Kunst - Creatief met krant

Kunstenaars denken het hunne van de krant, al zo'n honderd jaar, blijkt uit het verhelderende Shock of the News.

DOOR ERIK VAN DEN BERG

De Franse dichter Stéphane Mallarmé had geen hoge pet op van de krant. In een essay uit 1897 hekelde de woordkunstenaar het 'vulgaire' succes van het dagblad, dat het kostbare gedrukte woord hersenloos verspilt: 'Telkens weer die onuitstaanbare kolom (. . .), paginagroot, honderd maal en meer.'

Twaalf jaar later omarmt zijn Italiaanse collega Filippo Tommaso Marinetti de veronderstelde vulgariteit van het medium juist van harte. Op 20 februari 1909 weet hij zijn brisante Futuristisch Manifest (artikel 10: 'sloop de musea en bibliotheken') op de voorpagina van Le Figaro gepubliceerd te krijgen. De massadistributie geeft de provocatie maximaal effect: Marinetti's ereplaats in de kunstgeschiedenis is verzekerd.

De nuances tussen die uitersten verkent Shock of the News, een fascinerend overzicht van een eeuw artistieke reflecties op de vorm en functie van het dagblad. Volgens samensteller Judith Brodie is Shock of the News (een variant op het roemruchte The Shock of the New van Robert Hughes) de eerste grondige verkenning van het onderwerp, in alle schakeringen van engagement en kolder.

Indrukwekkende voorbeelden van het eerste zijn Marcel Broodthaers Le problème noir en Belgique uit 1963 (een sinister verminkte voorpagina van Le Soir over de Congo-crisis) en Jorge Macchi's Monoblock uit 1999. Uit de overlijdenspagina's van Argentijnse kranten sneed Macchi alle namen en data weg, de resterende lege kaders vormen een monument voor de tienduizenden verdwenen burgers tijdens de junta.

Aan de frivole kant van het spectrum staan de Dali News van 20 november 1945 ('Monarch of the Dailies'), louter gevuld met egonieuws van de surrealistische schilder, en de vermakelijke nepberichten in de Fluxus-krant van januari 1964 ('All Telephone Numbers Have Been Changed').

De vraag wanneer de vrijage tussen krant en kunst is begonnen, valt volgens Brodie tamelijk nauwkeurig te beantwoorden: kort na 18 november 1912. Een kop uit het Parijse dagblad Le Journal van die datum verwerkte Pablo Picasso in zijn stilleven Gitaar, muziekpapier en wijnglas. Met dat banale, maar zorgvuldig in de compositie opgenomen knipsel introduceerde Picasso iets opzienbarends: een directe koppeling van de abstractie aan het alledaagse. Collega's als Juan Gris, Georges Braque en vele anderen volgden hem na; de krant had zijn plaats in de beeldende kunst veroverd.

Dat het Picasso niet alleen om het visuele effect te doen was, blijkt uit de fragmenten die hij koos. Vrijwel zonder uitzondering zijn het nieuwsberichten over de Balkanoorlog van 1912-1913 of over anarchistische manifestaties. Eenduidig zijn Picasso's bedoelingen daarbij niet. In het bericht van november 1912 valt 'La bataille s'est engagé' te lezen, 'de slag is begonnen'. Een tekst die vast ook als artistiek credo is op te vatten.

Het kan nog implicieter en geheimzinniger. Zoals in Willem de Koonings Easter Monday, een monumentaal abstract-expressionistisch doek uit 1956. Wie goed kijkt, ziet vage sporen van de krantenpagina die De Kooning in de natte verf drukte: een koelkastadvertentie en een aankondiging van de film Invasion of the Bodysnatchers. Geen toeval, menen sommigen, maar bewust door de kunstenaar verborgen signalen van spirituele aard.

Met een van de jongste werken in het overzicht keren we terug naar de scepsis van 1897. À Mallarmé van Mario Merz bestaat uit een zeven meter lange stapel ingepakte kranten (de ene helft La Stampa, de andere Arabisch), waarop in koud blauw neon een dichtregel van Mallarmé is gemonteerd. De kranten zijn niet willekeurig gekozen: op de voorpagina's is stap voor stap te volgen hoe George W. Bush de Irak-oorlog in gang zet.

Geeft Merz de Franse dichter hier alsnog gelijk? Kunnen we de krant in het licht van de geschiedenis ingepakt en dus ongelezen laten? Of symboliseert die papieren muur de macht van het medium? Onbeslist.

undefined

Meer over