Kritische dialoog: Kinkel wikt, Duitse rechter beschikt

Klaus Kinkel, nooit om krachttermen verlegen als zijn daadkracht moet worden onderstreept, blijft zwijgen. Ook een dag na het Mykonos-vonnis acht de Duitse minister van Buitenlandse Zaken het raadzaam verbale reacties over te laten aan Iran....

WILLEM BEUSEKAMP

Van onze correspondent

BERLIJN

De Duitse ambassade in Teheran is door een paar duizend bebaarde heethoofden omsingeld. Bij dit georganiseerde ritueel hoort het gooien van tomaten en stenen. De organisatie Ansar-Hezbollah, die de manifestatie leidt, dreigde met 'zelfmoordaanslagen' tegen diplomatieke vestigingen in Teheran. 'Als het Duitse complot voortduurt, zullen wij bommen aan ons lichaam bevestigen en ons tegen ambassades werpen', aldus een woordvoerder.

Verder wordt Duitsland natuurlijk bevolkt door 'agenten van Amerika en Israël'. Het vonnis, zei Rafsanjani tijdens de wekelijke gebedsdienst in de Iraanse hoofdstad, 'heeft het hart gebroken van alle Iraniërs'.

Kinkel zwijgt, aldus zijn woordvoerder, uit angst voor de gevolgen voor de nog ruim vijfhonderd in Iran verblijvende Duitse staatsburgers. De officiële reactie blijft derhalve kort en krachtig: de kritische dialoog is voor onbepaalde tjd gestaakt. In werkelijkheid heeft Kinkel niets te melden, omdat hij geen idee heeft hoe het verder moet met Iran - een land waarvan nu ook juridisch is vastgesteld dat de hoogste politieke en religieuze leiders er een geheime raad op na houden die doodvonnissen velt.

De vraag is waarom Kinkel de uitspraak van een Berlijnse strafrechter nodig had om eindelijk te erkennen dat zijn 'kritische dialoog' met de mullah's al jaren failliet is en de mensenrechten net zo weinig helpt als de boycot en sancties waarmee Amerika tevergeefs probeert het bewind in Teheran te isoleren.

De rechters in Berlijn hebben hun vonnis voor een belangrijk deel gebaseerd op informatie die is verzameld door de Bundesnachrichtendienst (BND), de buitenlandse veiligheidsdienst, waar Kinkel jarenlang de leiding had. Via de Frankfurter Allgemeine Zeitung werd gisteren bekend hoe in welke omvangrijke mate de BND letterlijk alle contacten van de in Duitsland levende Iraniërs onder controle heeft.

Gesproken wordt van de grootste naoorlogse afluisteractie, die sinds enkele weken zo mogelijk nog is geïntensiveerd om eventuele aanslagen voor te zijn. Opmerkelijk in dit verband is ook hoe snel de Duitse justitie de schutters te pakken had, die in 1992 in het Berlijnse restaurant Mykonos vier Iraanse oppositieleden doodschoten.

De rechters moesten de BND als getuige oproepen, Kinkel en zijn ministerie krijgen de informatie automatisch. Niettemin bleef de bewindsman, en met hem de Duitse regering, tot deze week doen alsof er niets aan de hand was. Lang na de moorden in Mykonos werd in Bonn zelfs nog de rode loper uitgelegd voor Ali Falahian, chef van de Iraanse geheime dienst. De man heeft volgens de rechter de aanslag in Berlijn georganiseerd.

De ontvangst van de terrorist in de kanselarij werd gerechtvaardigd met de geheime contacten die, dankzij de kritische dialoog van Duitsland, mogelijk waren tussen Israël en de door Iran gesteunde Hezbollah. Veel meer dan het uitwisselen tussen Libanon en Israël van gedode soldaten heeft de Duitse bemiddeling niet opgeleverd.

Consequent was geweest, zoals Kinkels partijgenoot Möllemann niet moe wordt te onderstrepen, het Mykonos-vonnis te negeren en voort te gaan op de ingeslagen weg: ondanks de armlastige Iraanse economie proberen alsnog orders (Duitse banen!) in de wacht te slepen; net als de Amerikanen, die min of meer heimelijk grootschalig in Iraanse olie handelen.

Dat Iran, zoals zoveel andere landen, smerige handen heeft, is bekend, zegt de voormalige minister van Economische Zaken en voorzitter van de Duits-Arabische handelscommissie. Nu lijkt het, alweer volgens Möllemann, dat Duitsland en daardoor de gehele Europese Unie het buitenlandse beleid 'laat dicteren door een rechter'.

Rouwdouw Möllemann overdrijft natuurlijk weer, maar opmerkelijk is wel dat in Duitsland geen enkele belangrijke politieke beslissing nog mogelijk is zonder tussenkomst van de rechter. Of het nu gaat om controle van de euro-criteria, de inzet van Duitse soldaten buiten het NAVO-territoir, het ophangen van een crucifix in scholen, vermogensbelasting, abortus of een kritische dialoog met Iran: niet regering en parlement, maar juristen bepalen het beleid.

Het wachten is op het ultieme proces, als het Constitutionele Hof in Karlsruhe zich zal buigen over de vraag of handeldrijven met een islamitische dictatuur is toegestaan. Tot die tijd blijft Kinkel zwijgen.

Willem Beusekamp

Meer over