Kritiekloze bewondering

NA ZIJN DOOD is premier Yitzhak Rabin in Israël tot een legende uitgegroeid. Zijn plotselinge, gewelddadige verdwijning uit het centrum van de Israëlische politiek liet een leegte na, een gat, een breed gedeeld gevoel van desoriëntatie, van wanhoop zelfs....

Vooral ter linkerzijde wordt zijn nagedachtenis gekoesterd; vol nostalgie en respect, en meer dan dat. De stoere, ietwat onbehouwen generaal-politicus, die op latere leeftijd bewonderenswaardige inspanningen verrichtte om tot een historisch vergelijk met de Palestijnse erfvijand te komen, is er het object geworden van een heuse heiligenverering.

De biografie die Rabins echtgenote Lea aan de vermoorde leider heeft gewijd, had in het beste geval kunnen bijdragen aan een vollediger, genuanceerder beeld. Niemand heeft Rabin tenslotte zo goed gekend als zij. Na hun eerste kennismaking in een ijssalon in Tel Aviv (hij was 21, zij 16) is zij niet meer van zijn zijde geweken.

Wat zou het interessant zijn om van binnenuit Rabins politieke en persoonlijke evolutie beschreven te zien. Van commandant van een elite-eenheid tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 tot held van de Zesdaagse Oorlog van 1967 (en 'bevrijder van Jeruzalem'), via een kortstondig en kleurloos, door partijpolitieke intriges verduisterd premierschap midden jaren zeventig, tot aan zijn finest hour als politiek leider van Israël, die niet slechts de hand schudde van de gevreesde en verafschuwde Arafat, maar ook 'groeiend respect kreeg voor een sterk en intelligent man, met wie niettemin niet gemakkelijk samen te werken was'. Met uiteraard als treurige apotheose hoe Rabin het slachtoffer werd van een weergaloze campagne van haat, die Yigal Amir - diep overtuigd dat het goed was de 'verrader' te executeren - tot zijn fatale schoten bracht.

Aan deze hooggespannen verwachtingen beantwoordt Rabin - Ons Leven jammer genoeg niet. Lea Rabin hield zielsveel van haar man; zoveel is duidelijk. Dat geeft haar boek geregeld iets vertederends en soms ontroert het, wanneer zij bijvoorbeeld met ingehouden verdriet constateert dat Rabin na zijn dood alleen nog maar 'een weg is en een plein en een medisch centrum en een sportcentrum en twee scholen'.

Maar Lea Rabins kritiekloze bewondering verhindert haar om haar mans Werdegang met de daarvoor minimaal vereiste distantie te analyseren. Als we haar zouden mogen geloven, vormde Rabins hele militaire en politieke loopbaan één lange, rechtlijnige voorbereiding op het moment dat vrede met de Palestijnen en Jordanië binnen bereik kwam.

De tegenstellingen die juist zo intrigerend zijn, de worsteling die hij moet hebben doorgemaakt tussen zijn geïnternaliseerde vertrouwen in militaire kracht en het ontluikende inzicht dat vrede langs een ander type weg moest worden nagestreefd, komen volstrekt niet uit de verf. Ze worden meestal weggeretoucheerd en slechts een enkel keertje in vogelvlucht aangestipt. Een extra manco wordt hierbij gevormd door de vlakke schrijfstijl van Lea Rabin (of haar ghostwriters) en de houterige Nederlandse vertaling.

Lea Rabin benadrukt - en dat zal ongetwijfeld ook zo zijn - hoe vreselijk Yitzhak het altijd vond dat jonge mensen door de oorlog omkwamen. Zo schrijft ze over 1948, toen Rabin de weg van Tel Aviv naar Jeruzalem moest beveiligen tegen Arabische aanvallen: 'Yitzhak heeft altijd geloofd dat hij diep was beïnvloed door het resultaat van de gevechten langs die weg. Hij was pas 26 en honderden tieners vonden onder zijn bevel de dood.' Maar aan het verdrijven, in diezelfde tijd, van vijftigduizend Palestijnen uit de plaatsjes Ramla en Lod, op bevel van Rabin en Yigal Allon, wijdt ze slechts één zinnetje, hoewel juist daarover recent in Israël een groot historisch debat is losgebarsten. Rabin en Allon konden niet anders volgens haar 'om de troepen onder hun bevel te beschermen'.

In 1967 was stafchef Rabin, anders dan minister van Defensie Dayan (tussen beide heren bestond een forse rivaliteit, want beiden claimden een sleutelrol in de overwinning), van meet af aan vóór doorstoten naar de Golan. De verovering van Oost-Jeruzalem (met de voor joden zo belangrijke Klaagmuur) vormde volgens Rabin 'het hoogtepunt in mijn leven'. Tijdens de Libanese veldtocht, begin jaren tachtig, steunde hij het plan van de toenmalige minister van Defensie Sharon om Beiroet af te snijden van water en elektriciteit, wat hem in eigen politieke kring scherpe kritiek opleverde. Volgens Lea Rabin was dat alleen om de schade te beperken en het bloedvergieten zo gering mogelijk te houden.

Maar hoe verhoudt zich deze, laten we zeggen strijdbare opstelling tot de latere omslag? Daarover verschaft Lea Rabin weinig helderheid. Ze duidt aan dat de intifada een rol heeft gespeeld, omdat Rabin begon te beseffen dat zo'n volksopstand militair niet te bedwingen valt. En verder gelooft de door en door a-religieuze Lea Rabin kennelijk een beetje in wonderen. Want over de maanden na 'Oslo' schrijft ze: 'Machtige hoge muren hadden ons gescheiden en ze stortten als een kaartenhuis ineen, zodra een klimaat voor verandering ontstond'.

Voor de geïnteresseerde fijnproevers bevat Lea Rabins biografie tal van aardige anekdotes en inkijkjes. Bijvoorbeeld over de relatie tussen Rabin en Peres, die uiteraard geheel vanuit 'Yitzhaks' perspectief wordt beschreven. Jarenlang vond Rabin Peres 'een onverbeterlijke intrigant', maar 'in zijn latere jaren was Shimon Peres zeker een positieve en behulpzame partner voor Yitzhak'.

Op één incident na vlak voor de ondertekening van het eerste Oslo-akkoord in Washington. Rabin aarzelde of hij er zelf heen moest, temeer omdat aanvankelijk onduidelijk was of Arafat door de Amerikanen zou worden uitgenodigd. ''Ik kan niet komen als Arafat niet komt', zei Yitzhak tegen minister Christopher. 'Yasser Arafat komt', verzekerde Christopher hem.' Yitzhak dus ook.

Maar Shimon Peres wist van niets en belde woedend naar de schrijver Amos Oz dat hij zich buitengesloten voelde en overwoog onmiddellijk af te treden. In allerijl werd een bemiddelaar ingeschakeld, een advocaat van de vakcentrale Histadrut. Die pendelde te voet heen en weer tussen de dicht bij elkaar gelegen flats van Rabin en Peres in een buitenwijk van Tel Aviv. Met als resultaat dat behalve Rabin, Arafat en Clinton ook Christopher, Abu Mazen en Peres de plechtigheid op het gazon van het Witte Huis bijwoonden.

Overigens is de verhouding tussen de familie Rabin en Peres intussen weer aardig bekoeld. Lea Rabin schrijft dat Peres, na zijn verkiezingsnederlaag verleden jaar, 'zijn verantwoordelijkheid had moeten nemen' (lees: aftreden als partijleider). Dat had Yitzhak, meent zij, zonder twijfel gedaan.

Er is één man die sinds de moord op Rabin niet meer stuk kan bij Lea. In warme bewoordingen beschrijft ze diens verschijnen bij haar thuis, tijdens de zeven dagen rouw. 'Hij was er nog niet eerder geweest. Hij droeg een overjas, een zonnebril en een hoed. Toen hij mijn huiskamer binnenkwam, noemde hij me 'zuster' en kuste me drie keer op het hoofd. Hij was in het diepste geheim naar Tel Aviv gereisd, speciaal om mij en de kinderen te bezoeken. De man was natuurlijk Yasser Arafat.'

Onlangs verdedigde Lea Rabin in een interview in The Jerusalem Report Arafat nog hartstochtelijk tegen de beschuldiging van premier Netanyahu dat hij 'groen licht' zou hebben gegeven voor terreur. Ondenkbaar achtte ze zoiets. Tussen die twee houdt de vrede van Oslo in elk geval stand. Bij alle beperkingen die Lea Rabins biografie aankleven, is dit even ontwapenend als sympathiek.

Anet Bleich

Lea Rabin: Rabin - Ons leven.

Veraald uit het Engels door Chris Mouwen.

De Kern; 316 pagina's; ¿ 34,90.

ISBN 90 325 0547 5.

Meer over