Kunnen kinderen de armoede beter te lijf dan hun vastgeroeste ouders?

Over:..

Eerherstel voor het spaarvarken, daar doet de nieuwe methode uit India van armoedebestrijding nog het meest aan denken. Leer kinderen vanaf zes jaar met geld omgaan en je boort de sluimerende ondernemersgeest aan. Daaraan ontbreekt het nu zo vaak in de Derde Wereld. Dat is de gedachte achter Aflatoun, een internationaal netwerk onder de bezielende leiding van de Indiase Jeroo Billimoria.

Haar droom begon met een groep schoolkinderen die op picknick wilden gaan. Billimoria vertelde het verhaal afgelopen week in de Vondelkerk in Amsterdam. De Indiase kinderen beseften dat ze geld nodig hadden voor hun uitje en kwamen om raad. Daaruit ontstond een lesprogramma voor kinderen van zes tot veertien over sparen, geld verdienen, begrotingen maken, uitgeven, rekenen, investeren, plannen. De kneepjes van het vak van micro-ondernemer.

De speciale lessen werden gegeven op scholen in de West-Indiase deelstaat Maharastra. Het was een succes. In 2005 stichtte Billimoria Aflatoun, om de methode over de wereld te verspreiden. In drie jaar tijd begonnen organisaties in vijftien landen met kinderen-en-geld-programma's, vertelde ze, in nog eens veertien landen zijn voorbereidingen in volle gang.

In de Vondelkerk zaten achter een tafel Aflatoun-bestuursleden uit Servië, Mali, Paraguay en de Filipijnen. Elk op hun eigen manier brengen zij het wonder van het spaarvarken in de praktijk.

Kijk, het gaat natuurlijk niet alleen over centen, misschien nog wel meer over een mentaliteitsomslag in de hele samenleving in Servië, zei Liljiana Vasic. Iedereen eist zijn rechten, maar zelf verantwoordelijkheid nemen is er niet bij. Ze ziet die lethargische houding als een overblijfsel van het communisme. Al die gratis sociale voorzieningen indertijd waren misschien fijn, maar hebben de burgers beroofd van de impuls tot eigen initiatief. En nu er geen gratis zorg meer is, is dat het enige wat rest. ‘Eerst deed de staat alles, nu niks, we zijn van het ene extreem in het andere beland.’

Iedereen probeert geld bij elkaar te ritselen. ‘Mensen hebben twee of drie banen. De kinderen worden alleen gelaten. Ze groeien op zonder respect voor wie of wat dan ook. Ook niet voor zichzelf. Ze zien academici zonder werk, dus wat heeft school of studie voor zin?’ Het lesprogramma biedt ze een uitweg: begin een eigen bedrijfje, zit niet bij de pakken neer. Ondertussen krijgen ze aangeleerd wat in Vasic’ jeugd nog de ouders onderwezen: ‘Dat je geld bespaart door licht op tijd uit te doen, dat vuilnis in de bak hoort en ga maar door.’ Het Indiase lespakket is wat aangepast en in het Servisch vertaald.

Cresente Paez uit de Filipijnen is gepokt en gemazeld in de coöperatieve beweging en al die jaren had hij het knagende gevoel dat er iets wezenlijks ontbrak. Waarom ging het toch altijd zo moeizaam bij sparen, kredieten, afbetalingen, investeringen en ander financiële zaken? Toen hij van het kinderprogram hoorde, had hij opeens een ingeving: misschien zijn we wel gewoon te laat, zijn onze mensen wel te oud, te vastgeroest om nog echt iets te veranderen. We moeten veel eerder beginnen met het opleiden tot financiële slimmeriken.

Nu heeft zijn bond van coöperaties op 17 scholen lesprogramma’s lopen. Maar Paez wil nog veel meer: ‘Een kinderbank, eigendom van de kinderen, gemanaged door kinderen.’ Daar is nog een lange wettelijke weg te gaan. In de Filipijnen heeft een kind niet eens toegang tot een bank. Dus eerst actie voor ‘een kindvriendelijke afdeling in de bestaande banken, zonder kosten of boetes’.

In Mali liggen sommige dorpen zo afgelegen dat er nog niet eens geld in omloop is, vertelde Violet Diallo. En in het bijna geheel islamistische land zijn ook orthodoxe groepen die afwijzend staan tegen over geld en banken, zeker tegen rente. Haar project met geldvoorlichting aan jonge kinderen vind toch weerklank. Alleen enkele koranscholen zijn tegen micro-kredieten en alles wat daar naar riekt. ‘Maar andere koranscholen hebben ons juist gevraagd de lessen te komen geven.’

Volgens Diallo (ze komt uit Groot-Brittannië en woont al 25 jaar in Mali) ontbreekt ‘een cultuur van sparen’ aan het micro-kredieten-programma, tamelijk wijdverbreid in Mali. Uiteindelijk moeten de eigen spaarcenten en verdiensten in de plaats komen van leningen, die altijd geld kosten. Kinderen zien dat beter in dan ouderen, die gemakkelijk lenen. Op een bijeenkomst wachtten de ouderen op de voorlichting, terwijl de kinderen met elkaar een lijst opstelden met acht manieren voor een kind in het dorp om aan geld te komen.

Is dat niet een stap op weg naar kinderarbeid? Ach welnee, zei Martin Burt uit Paraguay: ‘Koekjes verkopen op straat noemen wij geen kinderarbeid.’ Zijn organisatie werkt ook met micro-krediet – ‘op dezelfde manier als in Mali, daar kom ik nu achter’. Paraguay ontvangt geen buitenlandse hulp, dus het geld moet komen van de deelnemers, groepen van twintig vrouwen doorgaans. Bij die vrouwen zag hij de mogelijkheden van hun meegekomen kinderen.

Wat hij nou zo bijzonder aan kinderen vindt, is dat die ‘de monotone sleur van de samenleving kunnen doorbreken’. Hun ‘ouders en grootouders droomden van emigratie’, maar dat gaat niet meer. Dus vooruit met ‘dat belachelijke idee van een kinderbank, al is het tegen de wet – kan ons het schelen. We moeten ons verzetten tegen de conventional wisdom, we moeten onze dromen volgen. Laat de kinderen geld sparen om violen te kopen, dan kunnen ze klassieke muziek maken met elkaar. Dat is goed, ook al staat het niet in een economieboek. We moet ze niet ontmoedigen, maar aanmoedigen: natuurlijk kun jij astronaut worden en ja hoor, je kunt je hond gewoon meenemen.’

Inspirerende verhalen, maar toch had de bijeenkomst iets vervreemdends – misschien kwam het door het spirituele gebouw, of doordat er zo weinig publiek was. Zou deze methode écht een alternatief zijn voor de gevestigde ontwikkelingshulp? Zou het passen in het pleidooi van de Ugandese journalist Andrew Mwenda in het Betoog (7 juni): hou die hulp-aalmoezen maar en doe zaken met onze jonge ondernemers, daar heeft iedereen in Afrika meer aan?

Het Aflatoun-netwerk bereikt nu op drie continenten 213 duizend kinderen, zei Billimoria. Als de groei in dit tempo doorgaat, zullen dat er in 2010 een miljoen zijn. En het zijn niet de minsten in de financiële wereld die in haar methode geloven. Ze heeft een kantoor in Amsterdam, ‘omdat ik toevallig met een Nederlander ben getrouwd’. Maar dat kantoor is in De Nederlandsche Bank, ter beschikking gesteld door een fan van haar, bankdirecteur Nout Wellink. Geen man om zomaar wat weg te dromen.

Wim Bossema

Meer over