Kranten lezen is net zo saai als huiswerk maken

Jongeren lezen steeds minder kranten. Daar probeert de stichting Krant in de Klas wat aan te doen. Het is een eenzame strijd....

'LUISTER even jongens', begint docent maatschappijleer H. van Aggelen. Hij loopt tussen de tafels in lokaal veertien van het Coornhert Lyceum in Haarlem en deelt links en rechts kranten uit. Het is woensdagochtend, het eerste uur voor vier-havo.

'Als het even stil mag zijn.'

'Dat geldt ook voor jullie.'

De klas zet zich ritselend aan het lezen. De Telegraaf, de Volkskrant en zelfs Het Financieele Dagblad worden opengeslagen door vijftien- en zestienjarigen die zonder protest hun boeken in de tassen laten. 'Pak een krant en noteer alles wat over het Midden-Oosten gaat', instrueert Van Aggelen. 'Ook als president Arafat failliet is, of de vrouw van Netanyahu een nieuw mantelpakje heeft.'

Links achterin leest de vijftienjarige Hem Spilker de Volkskrant. Dat wil zeggen, hij bekijkt de kleurenfoto van een Russisch pantservoertuig op de voorpagina, leest het fotobijschrift en slaat de pagina om. Asielzoekers in Drente en een politieke crisis in Italië gaan aan hem voorbij. De rest van de krant bestaat voor Spilker uit meer foto's en fotobijschriften en uit de volgende berichten: 'Beatrix: prinsen hebben geen hekel aan Koninginnedag', 'Tweede verdachte van doodschoppen Tjoelker vrijgelaten' en 'Nog 23 leden van de bende Heineken-ontvoerder vast'.

Van Aggelen: 'Ik laat ze enkele weken het nieuws volgen, waarna ik een actualiteitenproefwerk geef. Dan vraag ik vooral naar achtergronden, zodat leerlingen niet kunnen wegkomen met passief naar het avondnieuws kijken.'

Het is de tweede keer dat op het Coornhert, rustige gangen, hoge ramen en fietsen op het schoolplein waar de fietspomp nog op zit, de krant in vier-havo en vier-vwo klassikaal wordt gelezen. Volgens Van Aggelen is het een goede manier om jongeren met hun neus op het bestaan van dagbladen te drukken en hen te wijzen op verschillen tussen kranten. 'Mijn grootste geluk is een leerling die zegt voortaan te zullen blijven lezen.'

Ook in de hogere klassen van het Coornhert steken de leerlingen geen krant in hun rugzak. Maarten Stevens zit in zes-vwo en wacht in de hal tot de bel gaat. Hij is een jonge versie van Brad Pitt: blonde kuif, skaters-outfit en een glow-in-the-dark-jojo spinnend aan een touwtje. Overdag zit de achttienjarige op school, 's middags hangt hij buiten rond en 's avonds maakt hij zijn huiswerk. Tijd om een krant te lezen heeft hij niet. 'Het is wel belangrijk wat er in de wereld gebeurt enzo, maar toch doe je het niet. Het lijkt te veel op huiswerk.'

De leerlingen van het Coornhert Lyceum staan niet alleen. Jongeren in het hele land lezen minder kranten, en van de kranten die ze nog lezen steeds minder de serieuze landelijke dagbladen. Bekeek in 1995 nog 66 procent van de dertien- tot 24-jarigen dagelijks een krant, dit jaar is dat geslonken tot 62 procent. Haal daar de regionale kranten van af, en het percentage lezers daalt van 37,5 naar 36 procent. Het gemiddelde bereik van de krant onder alle leeftijdsgroepen is 71 procent. Een blik van enkele seconden telt bij de vaststelling van deze cijfers overigens mee als een vorm van lezen.

Voor uitgevers betekent deze dalende trend een gevaar op lange termijn. Jongeren zijn immers de krantenkopers van de toekomst. De Nederlandse Dagbladpers (NDP), de organisatie van krantenuitgevers, voert daarom sinds vorig jaar experimenten uit op zes lagere en middelbare scholen om jongeren aan het lezen te krijgen. Met steun van het Bedrijfsfonds voor de Pers hangen uitgevers vitrines in de hal, in de hoop rondhangende scholieren te interesseren, terwijl op andere scholen de krant verplicht thuis of klassikaal wordt gelezen.

De eerste resultaten bevestigen de somberste vermoedens van uitgevers en leraren. Een enquête uitgevoerd door bureau Inter/View maakt duidelijk dat de meeste leerlingen wel zeggen eens een krant te lezen, maar daar vooral het bekijken van foto's onder verstaan. Berichten die wel worden gelezen, gaan over misdaad, spectaculaire ongelukken, man-bijt-hond-gebeurtenissen en sport.

De weinig verrassende conclusie is dat jongeren kranten lezen niet beschouwen als een vorm van 'sociaal wenselijk gedrag'. Scholieren vinden kranten saai en hebben niet het gevoel veel te missen als ze de krant laten liggen. Zij denken zelfs adequater informatie te krijgen via de televisie. Dagbladen die nog op enige genade kunnen rekenen zijn de regionale kranten en De Telegraaf vanwege hun onderwerpkeuze en de vele foto's.

'De leescultuur bij de jeugd is aan het verdwijnen', concludeert P. Fiedeldij Dop, sinds zeventien jaar directeur van de stichting Krant in de Klas, de organisatie die door de uitgevers is belast met het aanbieden van kranten en lesmateriaal op scholen. Verrassenderwijs ziet Fiedeldij Dop echter geen reden om een pessimistische beschouwing over de jeugd van tegenwoordig af te steken. 'We kunnen het tij niet keren. Maar ik kan wel wat doen aan de kwaliteit van het leesgedrag.'

Volgens Fiedeldij Dop zijn jongeren niet dommer of ongeïnteresseerder dan vroeger. 'Ze willen best wat weten, maar ze moeten niet te veel moeite hoeven doen. Jongeren zappen en uitgevers moeten daar op inspelen.' Volgens hem hebben De Telegraaf en het Algemeen Dagblad dat goed begrepen en scoren die kranten daarom goed onder dertien tot 24-jarigen.

'Met twee à drie leuke berichtjes per pagina maak je het plezier van het lezen zichtbaarder.' Een aardige relativering halverwege een artikel of subtiele ironie tussen de regels door is volgens Fiedeldij Dop leuk voor volwassenen, maar te verborgen voor beginnende krantenlezers. 'De beloning moet directer.'

Verder ergert Fiedeldij Dop zich aan de laksheid van ouders. Slechts 10 procent van het gedrag is volgens hem beïnvloedbaar via school. De rest komt van thuis. 'Maar denk je dat ouders hun kinderen tot kranten lezen manen? Nee, ze geven hen juist een eigen tv-toestel, zodat er ongestoord naar TMF kan worden gekeken.'

Noël van Bemmel

Meer over