer is? Zelfs in het brein van de nog levende Kurtág is het verbeteren en veranderen nimmer klaar.

'Hee, dit deed hij gisteren veel snèller', constateert de Hongaar Péter Halász na een oude piano-opname van Kurtág ten gehore te hebben gebracht met een taperecorder. Halász, aangetrokken om het oeuvre voor de amateurensembles van het festival te verklaren, demonstreert de immer weerkerende bouwsteentjes van Kurtágs stijl, de koraaltjes, het tremolo, de oscillerende beweginkjes, Transsylvaanse folklore-flardjes. Het miniatuur.

Na de schnitzel met aardappelen verzamelen Tutti Flutti, Risoluto en/of het Trio Holst en andere amateurensembles en vaste concerttoehoorders zich in Kerkrade bij IJssalon Capri, dat een Coupe Orlando op het repertoire heeft. In het snikhete Wijngrachttheater zet Kaskashian met haar prachttechniek fragmenten voor altviool-solo in met ijzingwekkende attaques. Het Orlando Kwartet zet de Twaalf Mikroludien opus 13 neer met een zelden te vernemen, fragiele schoonheid - fragieler nog dan de ingehouden melodiek die onder Schumanns aanwijzing espressivo even later opklinkt in Schumanns kwartet nr 1.

Bij een geschilde perzik in de kelderbar De Verloren Zoon verklaart coach Kurtág even nadien, zichzelf tekort doend, dat het werken was aan 'de toon, de toon, de toon'.

Heeft Kurtág, in zijn race tegen de klok die hem van repetitie naar repetitie en van festival naar festival voert, nog wel tijd om iets te doen aan de opera-opdracht die de Nederlandse Van Beinumstichting hem acht jaar geleden bezorgde? 'Ik heb de opdracht teruggeven.'

Zich bedenkend: 'Maar ik ben er nog mee bezig. Een Elektra, naar Sophocles, in een oude Hongaarse vertaling.' Zich opnieuw bedenkend: 'Maar ja, daar ben ik al veertig jaar mee bezig.'

Orlando Festival. Kurtág, Schumann en Mozart, tot en met 22 juli in Kerkrade, Aken en Düren.

Meer over