Kruikenzeikers, galgenlappers, boeskoolkoppen en stoepenschijters

Rotterdammers zijn kielschieters, Tilburgers kruikenzeikers, Vlissingers flessendieven, die van Leeuwarden zijn galgenlappers en hullie van Hapert zijn gapers. Dirk van der Heide is een boeskoolkop, want hij woont in Leens op het Groninger Hogeland en dat zijn allemaal boeskoolkoppen....

SIETSE VAN DER HOEK

Van onze verslaggever

Sietse van der Hoek

LEENS

Eigenlijk is hij ook een stinker, want geboren in het Friese Harkema-Opeinde. En was hij een bloklichter, want in Warffum politieman geweest. En een stoepenschijter gedurende het jaar dat hij gedetacheerd was in Amsterdam. Bovenal is Dirk van der Heide de man van oude ambachten, oude dingen en oude begrippen en auteur van het Groot schimpnamenboek van Nederland (uitgave Profiel in Bedum).

Locofaulismen is de taalwetenschappelijke term, pesterige benamingen voor de inwoners van een bepaalde stad of dorp. Van der Heide (63) verzamelde ze in de loop van zijn leven uit heel Nederland (en Vlaanderen). Door overal waar hij als rijkspolitieman kwam er deze en gene naar te vragen. Door heemkundeverenigingen aan te schrijven, met behulp van dialectatlassen, archivarissen en andere liefhebbers van oude dingen en uitdrukkingen uit grootmoeders tijd. De spotnamen en het verhaal en de reden van hun ontstaan.

Een paar Rotterdammers dachten een keer een walvis in de Maashaven te zien drijven. Ze haalden hun geweren en schoten op het monster. Dat een omgeslagen bootje bleek te zijn, haha, en sindsdien heetten alle Rotterdammers 'kielschieters' in de volksmond van de buurgemeenten.

Hij moet het van zijn moeder hebben, denkt Van der Heide. Zij, echtgenote van een kapper énschoenmaker, schreef schriften vol met uitspraken en spreekwoorden die haar troffen. 'Stjünkers' of 'heidepiken' noemden ze het armoedige volk van Harkema op zijn Fries, stinkers of heidekippen.

In zijn politiewerk maakte Van der Heide gebruik van zijn hobby. In het Groninger Zevenhuizen ('bageltrappers' en 'turfstekers') was op een zondagavond in dancing Pruim een danser danig toegetakeld door een jongen 'met een bult op de rug als een bakemmer', aldus een getuige. Rechercheur Van der Heide had de volgende dag een bakemmer bij zich om te laten zien aan andere getuigen van het voorval.

Trouwens, dat roerige jaar in Amsterdam, waar hij als 'bopo' (boerenpolitie) moest helpen de provo's weg van het Lieverdje te houden en de studenten uit het Maagdenhuis te slepen, was nogal abrupt geëindigd nadat een Algerijn tijdens een rel tegen hem gezegd had: 'Wat wou jij, stinkerd?' Onbedoeld had de Algerijn het bij het recht eind gehad, hij was van Harkema tenslotte, maar de heetgebakerde Van der Heide had hem op zijn kop geslagen en moest van politiechef Koppejan vertrekken uit Amsterdam. (De hopen stront op de trottoirs waren voor de zindelijke lui uit Monnickendam en Broek in Waterland reden de Amsterdammers 'stoepenschijters' te noemen.)

Al tijdens de 38 politiejaren, waarvan 27 bij de recherche in Groningen ('mollenbonen'), verzamelde Van der Heide oude voorwerpen en bijna vergeten begrippen.

Na zijn pensionering maakte hij er zijn beroep van. Beheerder van de museumboerderij in Leens, straks op de borg Verhildersum vlakbij. Boekjes over de taal van oude gereedschappen, van oude ambachten, de veehouderij, het groot schimpnamenboek. Lezingen voor alle mogelijke gezelschappen: 'Ik praat een paar uur vol op zo'n avond en dat vinden de mensen leuk.'

Het is een aflopende zaak natuurlijk. Nieuwe locofaulismen bijvoorbeeld komen er niet meer bij, ook in de dorpen niet. 'De gemeenschappen zijn opgebroken, de hele wereld is meer ikkerig geworden', en Van der Heide zou liegen als hij zei dat hij

dat niet jammer vond, maar gelukkig vinden ze het wel leuk om

hem over het ouwe te horen vertellen.

Meer over