Kramer vs Blokhuijsen gaat over presteren, niet over afgunst

Sven Kramer en Jan Blokhuijsen zijn elkaars grootste rivalen, maar ook ploeggenoten. Een probleem, of juist niet?

VAN ONZE VERSLAGGEVER JOHN VOLKERS

AMSTERDAM/HEERENVEEN - Helpers weg, iedere coach en assistent van het ijs. Had coach Gerard Kemkers dat aangedurfd op dag twee van de NK allround, eind 2012, toen zijn pupillen Sven Kramer en Jan Blokhuijsen op de 10 kilometer tegen elkaar reden met als inzet de titel?

Nee, zegt Kemkers in eerste aanleg. Wie hem dan voorhoudt dat het toch niet had uitgemaakt - er was sowieso een TVM-rijder kampioen geworden: kopman Kramer of adjudant Blokhuijsen - krijgt een genuanceerder antwoord. 'In die laatste rit had het gekund. Ja, het had misschien gekund. Maar het was geen issue.'

Kemkers' uitleg: 'Wij moeten met Jan en Sven aan de slag om straks de optimale olympische race te rijden. Daarbij komt coaching kijken. Wij staan niet met de handen op de rug op de kruising toe te kijken. Wij doen van alles om die jongens te helpen zo hard mogelijk te rijden. Elk moment dat je krijgt om te leren, is alleen maar meegenomen.'

Kemkers kreeg in de dagen na de NK, en voor de EK allround van dit weekeinde in Heerenveen, kritiek op de begeleiding van zijn pupillen tijdens die de afsluitende 10 kilometer. Blokhuijsen klaagde dat hij niet had geweten dat Kramer zijn rondetijden op het rondebord mocht meelezen. Het werd vervolgens het verhaal of Blokhuijsen wel van Kramer mocht winnen binnen de in beton gegoten verhoudingen van TVM.

Kemkers pareert met bekoelde woede ('hier zijn jullie de voorbije zeven dagen heel druk mee geweest en wij niet') dat hij vaker met kansrijke koppels heeft gewerkt bij de belangrijkste commerciële schaatsploeg van Nederland. Het was ooit Uytdehaage versus Verheijen, daarna Kramer tegen Verheijen, Wüst contra Groenewold, Van Deutekom tegen Wüst en nu dan Blokhuijsen tegen Kramer. Niets nieuws onder de zon. 'Ik heb dat jarenlang bij de hand gehad. Ik heb, ook nu, niks anders gedaan. Het is kiezen van coachingstijl om jouw rijder zo optimaal mogelijk naar de finish te krijgen.'

Dat er nu door de opmerkingen van Blokhuijsen ruis op de lijn is gekomen, hoort bij het vak van coach, dat soms crisismanagement vereist. Er volgden na de oprisping snel evaluatiegesprekken. De zaak werd uitgesproken, er was sprake geweest van een misverstand, van 'iets niet meegekregen hebben'. Kemkers en zijn schaatsers maakten nieuwe afspraken richting de EK allround in Thialf,

Stalorders

Toch: nu Blokhuijsen dichter dan ooit naar kopman en vijfvoudig Europees kampioen Kramer is gekropen, komt de vraag boven of de aanwezigheid van twee kopstukken in één team wel werkbaar is. Stalorders, zoals in de Formule 1 of het profwielrennen, zijn ongebruikelijk in het schaatsen. Beide rijders mogen voor hun eigen kansen gaan. Het kan ook in de sport die puur op tijdritten leunt en waar nooit een knechtenrol loert.

Kemkers doet laconiek over de luxe de twee beste allrounders (en 5-kilometerspecialisten) van de wereld onder zijn hoede te hebben. Hij kijkt zelfs verlekkerd als hij zegt: 'Dat levert dynamiek op. Dat heb ik altijd mooi gevonden. Het is ook geen nieuwe dynamiek voor mij. Het beconcurreren van elkaar is goed om baanbrekend te presteren. Dat gebeurde twee weken geleden. De twee stuwden elkaar naar fantastische prestaties.'

Dat 'de twee' in elkaars vaarwater zitten, heeft alles te maken met de ontwikkelingen van de voorbije tijd. Kemkers is opnieuw lovend: 'Sven is weer helemaal Sven. En rijdt baanrecords. Jan is enorm gegroeid. Dat hebben ze ook voor een deel aan elkaar te danken. Het hoge niveau komt deels omdat je met elkaar samenwerkt.'

Het is - en hier valt Nederlands voornaamste olympische sportcoach, Jacco Verhaeren, Kemkers bij (zie kader) - ook zeer leerzaam en productief als de twee besten van het land elkaar in hetzelfde team ondersteunen. 'Sven profiteert van het feit dat Jan steeds beter wordt. Net zoals Jan groeit onder de vleugels van Sven.'

De vraag wie het meeste profiteert van wie vindt Kemkers belachelijk. 'Ik ben met beide jongens bezig om olympisch goud te halen en kampioenschappen te winnen. Wie het meest profiteert? Dat leg ik toch niet op een weegschaal. Het is niet te meten en ik ben er niet mee bezig.'

Twee veeleisende kerels tevreden houden: het lijkt een lastig verhaal. Als de een (Blokhuijsen) zich benadeeld voelt, kan dat leiden tot een breuk die contraproductief kan uitpakken. Kemkers: 'Er is nog geen omslagpunt. Het is ook geen punt waar we dichtbij zitten. Ik ervaar het werken met deze twee concurrerende mannen nu nog niet als lastig. Ik weet niet of dat nog komt. Ik denk er ook niet over na.'

Kemkers kijkt nog een keer terug op de uitgangspositie van de NK allround. 'Feit is dat Kramer en Blokhuijsen aan de NK begonnen om elkaar te verslaan. Dat proberen wij als team zo goed mogelijk te faciliteren. Zodat Sven op zijn optimale niveau kan presteren. Zodat Jan op zijn optimale niveau kan presteren. En dat is goed gelukt, want ze reden beiden een werelds toernooi. Daar ben ik blij om. Ze vechten het voor het grootste deel op de baan samen uit.'

Sluipmoordenaarstactiek

De invloed van Kemkers op de onderlinge races, bij het NK allround liefst drie keer, is beperkt, zei de coach aan de vooravond van de EK. 'Als ik de tactiek voor een 10 kilometer met Sven bespreek, krijgt Jan die niet te horen. Zij mogen elkaars tactiek niet weten. Dat is ook nog nooit gebeurd.

'Ik heb ook nog nooit van mijn leven afspraken gemaakt over hoe ze met elkaar moeten racen. Nog nooit. Ook al lijkt het er soms op. Maar dat is dan hun eigen initiatief, onderweg, tijdens de rit. Ik wist niets van de sluipmoordenaarstactiek die Jan in samenspraak met Rutger Tijssen (assistent van Kemkers, red.) wilde toepassen op de 10 van het NK allround. Sven en ik wisten daar niet van.'

Gerard Kemkers schaatscoach

Jacco Verhaeren werkte als zwemcoach in Eindhoven met twee concurrenten voor het olympisch goud op de 50 meter vrije slag: Ranomi Kromowidjojo en Marleen Veldhuis. De uitkomst was uiterst positief. Het werd goud en brons op de Spelen van Londen. Verhaeren zegt dat de situatie van Kramer en Blokhuijsen vruchtbaar kan uitpakken. 'Je moet op zoek gaan naar wat ze van elkaar kunnen leren. En je moet als coach niet in de positie gaan zitten van: jullie zijn concurrenten van elkaar. Oppassen met krampachtigheid over rondetijden en zo.' Topsporters moeten zich niet op elkaar richten, maar op het doel. 'Ik heb mijn zwemsters altijd voorgehouden: Ranomi zwemt niet tegen Marleen. En omgekeerd. Je voert je eigen raceplan uit om een maximaal resultaat te halen. Als je op elkaar gaat letten, word je vierde en vijfde, in plaats van één en drie.' Er is profijt te halen uit samenwerking. 'Als je de twee besten van de wereld in hetzelfde bad hebt, moet je profiteren. Zie er geen bedreiging in. Ik heb Marleen en Ranomi nooit bewust uit elkaar gehaald. Ik heb ze altijd voorgehouden dat wat voor de één goed is, voor de ander ook van nut kan zijn. Alleen in de wedstrijd wil je van elkaar winnen.'

Zwemcoach Verhaeren

undefined

Meer over