Kriegelig tussen de engelen

'Mijn geliefde woont ver weg, onze liefde wordt in fax-biepjes uitgezonden.' Haar Engelenzender bekroond, haar 'kleine verbouwing van het normenkamertje' is nooit af....

BEN HAVEMAN

AF EN TOE zingt ze voor een koe in België waar haar vriend woont. Staat zo'n koe een beetje zielig in de wei, dan denkt ze: kom, ik ga eens wat zingen voor je. Heel snel voegt zich dan de rest van de kudde onder het gehoor. Maar dan moet het wel hóóg zijn, anders verslapt de aandacht. En vooral harmonisch, met grote tertsen, fraaie drieklanken. Er is bij haar weten nog nooit onderzoek gedaan naar muzikaliteit bij koeien. Daar wil ze graag aan meewerken.

IJselijk gillen kon Moniek Toebosch. Niet dat ze zichzelf zo prachtig vond zingen. Toen een recensent schreef dat zij-van-Toebosch weer zo nodig moest, dacht ze: nou is het radicaal afgelopen ook. 'Op een gegeven moment raak je je eigen plafond. Vervelend dat een ander dat dan ook heeft ontdekt.'

Maar we zijn nog niet helemaal van haar tegendraadse octaven af. Zojuist kreeg diva Toebosch (Breda, 1948) van het ministerie van OCW toestemming voor prolongatie van haar Engelenzender, die sinds oktober '94 de jachtige automobilist tussen Enkhuizen en Lelystad vice versa begeleidt naar, vooruit maar, de nieuwe eeuw. Alle stemmen zijn van mezzosopraan Toebosch. 'Ik kan niet zo hoog meer zingen, dus heb ik flink moeten trainen.'

Na het eerste millennium bouwde het mensdom kerkjes als dank aan de schepper voor het voortbestaan van de wereld; improvisator Toebosch trekt 'hopelijk tot het jaar 2000 boven de meest eentonige weg van Nederland' haar hoogste registers open met nonstop computerized hemels gezang waarin af en toe de woorden Geloof, Hoop en Liefde zestalig zijn op te vangen. Zo krijgen die cliché-begrippen een 'actuele spanning', volgens de jury die de bedenkster de Sandbergprijs '95 toekende. Nog eentje: het ritueel van autorijden getransformeerd 'tot een metafysische ervaring van ruimte'.

Engelen-Angels: het 'spirituele alternatief' voor Arbeidsvitaminen, gouwe ouwe en kwebbeltelefoon op de autoradio is dank zij sponsors en subsidiegevers op ANWB-borden aangekondigd. Ruimtelijk gegalm 'in de ultieme schuilplaats waarin de hedendaagse mens zich voortbewegend van zijn omgeving afschermt', aldus zo ongeveer het deftige juryrapport. 'Grijs weer is het mooist', verheldert de laureaat niet minder ernstig. 'Dan heb je echt het idee dat de engelen in een koepel boven de dijk hangen.'

Zeker, je kunt kriegelig worden van die engelen. Metafysisch kriegelig, zeg maar. Maar monotonie kan ze niet verweten worden. 'Het zijn geen slaapengelen.'

Frits Spits van Radio 3 kondigde La Toebosch deze week aan 'alsof ik een popster was'. En zie: zodra het gegalm werd uitgezonden, viel de luisteraar uitgerekend in een stil deel van het bovenaards gekweel. 'Fantastisch dat ik dat op zo'n swingende popzender heb weten te bereiken: stilte! Een mevrouw belde me op of er een engelen-cd was. Ik moest haar teleurstellen. Ze was diep teleurgesteld: ''Maar dan moeten we allemaal naar die dijk om ervan te genieten''.'

Zo is het. Haar finest hour beleefde Toebosch toen de Houtribdijk in het IJsselmeer afgelopen winter wegens kruiend ijs was afgesloten voor alle verkeer en de engelen op de 98.0 FM-band het rijk alleen hadden. Ze zegt: 'Maar jij doet verdorie net alsof je niks weet van engelen. Alsof ik het over potloden heb, of over aanstekers. Engelen leven, ga maar naar die dijk.'

'Ra-ha-ha-ha-ha. Ri-hi-hi-hi-hi.' De opdracht is op een gure juli-avond na 29 kilometer voltooid. Ter hoogte van Jachthaven De Gnutten sputteren de engelen nog wat ieltjes na boven de Flevopolders, maar na de Zuigerplasdreef lossen hun stemmetjes op in grijze wolkenpartijen. Notitie: eenzame automobilist met panne plus een koppel meeuwen op de dijk gesignaleerd, maar de Wegenwacht was ter plekke, als reddende engel. Toebosch: 'Zie je wel'

'Christo heeft er vijftien jaar over gedaan voordat hij de Reichstag mocht inpakken, maar je gelooft niet hoeveel tijd deze zender ook mij heeft gekost! De ene partij van de provincie Flevoland vond dat er te veel auto's op af zouden komen, terwijl ze het daar als achterstandsgebied juist moeten hebben van toerisme. Een ander riep dat het te gevaarlijk was, want dan moeten de mensen gaan zoeken op de radio. Een gotspe, als je ziet hoe iedereen zich tegenwoordig met een hand aan het stuur sufbelt met de autotelefoon. En de SGP was weer bang voor kwade engelen.

'Inmiddels kan ik je wel verklappen: mijn engelen zijn in het zwart gekleed. Albasten engelen in het zwart. Kun je je iets mooiers voorstellen?'

Zwart draagt ze zelf al haar hele leven. Al die vrolijke kleuren, die gaan op een of andere manier niet met haar samen. Bijna iedereen staat zwart, dat zouden de mensen zich toch eens moeten realiseren. Het voordeel van zwart is, dat het behoorlijk slank afkleedt. Je hoeft je niet voor elke wissewas om te kleden, wanneer je zoals zij de hele dag in de weer bent. Zwart kan heel wat hebben. Staphorster zwart? Veluws zwart? Paterzwart?

Haar breedlachende mond weerspiegelt zich in de donkergrijsgelakte keukentafel. Haar mond staat veel op lachen; ietwat in tegenspraak met de afweer ('soms ben ik een stugge engel') die optreedt zodra het gesprek haar te particulier dreigt te worden, 'te veel pipi-kaka'. Zwart dus. In haar Amsterdamse atelier draagt ze een zwarte overall, die inmiddels wel wat vaal geworden is. Ze herinnert zich dat ze eens de klas werd uitgestuurd met de mededeling 'Toebosch d'r uit, jij met je prentenboekgezicht' Toen droeg ze namelijk ook weer zo'n zwart ensemble, met een zwartfluwelen strikje.

Nee, haar poes is niet zwart. Sterker: ze bezit geen poes. Kom zeg. En bij haar vriend in België is een kat maar een ramp voor de vogels. En vogels dienen we in ere te houden. Zo komen we weer op meeuwen. Op de meeuwen van de Houtribdijk. En op de engelen. Of liever: op de vernieuwing van de eigentijdse kunstwereld die haar als agitator tegen zwaarwichtig gezwatel heeft gecatalogiseerd; als ontregelende hofnar met de ontstuitbare drang om pretenties en aanstellerigheid door te prikken.

Niet voor niets zijn bij de VPRO 'nog op gezag van Roelof Kiers' de videobanden vernietigd van vier onconventionele televisie-avonden waarmee Toebosch in 1983 volgens het christelijke volksdeel 'aanstootgevend' tegen heilige huisjes aan schopte. 'Onvergefelijk van de VPRO.' Zoals de VARA banden met Annie M.G. Schmidts Ja zuster, nee zuster uitwiste, zou ook Toebosch' live tv-optreden Aanvallen van Uitersten vanuit Carré in Amsterdam aan het nageslacht zijn onthouden, als niet het Theaterinstituut nog wat had weten te redden.

'Weet je wat zo jammer is? Als ik doodga, kunnen ze op de tv niet meer laten zien hoe de dirigent aftikte toen de zaal rumoerig werd vlak voor mijn aria-interpretatie van Wagners Liebestod en het NOS Omroeporkest bozig opstapte. Ik heb toen net zo lang gesmeekt tot er acht musici terugkwamen en ik de aria kon afmaken. Heb jij dat destijds niet integraal gezien? Maakt dat geen deel uit van je kijk op de wereld? Je meent het niet. Goh, dat ik zo iemand nog eens zou tegenkomen. Leuk hoor, heb ik nog eens iets te vertellen.'

Een blik van spot en vertedering is mijn deel. Het publiek dat destijds heen en weer gesmeten werd tussen opperste irritatie en stuiplach, tussen woede en hilariteit, bleek getuige van 'een kleine verbouwing in het fatsoens- en normenkamertje van de gemiddelde Nederlander'. Anno 1995 gaat het daar nog steeds om, zegt Toebosch fel.

'Toen was er nauwelijks moderne kunst, experimenteel theater of experimentele dans op de tv te zien. Het is verslechterd. Ik las een ingezonden brief in de Volkskrant dat recensenten zo verzuurd doen over theater, juist nu er al zo weinig aandacht op de tv is voor experimentele kunstuitingen. Mijn 'Aanvallen' waren destijds al een grote jammerklacht: tegen gebrek aan aandacht voor het experiment. Het normenkamertje wordt nog steeds verbouwd, maar de NOS houdt dat angstvallig van het scherm. Weinig moderne dans, nauwelijks experimentele kunst en bij de Biennale in Venetië is helemaal niemand van Hilversum geweest!

'Ik vind het schandalig dat ik door de tv niet bediend word. Heb je iets serieus te melden, roept er een regisseur: we moeten dit leuk verpakken. Wil je dat woord alsjeblieft bibberig afdrukken? Die treurige versiertechnieken om de waarheid te verhullen. Niet willen erkennen dat sommige dingen gewoon saai zijn.' Toebosch heeft liever één dag een prachtig stilstaand schilderij op de televisie, dan geouwehoer van lieden die net doen alsof ze doorgronden waar het over gaat.

'Is dat elitair van me? Leg me eens uit wat dat is. Er worden voor 90 procent programma's uitgezonden waar ik niks van snap. Spelprogramma's, meezingprogramma's, mensen die al klappen voordat er wat gezegd wordt. Ik zou wel een klacht willen indienen bij het Commissariaat voor de Media. Gooi die tv de deur uit. Zo'n programma van Paul Witteman: alleen al dat decor, een soort stationsbalie met aan weerszijden publiek - het is gruwelijk gelikt, gruwelijk gezellig en dat maakt een programma over hopeloze psychiatrische problemen eigenlijk heel banaal. En het moet altijd snel, snel. Leve de traagheid. Mijn engelen zijn traag.'

0

INNENKORT gaat een brief op poten naar de NS over de Popie Jopie-cultuur in nieuwe treinen. 'Die inrichting is gewoon RLT 4 en RTL 5 op één (trein)net. Op weg naar mijn geliefde en mijn studenten zit ik veel in treinen en ik ben me rot geschrokken van de kitsch waar ik, als ik bezoek zou krijgen, snel een foulard (ook erg, maar tijdelijk) over zou draperen. De intimiteit van de trein is geheel verdwenen. Het is een enorme open ruimte geworden, alsof je terechtkomt in de wachtkamer van een olijke huisarts in een nieuwbouwwijk.

'Daar kun je wel om schateren, maar je krijgt echt de neiging om tegen de overbuurman te roepen: heeft u 't ook zo erg? En dan een groot Douwe Egbertszegel als reclame op een trein waar helemaal géén koffie te krijgen is'

Als haar vader Louis componeerde, was het stil in huis. Uit respect. Nooit de radio aan. Nog steeds wordt ze gek van radio's. Hoort ze muzak in een warenhuis of restaurant, maakt ze rechtsomkeert. Ze groeide niettemin op met Boudewijn de Groot en The Rolling Stones ('op dagen dat mijn vader lesgaf stond de radio keihard aan') in een Bredaas gezin met zes kinderen. Veel kennissen van haar ouders waren kunstenaars en hun ateliers waren voor haar een openbaring. 'De rotzooi, de notities die er hangen. Het brein van iemand waar je zo maar in mag stappen.'

Altijd onrust in het bloed. Van de mms naar de mulo, van de academie naar het conservatorium en weer terug: exemplarisch voor haar gedrag. Onrust activeert. Is het ene klaar, dan gauw weer het andere. Eerder heeft ze al eens gezegd: ik voel me een zigeuner in mijn gedachten. Is het ene terreintje leeggevreten, dan verhuis je naar het andere. Gitaar was een pokke-instrument. Hoewel: toen ze laatst Chuck Berry met Keith Richards zag: ze kon de oude man wel zoenen. Bij zangles kreeg ze de kriebels voor de spiegel waarin gekeken diende te worden of ademsteun en mimiek wel snor zaten.

'Op het conservatorium had ik voor alles zwaar onvoldoende. Ik wou alleen maar onderzoeken wat dat nou is: je lichaam als klankkast.'

Na de kunstacademie spande Toebosch mensen voor haar karretje. Er kwam een film uit. 'Het inconsequente van me is dat ik niets liever dan alleen in m'n atelier zit, maar toch ook weer graag samenwerk. Nu bijvoorbeeld met Harm Visser maak ik een radiofonie in opdracht van de NCRV. Oneindig traag, het refereert absoluut aan Marsman. Maar heel af en toe schiet ik uit met die stem. Ik las net een interview met een sopraan waar een fantastische kop boven stond: 'Nederlands een ijzeren hand die greep heeft op de keel'. Woeh, probeer die zin eens uit te spreken. Die zin zing ik, die schuurt als het ware over je stembanden heen. Je krijgt er bijna een droge mond van.'

'Mijn stem is nooit echt bijzonder geweest', zegt ze. Ze kan die stem manipuleren, als improviserend performer: ontsnappen aan de geldende maatstaven van de muziekpraktijk. Als 'avondvullend oorlogje kijken' gold haar samenwerking met Michel Waisvisz die de synthesizer in een houten kist inbouwde, als toonbeeld van vermenselijkte elektronica. En de diva van de improvisatie die nooit mooi eindigt ('een mooi einde kan iedereen zelf wel invullen') maar in chaos van zinnen en muziek, gein en ongein, mooi en lelijk.

'Je kan het zo gek niet verzinnen of we hebben het wel gedaan. Poppenkast met de voeten, in plaats van de handen. Onderweg in de auto dingen verzinnen die uit de hand liepen. Happenings, experimenten in muziek, film en geluid: chaos en hectiek was en is het leitmotiv. Zelfs toen ze in oktober vorig jaar in het Stedelijk Museum 45 dagen lang steeds een ander, door haar uitgekozen, portret uit de museumcollectie mocht tonen. Op de dag zelf werd pas de begeleidende tekst naar het museum gefaxt, 'in plaats van alles al klaar hebben. Had ik mezelf mooi voor het blok gezet.'

Trouwens: chaos in haar persoonlijk leven gaat over onnozele dingen, zoals de sleutels niet vergeten bij het verlaten van het huis. 'Daar heeft zij van Toebosch toch gauw een jaar of dertig, veertig over gedaan, om de sleutel steeds te kunnen terugvinden.'

De Kop-Op-Kop-estafette in het Stedelijk ging vergezeld van een boekje met honderd instant zelfportretten uit de afgelopen 15 jaar. Oplage 500 genummerde exemplaren. 'In feite wil ik niks over mezelf vertellen. Die zelfportretten zijn al behoorlijk heftig, dat is erg veel privé-informatie, met stemmingen van alledag. Je kunt zeggen dat ik op m'n hoede ben. Ik heb bijvoorbeeld nooit kinderen gewild. Punt. Waarom moet ik dat uitleggen? Studenten wijs ik op het feit dat je ook kunt kiezen voor geen kinderen. Er zijn tegenwoordig vrouwen overspannen van één kind.'

Schijnbaar terloops vertelt ze later over haar oudere pleegdochter die na drie keer weglopen niet meer terug mocht komen. 'De enige keer dat ze echt wat geleerd heeft. We hebben trouwens nu goed contact met haar, ze is 28 inmiddels.'

0

ANALITEITEN worden bijna nooit mooi opgeschreven. Eigenlijk zou ze het alleen over mooie zinnen willen hebben. Zoals het beeldschone Vlaams van haar maman als die vraagt: 'Wilt ge mij mijnen sjakosch even geven?' Het liefst zou ze een jaar aan een tekstje willen schaven en beitelen. Jaloers is ze op de dichter 'die eens in de vier jaar tien gedichten uitbrengt. Over de liefde.'

'Ik voel me nauw verwant aan wat Connie Palmen in een interview onlangs over de liefde zei: wanneer je echt de Grote Liefde hebt gevonden, dat je dan voortdurend over de ander nadenkt. Dat heb ik ook. Mijn geliefde woont wel ver weg, maar onze liefde wordt in biepjes uitgezonden. Fax-biepjes. Vanwege de afstand speelt onze liefde zich voor een groot gedeelte op papier af. Papieren liefde. Prachtige brieven naar mekaar schrijven. Het begint 's morgens vroeg, er zijn inmiddels al duizenden faxen verzonden, de afgelopen jaren. Ik vind het een verschrikkelijk-mooie manier van communiceren.

'Ik ben nu meestal in Amsterdam. Ik heb daar ook een atelier, maar voor een eenvoudige kopie moet ik daar al acht kilometer rijden. Dan ben je altijd onderweg. Een soort handelsreiziger in gedachten, wie schreef dat ook alweer? In een blad van de Rijksacademie heb ik een pagina gevuld met namen van mensen die me wat leerden. Talloze namen. Hij eindigt met: maar het meest leerde ik van de geliefde.

'Soms ligt er bij thuiskomst een paar meter fax, bij wijze van spreken. Ik ben al blij met tien centimeter. Ik ben ook graag alleen, en tegelijkertijd heb ik het gevoel dat we iedere zucht van elkaar horen. Daardoor kan ik hier ook hard werken. Gezelligheid leidt maar af. De ultieme zin, daar gaat het om. Ik hoop dat die pas een minuut voor mijn dood uit mijn mond komt. Dan kan die mooi op mijn grafsteen gekerfd worden. Gekerfd, let op het woord kerven.'

'Liefde? Dat is een zucht, een tipje van een engelenvleugel.' Als docente aan academies houdt ze verhalen over liefde en passies. 'Maar de meeste studenten hebben er moeite mee om zich daar überhaupt iets bij voor te stellen. Ik zei: maar je hebt toch wel ergens een verstandhouding mee? Al is het maar met het tuinhekje. Uiteindelijk zijn het toch nog prachtige voordrachten geworden.

'Het verschil tussen ons en de nieuwe generatie is dat ze geen grammetje extra kennis meer willen verwerven, want wat moet je d'r immers mee. Pas sprak ik een moedeloze docent kunstgeschiedenis die ermee wil kappen. Hij vertelde iets over Flaubert. Maar de studenten klaagden alleen maar dat hij er aandacht aan schonk.'

Zelf gaf ze studenten van de Academie voor Industriële Vormgeving opdracht een vrijetijdsgids op zakformaat te maken. Komt binnenkort ook op Internet. 'Veel mensen weten met hun vrije tijd geen raad. Die kunnen per dag een handreiking krijgen. Bijvoorbeeld naar de bibliotheek gaan, een willekeurige bezoeker vragen naar diens favoriete componist, diens levensloop in de bibliotheek opzoeken en een cd van hem aanschaffen'.

En als nu een Corrie Konings-fan ineens bij ene Strawinsky uitkomt? 'Dan hebben wij een probleem om de tanden in te zetten.'

Tijdens Toebosch' verbouwing van het Nederlandse normenkamertje gaat 'de verkoop' gewoon door. Dus ontwierp ze een droompaard voor Heythuysen (Limburg), een bronzen exemplaar dat met witte autocoating is bedekt. 'Een gotspe in onze beeldhouwtraditie', zegt ze grijnzend. 'Het staat voor de ingang van het gemeentehuis. En als er getrouwd wordt, is de metafoor van de prins op het witte paard toch snel gemaakt?'

Een zondagskind. Toen een mevrouw van het Amsterdams Fonds voor de Kunst haar de kennisgeving van de Sandbergprijs bracht, stond haar vader van 79 op de stoep. 's Avonds speelde iemand ijzingwekkend mooi zijn solo voor altviool in het conservatorium. 'Na afloop kwamen jonge mensen hem feliciteren. We riepen elkaar toe: ''Wat een dag'' En ik heb een prachtig huis, een grote liefde, ja, er moet wel een engel over me waken. Wat wil ik nog meer?

'Ik zou wel door een huilend bos willen wandelen. Dat lijkt me een verademing na die wenende hars-madonna. Kijk, ik ga gewoon met de engelen mee naar de eeuwigheid, jongen. Met de muziek mee. Want mijn ultieme verlangen is dat er tussen de heuvels bij het huis van mijn geliefde nog eens prachtige kunst gemaakt zal worden. En nieuwe muziek. We hebben daarvoor de stichting Fondation La Dalle opgericht. Er wordt een schitterende ruimte ingericht.'

La Toebosch als Mater Amabilis der eigentijdse kunsten?

Ze tuit haar lippen, neemt behoedzaam een slokje thee en zegt: 'Toen ik in de films van Frans Zwartjes speelde, gold ik als de Keizerin van de Underground. Maar deze eretitel is ook niet slecht. Dank u.'

Meer over