Kunst omdat het moest

In het Westen heeft het socialistisch realisme een slechte naam: propagandakunst. Een tentoonstelling in Assen wil laten zien dat de Sovjetkunst aanzienlijk veelzijdiger is.

DOOR BERT LANTING

De lichtende toekomst is nooit aangebroken, maar overal in Moskou zijn de sporen van het Sovjetideaal nog steeds te zien. Miljoenen mensen stromen dagelijks in de metro onder de rijk bewerkte plafonds door waarop de Sovjetstaat bezongen wordt.

Op het metrostation Majakovskaja bijvoorbeeld, schuifelen reizigers zonder op te kijken onder de mozaïeken van Aleksandr Dejneka vol vliegtuigen, rokende fabriekspijpen en potige arbeiders die monter aan de toekomst bouwen. Op Komsomolskaja spreekt Lenin vanuit het plafond vergeefs de menigte toe: iedereen heeft haast. Geen tijd voor een verleden dat ooit toekomst moest worden, maar nooit arriveerde.

Lenin staat ook nog steeds te wachten voor het grootste paviljoen van de VDNCh, het protserige park waarvoor Sovjetdictator Jozef Stalin in 1935 de opdracht gaf om de 'verworvenheden van de Volkseconomie' te laten zien. Maar rond de Fontein van de Vriendschap der Volkeren met zijn vergulde beelden van arbeidsters en boerinnen uit de vijftien vroegere Sovjetrepublieken toeren nu verwende kinderen rond op skelters.

Ver van de hotdogkraampjes rijst een beeld op dat het elan van de Sovjetstaat moest symboliseren: het 23 meter hoge beeld van De Arbeider en het Kolchozemeisje met de hamer en sikkel daadkrachtig geheven. Vera Moechina maakte het reusachtige beeld voor de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs. Naar verluidt mocht het beeld eerst niet op transport naar Parijs, omdat een overijverige partijfunctionaris in de plooien van de rokken van het meisje de trekken van Stalins aartsvijand Trotski had ontdekt.

Een studie voor het beeld van Moechina maakt deel uit van de tentoonstelling De Sovjet Mythe. Socialistisch realisme 1932-1960, die zaterdag in het Drents Museum in Assen opent. De zeventig doeken en zes beelden zijn afkomstig uit het Russisch Staatsmuseum in Sint-Petersburg.

In het Westen heeft het socialistisch realisme altijd een slechte naam gehad: propagandakunst, gefabriceerd door lakeien van Stalin. Met de tentoonstelling wil samensteller Sjeng Scheijen laten zien dat de Sovjetkunst aanzienlijk veelzijdiger is dan doorgaans wordt voorgesteld. 'Er is propaganda, maar er zijn ook veel niet-politieke werken. Er zitten veel landschapschilders en andere kunstenaars tussen van hoge kwaliteit', zegt Scheijen, terwijl hij rondloopt in het Russisch Staatsmuseum.

Een medewerkster van dat museum trekt in de opslagruimte het ene na het andere rek meesterwerken tevoorschijn. Het duizelt je voor de ogen: achteloos toont ze honderden werken, waaronder een reeks kleurige doeken van Kazimir Malevitsj.

Veel Russische kunstenaars uit de jaren twintig geloofden vurig in de communistische idealen. Dat gold ook voor de avant-gardisten die in die tijd nieuwe wegen zochten en zich afzetten tegen de traditionele kunst. De revolutie, de geur van verandering, het opbouwen van een nieuwe maatschappij, het sloot aan bij hun droom om de kunst uit de kluisters van het verleden te bevrijden.

Zelfs een radicale figuur als Malevitsj, die experimenteerde met 'voorwerploze' kunst, vond dat zijn kunst in dienst moest staan van de nieuwe staat. Maar het duurde niet lang voordat de nieuwe machthebbers daaruit de conclusie trokken dat de staat dan ook maar moest uitmaken wat de taak van haar dienaars was.

Al in 1928 riep Stalin de realistische schilder Ilja Repin uit tot het grote voorbeeld voor de Sovjetkunstenaars. Ironisch genoeg waren alle pogingen van het Sovjetbewind de grote schilder over te halen terug te keren uit ballingschap vergeefs: Repin bleef in het veilige Finland.

Vier jaar later begon Moskou de teugels aan te trekken: wie als kunstenaar wilde werken, moest zich bij een van de officiële bonden aansluiten. Zonder dat officiële stempel was het moeilijk om aan verf en ander materiaal te komen.

Vanaf 1934 werd het socialistisch realisme de standaard waarnaar de kunstenaars werden geacht zich te voegen. 'Rembrandt, Rubens en Repin ingezet voor de arbeidersklasse', vatte ex-hoofdredacteur Ivan Gronski van de krant Izvestija de boodschap samen.

De nieuwe stroming greep terug op de 'peredvizjniki', de realistische schilders uit het pre-revolutionaire tijdperk die de kunst bij het volk brachten en vooral sociaal-kritische schilderijen maakten. Maar van de socialistisch realisten werd iets anders verwacht: hun werken moesten optimisme, kracht, levenslust, overvloed en vooruitgang uitstralen.

Veel fabrieken dus, arbeiders, vliegtuigen, treinen, maar ook fysieke kracht: sport. Dat laatste gaf schilders als Samochvalov stiekem de gelegenheid wat erotiek hun werk binnen te smokkelen: een sportvrouw die zich na een veldloop staat om te kleden.

Naast de prestaties van de Sovjet-Unie op industrieel terrein moesten uiteraard ook de Sovjetleiders zelf worden bezongen. De hofschilder van het Kremlin, Aleksandr Gerasimov, eerde Stalin met het ene na het andere pompeuze schilderwerk. Zelfs de eigenzinnige avant-gardistische schilder Pavel Filonov moest eraan geloven. Om te overleven schilderde hij halverwege de jaren dertig een portret van Stalin, de man die zijn carrière had vernietigd.

Licht en opgewekte kleuren voeren de boventoon in de socialistisch realistische werken. De zon straalt uitbundig over het Sovjetleven, de oogst is overvloedig en de Sovjetmens stapt vitaal en vrolijk door de velden.

Propaganda, maar sommige kunstenaars probeerden toch hun eigen weg te zoeken. De beste manier om ruimte te scheppen, was een officieel goedgekeurd onderwerp te kiezen - fabriekslandschappen, spoorwegen, fysieke arbeid - en daar je eigen stijl op los te laten. Op die manier wisten schilders als Dejneka en Aleksandr Koeprin lange tijd nog hun eigen karakter te bewaren in hun werk.

Vooral Malevitsj hield vast aan zijn eigen toon. Zijn gestileerde Maaisters (1928/1929) staan mijlenver af van de blozende kolchozemeisjes die het Kremlin graag zag afgebeeld. Aanvankelijk tolereerde de partijleiding zijn eigenzinnige aanpak, maar in de loop van de jaren dertig kwam hij steeds meer onder vuur te liggen. Toen het partijorgaan Pravda begin 1936 onder de kop 'Chaos in plaats van muziek' een keiharde aanval publiceerde op de componist Dmitri Sjostakovitsj, was het duidelijk dat het gedaan was met Malevitsj' bewegingsruimte: nog hetzelfde jaar werd zijn beroemde suprematistische werk Zwart Vierkant uit het Tretjakov-museum verwijderd.

Voor kunstenaars was het moeilijk te ontsnappen aan de druk van bovenaf: particuliere kunstverzamelaars waren er nauwelijks meer, zodat ze aangewezen waren op overheidsopdrachten. Dat had niet alleen invloed op de thematiek, maar ook op de afmetingen van de kunstwerken: de ministeries - vooral die van Defensie en Landbouw - hadden een voorkeur voor monumentale schilderijen.

Onder de zware schaduw van de stalinistische terreur begonnen het socialistisch realisme en de werkelijkheid steeds verder uiteen te lopen. Dat is goed te zien in het opgewekte schilderij Het kolchozefeest van Arkadi Plastov. Onder het portret van de Grote Leider vieren de gelukkige werknemers van een collectieve boerderij feest aan rijk gevulde tafels. 'Het leven is beter geworden, het leven is vrolijker', luidt de tekst op een banier.

Maar niet voor iedereen: 1937, het jaar waarin Plastov dit idyllische tafereel schilderde, was het hoogtepunt van de Stalinterreur. Pas na de dood van de Sovjetdictator in 1953 kregen de kunstenaars weer wat adem en keerde ook in de Sovjetwerkelijkheid langzaam een beetje kleur terug.

De Sovjet Mythe. Socialistisch realisme 1932 - 1960. 17 november t/m 9 juni 2103. Drents Museum, Assen. drentsmuseum.nl

Realisme?

Er is een Sovjetmythe, maar er is ook een werkelijkheid. In hoeverre strookte het socialistisch realisme met de werkelijkheid? Dat toont de expositie Samen en alleen. Leven in Rusland van 1900 tot nu, die naast de hoofdtentoonstelling Sovjet Mythe in het Drents Museum in Assen is te zien. Aan de hand van brieven en foto's geeft het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis uit Amsterdam een beeld van het leven van de gewone burgers in de Sovjet-Unie en Rusland.

17 november t/m 6 juni in Drents Museum, Assen.

undefined

Meer over