Kunstenaar van en voor het volk

Eugeen Van Mieghem, tot en met 3 september in Het Markiezenhof in Bergen op Zoom...

'Kunstenaar van en voor het volk', zo typeert Het Markiezenhof in Bergen op Zoom de 'vergeten' schilder Eugeen Van Mieghem. Op zijn aangrijpende en donkere doeken, vol medeleven en mededogen geschilderd, figureren kaaiwerkers, zakkennaaisters, laders en lossers. De taferelen tonen de armoede, de harde arbeid, het zweet en de strijd om het bestaan in de Antwerpse volksbuurten.

Eugeen Karel Van Mieghem werd op 1 oktober 1875 geboren in een herberg aan de Van Meterenkaai aan de Antwerpse rede. Hij groeide op in de havenbuurt, spelend tussen matrozen, hoeren en dokwerkers.

Van Mieghem volgde lessen tekenen aan de Antwerpse academie, maar werd - net zoals Vincent van Gogh tien jaar eerder - na conflicten met zijn leraren van school verwijderd. Hij wilde niet langer historische figuren schilderen, wat toen nog gebruikelijk was, maar volksmensen uit de Antwerpse havenbuurt.

In 1900 richtte hij met enkele gelijkgestemde vrienden de groep Eenigen op, een vereniging die het verstarde Antwerpse kunstleven trachtte te vernieuwen. Het was de tijd van de jonge bohème die tijdens rumoerige vergaderingen in schildersateliers en op morsige zolderkamers van dichters verzen opdreunde van Keats, Poe of Baudelaire.

Het was sociaal een zeer bewogen tijd. In 1904 nam Van Mieghem in Amsterdam deel aan een hommage aan Domela Nieuwenhuis. Drie jaar later brak in Antwerpen een langdurige havenstaking uit, die een zware tol eiste en honderden dokwerkersgezinnen uithongerde.

Van Mieghem schilderde en tekende portretten van zijn zieke vrouw Augustine Pautre, die ten gevolge van tuberculose op amper 24-jarige leeftijd overleed. Het zijn even aangrijpende portretten als die welke Ferdinand Hodler maakte van zijn zieke, stervende en dode levensgezellin Valentine Godé-Darel. Ze tonen het wegkwijnende lichaam, de blessures en de dood - ons noodlot.

Van Mieghem schetste tijdens de Grote Oorlog in bezet gebied enigszins sarcastische oorlogsprenten, de dood onder een punthelm.

Het Markiezenhof exposeert een keuze uit Van Mieghems werk, meer dan zestig olieverven, pastels en aquarellen. De blinde, in zwart en rood krijt, of het pastel Avond aan de dokken tonen zijn meesterschap in het hanteren van het krijt, dat slechts door weinigen is geëvenaard.

Zijn werk is te vergelijken met dat van Théophile Alexandre Steinlen en zijn sanguine-tekeningen - al zijn ze veel groezeliger - met werk van Henri de Toulouse-Lautrec.

Mede onder invloed van de New Art History zijn kunsthistorici meer dan vroeger in de sociale geschiedenis van de kunst geïnteresseerd. Hele 'sociaal-realistische' oeuvres, die in museumdepots waren weggemoffeld, komen door die hernieuwde belangstelling weer boven water.

Een paar jaar geleden toonde het Amsterdamse Rijksmuseum Vincent van Gogh in Hard Times, Social realism in Victorian art, Victoriaanse sociaal-realistische kunst. Ondanks die belangstelling voelen nog weinig musea zich geroepen exposities aan zulke sociale thema's te wijden. In Antwerpen is er een Eugeen Van Mieghemmuseum. Conservator Erwin Joos publiceerde een monografie over de schilder, 'an artist of the people' en de stichting Van Mieghem gaf kleinere catalogi en een notitieboekje uit met schetsen die Van Mieghem tijdens zijn tochten door de stad maakte. Die zakagenda's van de kunstenaar verbluffen door de kwaliteit van de krabbels en vele tekeningen die hij erin maakte.

Zonder toegevingen of enig gevlei heeft Van Mieghem steeds zijn eigen weg bewandeld, in het spoor van het ruige schippersvolk, los van het dictaat van de Antwerpse burgerlijke smaak.

In zijn tijd hield de burgerij vooral van goed gestoffeerde interieurs à la De Braeckeleer. Van Mieghem gaf de werkelijkheid weer zoals ze was, hard en onrechtvaardig, grijs en monotoon, rauw - hard times.

Paul Depondt

Meer over