Krimp, druk en ontgroening

De toenemende vergrijzing baart zorgen, maar hoeft geen ramp te worden, betoogt de hoogleraar gerontologie Dick Knook. Als we maar willen veranderen....

Onsterfelijkheid, die oude droom van de mensheid, ligt nog altijd niet binnen handbereik. In 1997 overleed in Frankrijk Jeanne Calment op de leeftijd van 122 jaar, en ouder dan zij is voor zover bekend niemand ooit geworden. Of het zou de oudtestamentische aartsvader Methusalem geweest moeten zijn, die volgens de overlevering de gezegende leeftijd van 969 bereikte.

Zo oud als Methusalem wordt niemand; wel is in het welvarende westerse deel van de wereld – en in Japan – de trend heel duidelijk dat de gemiddelde levensverwachting stijgt en steeds meer mensen ouder worden. Zo lag een eeuw geleden de gemiddelde leeftijd waarop iemand stierf rond de 50, terwijl in 2006 een vrouw gemiddeld de 81,7 haalde en een man 77,6 jaar oud werd.

Op dit intrigerende verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen, een kloof die afgelopen eeuw ontstond, gaat hoogleraar gerontologie Dick Knook in Het Methusalem mysterie helaas niet verder in. Hij concentreert zich op de vraag of de vergrijzing in Nederland en elders in Europa een vloek of een zegen is en staat uitvoerig stil bij de stappen die kunnen worden gezet om het proces van vergrijzing zonder grote schokken te laten verlopen.

Knook toont overtuigend aan dat we in Europa en Nederland te maken krijgen met een demografische revolutie. Vorig jaar bedroeg het aantal 65 plussers hier te lande 14,4 procent, twee keer zo veel als in 1950. In 2037, als de vergrijzing zijn hoogtepunt bereikt, zal dat percentage naar verwachting zijn opgelopen tot 23,7 procent om daarna weer heel licht te dalen.

Binnen de groep 65-plussers is er een sterke toename van het aantal ‘oude ouderen’, mensen van boven de tachtig. Als men kijkt naar de ouderen als percentage van de beroepsbevolking, de zogeheten grijze druk, zijn de cijfers nog sprekender. In 1950 bedroeg die in Nederland 14 procent, in 2007 24 procent; de vergrijzing is dus al volop gaande. In 2037 zal de grijze druk zijn opgelopen tot 47 procent, om daarna te stabiliseren rond de 43 procent. De leeftijdsopbouw in onze samenleving verandert kortom dramatisch, doordat de gemiddelde Nederlander steeds ouder wordt, maar ook doordat het aantal geboorten sterk is afgenomen.

De vergrijzing gaat samen met ontgroening. De autochtone bevolking in Nederland zal volgens Knook rond 2034 beginnen te krimpen. Dat de vergrijzing juist de komende decennia zo’n sterk stempel op het maatschappelijk leven gaat drukken, heeft alles te maken met het feit dat de kinderen uit de naoorlogse geboortegolf – de babyboomers – de pensioengerechtigde leeftijd naderen.

Dit klinkt allemaal behoorlijk dramatisch, maar Knook weet aannemelijk te maken dat de vergrijzing niet op een sociale ramp hoeft uit te lopen. Als er op politiek vlak niets zou gebeuren, bestaat dat risico wel. Er doemen immers grote problemen op rond de betaalbaarheid van de pensioenen, met name de AOW, die door een relatief veel kleiner aantal werkenden moet worden opgebracht. Minstens zo ernstig is dat de kosten voor de zorg enorm zullen oplopen, terwijl er tegelijk een fors tekort dreigt aan werknemers, in de zorgsector in het bijzonder.

Maar, zo betoogt Knook, de vergrijzing is niet een of andere natuurramp die onverwacht over ons komt. Er is nog voldoende tijd om via politieke maatregelen en een mentaliteitsverandering de gevolgen van de vergrijzing in goede banen te leiden.

Daarbij valt te denken aan stapsgewijze verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar, het krachtig bevorderen – door overheid en bedrijfsleven – van tot 65 doorwerken, flexibele pensionering, waardoor wie dat wil ook na z’n 65ste (deels) kan blijven werken, betere arbeidsomstandigheden voor senioren, aanmoedigen van ‘zorgsparen’ door particulieren voor hun oude dag, enzovoorts.

De gebruikelijke indeling van een mensenleven in een tijd van leren, een tijd van werken en een tijd van genieten van een welverdiend pensioen moet volgens Knook op de schop. Dat moet in de toekomst veel flexibeler, waarbij het voornaamste is dat ouderen via betaald of vrijwilligerswerk of de zorg voor kleinkinderen actief blijven bijdragen aan de samenleving.

Dick Knook heeft in Het Methusalem mysterie een veelbesproken, maar nog zelden goed doorgrond probleem overzichtelijk in kaart gebracht, inclusief mogelijke oplossingen. Jammer alleen dat het boek soms meer aan een uitvoerige nota doet denken. Zo spannend als de titel belooft is het niet.

Anet Bleich

Meer over