Kunst helpt ons angst te bedwingen

Waar politiek orde moet scheppen, moet kunst juist chaos verbeelden, stelt Ivo van Hove. Zo kan de kunst onbedoeld maatschappelijke doelen dienen....

Ivo van Hove

Nadat Theo van Gogh vermoord was, vroeg men mij waarom over dit voorval geen voorstellingen werden gemaakt. Waar bleef de betrokkenheid van de theatermakers bij de maatschappij? Het gebrek aan reactie op de podia werd gezien als een zoveelste bewijs dat de kunst er niet meer toe doet en de theatermakers zich in ivoren torens hadden teruggetrokken.

Toen ik een paar jaar geleden gevraagd werd Wagner’s tetralogie Der Ring des Nibelungen te regisseren heb ik alle boeken over Wagner snel terzijde gelegd, het bracht mij geen inzicht in Wagners uiteindelijke bedoeling, een operacyclus maken die iets betekenisvols kan zeggen over de tijd waarin we leven. De 19de-eeuwse componist Richard Wagner deed mij teruggrijpen naar hedendaagse sociologen en filosofen, naar Benjamin Barber, Ian Buruma, Peter Sloterdijk, Amin Malouf, Zygmunt Bauman en Manuel Castels. Ze bezorgden mij een inzicht in een wereld waarin ik elke dag leef.

De eerste drie delen van de cyclus haalden telkens het late journaal in Vlaanderen. Bij Siegfried was dat het meest evident. Wagner vertelt in Siegfried het verhaal van een jonge man die zich vervreemd voelt van de bestaande wereld en zich terugtrekt in de bossen waar hij zich gelukkig voelt samen met de wilde beesten. Siegfried is gefrustreerd, ongelukkig, leeft met een stiefvader die hij haat, wil weg, een eigen leven leiden. Maar omdat hij nooit geleerd heeft lief te hebben kan hij enkel met geweld afscheid nemen. Hij vernietigt het aambeeld van zijn stiefvader, diens enige bestaansreden. Hij trekt de wereld in en vermoordt er twee mannen: Fafner, een ware kapitalist die met de door hem verkregen rijkdom niets doet, en Mime, de gehate stiefvader. Siegfried kan enkel zichzelf zijn door anderen te doden.

In dit verhaal zag ik een parallel met de vele jonge mannen die over de hele westerse wereld verspreid bloedbaden aanrichten op hun scholen. Bekend zijn de jongens op de Columbine High School maar natuurlijk ook Seung-Hui van Virginia Tech. In Vlaanderen hadden we Hans van Temsche die uit onvrede en als wraak een jonge vrouw van niet-Vlaamse afkomst en het blanke kindje van wie ze au pair was, doodde. Zomaar. Zinloos geweld noemen we dat, maar telkens weer blijkt dat het geweld voor de dader wel degelijk zin heeft. Meestal plegen deze daders zelfmoord en laten een testament na in de vorm van een brief waaruit blijkt dat deze jonge mannen zich alleen voelen, in de steek gelaten en beslissen om zich te wreken op wie hen dit heeft aangedaan.

Siegfried voelt hetzelfde en doet hetzelfde. Hij wreekt zich op Mime, de man die hem dit heeft aangedaan. Het libretto liegt er niet om: ‘Jij leerde mij veel, Mime, maar wat jij mij het liefst geleerd had, lukt nooit: hoe ik jou moet verdragen! Zet je me drank en voedsel voor, dan voed je mijn weerzin alleen.’

We besloten om Seung-Hui, de Virginia Tech moordenaar op het affiche te zetten. Het toeval wilde dat het proces Van Temsche van start ging tijdens de repetities van Siegfried en de affiches een paar dagen na afloop van het proces op straat hingen. Het affiche toonde een door Seung-Hui zelfgemaakte foto waarbij hij de loop van een geweer op de camera richt; een hard, confronterend beeld passend bij een opera met een hard, confronterend verhaal.

Vervolgens gebeurden twee dingen: Het Laatste Nieuws (de Telegraaf van Vlaanderen) publiceerde een groot artikel waarin de advocaat van één van de slachtoffers verkondigde dat het affiche smakeloos was. Tegelijk verklaarde de minister van Cultuur Bert Anciaux dat hij dit beschouwde als artistieke vrijheid en hij van een regisseur als Van Hove verwacht dat hij opera’s maakt over hete hangijzers.

De opera stond plots middenin de belangstelling. Men kon niet begrijpen dat een componist in de 19de eeuw een profetische opera had geschreven over misstanden in het begin van de 21ste eeuw. Het belang van kunst was voor iedereen een dag lang duidelijk, het werd zelfs nieuws. Een voorbeeld van de relevantie van kunst maar ook van de tijdloosheid van kunstwerken.

Voor het Holland Festival 2007 maakte ik met Toneelgroep Amsterdam Romeinse Tragedies naar drie stukken van Shakespeare, Coriolanus, Julius Caesar en Antonius en Cleopatra. Deze minder bekende, weinig gespeelde stukken bracht ik samen omdat ze gaan over politiek, politici en politieke mechanismen.

Politiek ontstaat wanneer meerdere mensen proberen greep te krijgen op een probleem en sturing te geven aan de loop der dingen. Het is een netwerk van meningen, het laat zien hoe veranderlijk, flexibel maar ook hoe beïnvloedbaar mensen zijn. Eigen aan de politiek is dat elke consensus steeds weer onder druk komt te staan, gezamenlijk genomen besluiten worden telkens weer ter discussie gesteld, bekritiseerd en teruggedraaid. Politiek is mensenwerk.

Hiermee kom ik tot de stelling dat kunst en de samenleving even wezenlijk verbonden zijn als politiek en de samenleving. De kunst is van wezenlijk belang voor de maatschappij. Kunst zorgt ervoor dat we onze diepste angsten, frustraties en verlangens kunnen beleven in musea, concertgebouwen, theaters en bioscopen. Vergelijk het met dromen; ikzelf heb hoogtevrees en steevast eindigen mijn dromen op het moment dat ik dreig van een brug of een rots te vallen. Het is een manier om deze angst te bedwingen en leefbaar te houden.

Dromen houden ons in leven, zoals de kunst de samenleving in leven houdt. In onze theaters kunnen we ongestraft gadeslaan hoe Macbeth een bloedbad aanricht om zijn macht te consolideren, hoe Medea uit redeloze wraak haar kinderen doodt, hoe Romeo en Julia zoveel van mekaar houden dat ze zich als lemmingen de dood in storten. Wij gaan naar onze theaters om te beleven waarvoor we in ons dagelijks leven angst hebben of waarnaar we intens verlangen. Dat is de scheidslijn tussen politiek en kunst.

De politiek moet zich bezig houden met de orde in de samenleving, de kunst met de chaos. Het zijn de grensconflicten die de rol van de kunst maar ook die van de politiek de laatste jaren vertroebelen. Politici houden zich vaak bezig met de gevoelens van de onderbuik, gevoelens van onrust, frustratie over de aanwezigheid van te veel vreemdelingen, gevoelens van vervreemding in een geglobaliseerde wereld.

Ik heb het aan den lijve gevoeld toen een aantal jaren geleden in Antwerpen de burgers van de ene op de andere dag vuilnis moest sorteren. De gemeente had het nieuwe systeem niet zorgvuldig uitgelegd. Het Vlaams Blok sprong daar meteen op in en nagelde de gemeenteraad aan de schandpaal. Even was mijn onderbuikgevoel aan de haal gegaan met mijn verstand en ik begreep plots waarom eenderde van de Antwerpenaren op een extreemrechtse partij stemden: zij begreep mijn problemen tenminste. Want dat is wat extreme partijen altijd doen, inspelen op problemen die je dagelijks voelt en waarvoor je je niet gehoord waant. Het probleem ontstaat wanneer ze een realiteit van bedreigingen construeren om deze angst te bezweren, ze geven je het gevoel dat de strijd tegen de multiculturele samenleving, tegen de migratie, tegen de globalisering te winnen is.

Het is de kracht en opdracht van de kunstenaar aan de achterkant van de dingen te gaan kijken. Harold Pinter zei hierover bij de aanvaarding van de Nobelprijs in 2005: ‘Als we in de spiegel kijken, denken we dat het beeld voor onze ogen accuraat is. Maar beweeg een millimeter en het beeld verandert. We kijken eigenlijk naar een nooit stoppende variatie van reflecties. Maar soms moet een schrijver die spiegel aan stukken slaan, omdat de waarheid ons van de andere kant van de spiegel aankijkt.’

Ik lees in Pinters woorden een missie voor alle kunstenaars en voor de kunst in het algemeen: achter de spiegel kijken of zelfs de spiegel aan stukken slaan. Is dat niet wat we van de kunst verwachten in onze samenleving?

Het is belangrijk voor de samenleving te beseffen dat het niet de essentiële rol van kunst is te achterhalen op wie je moet stemmen, om tot een inzicht te komen in het Midden-Oostenconflict of om de moord op Van Gogh te bediscussiëren. Daarvoor zijn andere media meer toereikend. Ik ben niet geïnteresseerd in de morele opvattingen van kunstenaars. In een museum, schouwburg of bioscoop wil ik ondergedompeld worden in chaos. Ik wil verward worden, bang zijn, hoop hebben. Kunst kan verrassen, gevaarlijk zijn mits ze een vrijplaats is.

Enerzijds bepleit ik de absolute autonomie. Anderzijds besef ik dat in een samenleving waar veel smaakmakers betwisten of er wel samengeleefd kan worden, het theater en andere kunstvormen een wezenlijke rol kunnen spelen. Kunst moet gaan over identiteit, globalisering, migratie en multiculturaliteit. De kunst kan onbedoeld maatschappelijke doelen dienen. Door een blik achter de spiegel te gunnen, niet door simpelweg in die spiegel te kijken.

Meer over