Krieg ist Krieg AANKLACHT TEGEN OPTREDEN VAN GEALLIEERDEN NA DE OORLOG IN DUITSLAND

DAT RUSSISCHE soldaten zich in 1945 bij tienduizenden hebben vergrepen aan tienduizenden Duitse vrouwen, was toen al meteen bekend. Mop van een halve eeuw geleden: een groep Russen heeft huisgehouden bij een arme kleine bakker....

Daar hebben we dus smakelijk om gelachen.

Verkrachting werd toen al niet als herengedrag beschouwd, maar in dit geval speelden - bewust of onbewust - twee 'verzachtende omstandigheden' mee. In de eerste plaats waren de Russen geen heren - het waren ongeciviliseerde rabauwen, niet zelden afkomstig van de Aziatische steppen, maanden van huis geweest, en door Stalin niet grootgebracht met gedragsregels en tafelmanieren. En in de tweede plaats waren de vrouwen in kwestie vrouwen van moffen, of zeg maar: nazi's.

Die tweede overweging is in zoverre de interessantste, omdat ze bij uitbreiding natuurlijk ook van toepassing kan zijn geweest op al die keurige Amerikanen, Engelsen en Fransen die samen met de Russen (aan wie, jammer genoeg, dus dat communistische 'luchtje' zat) uit naam van de Democratie hun leven hebben geriskeerd of zelfs gegeven, om het fascisme met wortel en tak uit te roeien.

In de loop van de Tweede Wereldoorlog hebben miljoenen militairen zich van hoog tot laag laten inspireren en motiveren door een niet zonder reden tot demonische proporties uitvergroot schrikbeeld van het Derde Rijk en al z'n inwoners. Later is dat beeld genuanceerd (tot en met de theorie dat de Duitsers in feite de eerste slachtoffers van het nationaal-socialisme zijn geweest), maar Daniel Goldhagen heeft nog recentelijk laten zien hoe gretig bijna het beeld van een collectieve Duitse schuld ook in Duitsland zelf weer kan worden opgeroepen en aanvaard.

Alle geallieerden waren in 1945 van wraak vervuld, op bestraffing gespitst en op uitoefening van 'overwinnaarsrecht' belust. Vandaar op formeel-juridisch niveau het tribunaal van Neurenberg, maar al meteen voor de dagelijkse praktijk de non-fraternization-maatregel die Amerikaanse soldaten letterlijk verbood zich met de bevolking van het veroverde Duitsland te encanailleren.

Was die bevolking daarmee in zekere zin vogelvrij verklaard, en is daar misbruik van gemaakt?

Over die vragen heeft altijd een sluier van terughoudendheid gehangen, en logisch: de gedachte aan 'excessen' (om maar te zwijgen van 'oorlogsmisdaden') leek van meet af aan onverenigbaar met enerzijds een soort recht op represailles dat aan de overwinnaars toekwam, en anderzijds het imago van ridderlijkheid waarmee de zegevierende geallieerde soldaten zich mochten tooien: zíj immers belichaamden de mensenrechten die de Duitse vijand zo gruwelijk had geschonden.

Dat de Russen zich seksueel geweld tegen vrouwen veroorloofden, stond toen niet in de krant. Als het al als 'nieuws' werd ervaren, rustte er kennelijk een taboe op, zoals tot op deze dag een zeker taboe is blijven rusten op publicaties over mogelijke schendingen van mensenrechten in naoorlogse NSB-kampen in Nederland. Dat die er geweest zijn, lijkt aan geen twijfel onderhevig, maar jarenlang is er over gezwegen, en ook toen ze later werden onthuld, bleken de feiten op gespannen voet te blijven staan met de sentimenten van wrok die nog altijd behoorlijk virulent zijn. Sommige feiten willen we nou eenmaal liever niet weten; daar is de doofpot voor.

De Canadese publicist James Bacque heeft al eerder geprobeerd zoiets als een internationale doofpot te openen, met de openbaarmaking van cijfers die zouden aantonen dat honderdduizenden Duitse krijgsgevangenen na 1945 onder onverklaarbare omstandigheden zijn gestorven in Russische, Amerikaanse, Engelse en Franse kampen. Other Losses suggereerde in feite dat ze daar waren vermoord, of tenminste dat hun dood bij een voorgeschreven, humaner behandeling had kunnen worden voorkomen.

Met nieuw materiaal - onder andere uit inmiddels vrijgekomen KGB-archieven - heeft hij zijn bewering in een nieuw boek nog eens uitgebouwd: niet alleen nog meer cijfers over krijgsgevangenen (het aantal in officiële geallieerde documenten zou zijn 'gemanipuleerd'), maar ook schattingen van het aantal Duitse burgers dat in de periode van 1945 tot 1947 doelbewust zou zijn uitgehongerd, plus nog beschuldigingen van weloverwogen 'etnische zuiveringen' die tussen Russen en Amerikanen zouden zijn overeengekomen.

Het vervelende aan dit nieuwe boek is de indruk van onbetrouwbaarheid die Bacque op ongeveer elke bladzijde achterlaat. Misschien heeft hij gelijk, en is hij gefrustreerd geraakt door veler onwil om zijn ongewenste informatie serieus te nemen. Dat zou de merkwaardige luidruchtigheid van zijn betoogtrant kunnen verklaren.

Maar los van de talloze inconsistenties in zijn redenering: hij goochelt met getallen (de honderdduizenden uit Other Losses zijn intussen tientallen miljoenen, op een plek zelfs 'een paar honderd miljoen' geworden), hij legt politieke en historische verbanden die kant noch wal raken, zijn bronnen hebben dikwijls iets dubieus (in één geval 'een professor die liever onbekend wil blijven') en hij verwijst naar ontwikkelingen van veel later datum waaraan met de beste wil van de wereld geen relatie met het onderwerp kan worden toegedacht.

Eigenlijk ontspoort het betoog al in het eerste hoofdstuk, waarin zonder een spoor van bewijs wordt gesteld dat het zogenoemde Morgenthau-plan - dat de totale ontmanteling van de Duitse industrie voorstelde en van Duitsland een agrarisch niemandsland beoogde te maken - weliswaar door Washington officieel werd verlaten, maar officieus radicaal is doorgevoerd - met de voor miljoenen Duitsers zo fatale gevolgen.

Krijgsgevangenen uithongeren, burgers op een rantsoen houden dat alleen maar tot de dood kon leiden, nog gezwegen van regelrechte moordacties die door de geallieerde bezettingsautoriteiten zouden zijn gedoogd (of in de doofpot gestopt) - het brengt Bacque ertoe in ieder geval Churchill, De Gaulle en Eisenhower aan te klagen wegens oorlogsmisdaden.

In zijn optiek is al meer dan vijftig jaar sprake van één grote, zorgvuldig geregisseerde cover-up: 'Ongetwijfeld is hier sprake van de langstdurende grote leugen in de geschiedenis van de westerse democratieën.'

Het is soms een beetje alsof je onze eigen Willem Oltmans leest - ook iemand die nogal ongearticuleerd om zich heen slaat om een gelijk te bewijzen dat hij ten dele misschien ook wel heeft.

Maar dat maakt Bacque nou precies zo vervelend. Natuurlijk zijn in de naoorlogse 'wraak'-jaren - met een machtig bezettingsleger tegenover een murw geslagen, machteloze bevolking - dingen gebeurd die het daglicht niet konden verdragen. Natuurlijk is er in de loop der jaren van alles gedaan om die dingen toe te dekken, en is het taboe nog altijd aanwezig. En natuurlijk zullen de ware feiten toch eens boven tafel moeten komen.

Dus vervelend dat het onderzoek vooralsnog wordt gemonopoliseerd door een opgewonden dilettant.

Jan Blokker

James Bacque: Crimes and Mercies - The Fate of German Civilians under Allied Occupation.

Little Brown and Company, import Nilsson & Lamm; 288 pagina's; ¿ 74,45.

ISBN 0 316 64070 0.

Meer over