Kruimels uit de erfenis van sterdanser Noerejev

PARIJS Het publiek in de Opera had de dansers op handen gedragen. Nu staan de leden van het Kirov Ballet uit Moskou op vliegveld Bourget, klaar om de trap op te gaan van het vliegtuig naar Londen, waar de triomftocht zal worden voortgezet....

Van onze verslaggever

Ariejan Korteweg

Rudolf Noerejev - want om hem gaat het - vraagt of hij dan nog even afscheid mag nemen van z'n fans, die bij de hekken staan. Als de mannen hem laten gaan, zet hij het op een rennen. Door de vertrekhal, langs wachtende passagiers, recht in de armen van de Franse politie. Met de Russische geheime dienst op de hielen vraagt hij asiel aan. Noerejev wil nooit meer terug naar de Sovjet-Unie.

Dance to freedom, kopte de Daily Express op zaterdag 17 juni 1961. In geuren en kleuren werd het verhaal verteld, inclusief de gedachten van de 20-jarige Chileense Clara Sant, 'looking very impressive in green sweater and shirt', die zich haastte te vertellen dat Noerejev toch zeker niet vanwege haar asiel zou aanvragen.

Het verhaal van de vlucht van Noerejev is een van de klassieke sprookjes uit de Koude Oorlog. Buiten adem maar met de ogen van de eerste én de tweede wereld op hem gericht buitelde hij de stad Parijs binnen. Waarmee hij de toon zette die hij de rest van zijn leven zou vasthouden: dramatisch, opgejaagd en uitzonderlijk energiek.

Noerejev was geen kunstenaar die zich aan één plek kon binden - misschien niet zo verwonderlijk voor iemand die in de trein vlakbij het Baikalmeer geboren was. In de jaren na zijn vlucht werd zijn zeldzame talent ook in het westen alom op waarde geschat. Hij groeide uit tot de beroemdste danser en bestbetaalde podiumkunstenaar van zijn tijd. Hij kocht een appartement in New York, een villa in Monte Carlo, een farm in Virginia, een landhuis in de Cariben en zelfs een paar eilandjes voor de kust van Napels. Maar als hij al ergens een thuis had, dan was het in Parijs, de eerste stad die hem gastvrijheid had verleend.

Hij woonde er de laatste jaren van zijn leven, toen hij directeur was van het Ballet van de Parijse Opera. Daar, in zijn grote appartement aan de Quai Voltaire, met uitzicht op het Louvre, stierf hij op 6 januari 1993, aan de gevolgen van aids. Hij was er verzorgd door Douce, zijn trouwe hulp, die ook de door Madonna of Jackie Kennedy gestuurde bloemen in het water mocht zetten. En getroost door Solor, de schichtige zwarte hond die de laatste maanden van z'n leven door Noerejevs kamers mocht trippelen.

Naar dergelijke details is het vergeefs zoeken op de tentoonstelling die in het Musée Carnavalet aan hem is gewijd. Rudolf Noureev, une étoile à Paris is de titel ervan, en die dekt de lading goed. In een paar zalen van het museum voor de geschiedenis van Parijs is een eerbetoon aan hem ingericht, niet aan de mens Noerejev, maar vooral aan de onbereikbare kunstenaar.

De eerste zaal is gereserveerd voor foto's en affiches, stille getuigen van zijn loopbaan. Van de tijd dat hij bij het Kirov in betrekkelijke anonimiteit de grote klassieken danste, tot de jaren dat zijn naam genoeg was om de zalen te doen volstromen en hij zich bij Béjart, Graham, Tetley en Van Dantzig ook waagde aan modernere dans.

In de tweede zaal staan wat kostuums die hij daarbij droeg. De glitterpakjes voor Raymonda en Zwanenmeer, het wat bescheidener kostuum dat bij de rol van Romeo hoort, en dat merkwaardige jagerspak van Albrecht uit Les Sylphides. In een kleine vitrine staat een paar balletschoentjes met kapotgedraaide neus, van K.H. Martin & Co. Hij moet er in zijn carrière duizenden hebben versleten.

De derde zaal is er voor de schatten die hij met zijn danskunst verwierf. Noerejev had de neiging zijn huizen als roversholen te beschouwen, waar alles wat glom en blonk en zacht was naar binnen moest worden gesleept. Hij was een fervent bezoeker van antiquairs en veilingen, en nam soms gastoptredens aan alleen om dat schilderij of die kast te kunnen kopen waarop hij zijn zinnen had gezet.

In zijn huizen werd de twintigste eeuw ver buiten de deur gehouden. Zijn entourage was wortelhout en zijde, trijp en marmer en bont. Noerejev wilde leven in Parijs als een oosterse vorst, als de Russische adel die hem decennia eerder, na de val van de tsaar, was voorgegaan in ballingschap.

Een spinet, een clavecimbel, een paar Chinese mantels, een kingsize-bank, kaftans en wat bizarre schilderijen van vooral naakte mannen tonen niet meer dan een glimp van de rijkdom waarmee hij zich omringde. De tentoongestelde objecten zijn afkomstig uit de collectie van de Fondation Rudolf Noureev, een van de instellingen die meededen aan het getouwtrek om de erfenis.

Bij Christie's in New York is in januari 1995 een flink deel van zijn erfenis geveild. De opbrengst was 13 miljoen gulden. De Parijse nalatenschap bracht in november van dat jaar bij Christie's in Londen ruim drie miljoen gulden op. Dat geld wordt beheerd door de twee stichtingen die Noerejev oprichtte. Die geven beurzen aan getalenteerde en zieke dansers, maar dienen ook de familie van de danser in Rusland en Frankrijk te onderhouden.

Voor een permanente expositie over zijn leven en werk, waar Noerejev in zijn laatste wil om had gevraagd, bleven uiteindelijk alleen wat kruimels over. Maar de vakantiefoto's uit Griekenland en de diverse oorkonden en onderscheidingen heeft de stichting in elk geval weten te bemachtigen. En de stadssleutels van San Diego, Agrigento en Miami Beach liggen in een vitrine, naast de oorkonde behorende bij de benoeming tot Commandeur des Arts et Lettres.

Even verderop, vlakbij de voorpagina van de Daily Express, liggen zijn reisdocumenten: verblijfsvergunningen uit Monaco, waar hij om belastingtechnische redenen domicilie hield, een paspoort uit Oostenrijk, waar hij staatsburger werd. Ook ligt er het document dat zijn status van politiek vluchteling bekrachtigt. Noerejev liet dat zelfs in 1979 nog vernieuwen.

Het museum hoopt met deze tentoonstelling de studie naar leven en werken van de sterdanser aan te moedigen. Des te treuriger dat het studiemateriaal zo in diaspora is geraakt.

Rudolf Noereev. Une étoile à Paris. Musée Carnavalet, Rue de Sévigné 29, Parijs. Tot en met 27 juli.

Meer over