Kralingen gekraakt

De Rotterdamse wijk Kralingen wordt bevolkt door een gesloten en hardnekkig archaïsche gemeenschap. Maar het oude Kralingen staat onder druk....

TWEE LANGE straten die grofweg lopen van west naar oost, vormen de natuurlijke grenzen van het Wassenaar van Rotterdam. Aan de noordkant is dat de Kralingse Plaslaan, die een weids uitzicht biedt op een uitgestrekt binnenmeer. De plas wordt omzoomd door het Kralingse Bos, waar een ruiter gemakkelijk een uur in kan ronddwalen. De Plaslaan markeert de geografische redenen die Kralingen zo gewild maken bij huizenkopers: bomen en water midden in een grote stad.

Meer naar het zuiden loopt de Oudedijk, die overgaat in de 's-Gravenweg. Deze straat geeft de grens aan tussen wat kan en niet kan. Goed zit je ten zuiden van de lijn Oude Dijk - 's-Gravenweg, het gedeelte dat ter plaatse bekend staat als Kralingen-Village. Het noordelijke deel tussen Plaslaan en Oude Dijk, hoe fraai het ook is, zakt voor dit examen: Kralingen-Bain wordt het genoemd.

Maar het kan nog erger. Helemaal aan de uiterst oostelijke rand ligt het Noordelijk Niertje, de enige nieuwbouwwijk: Kralingen-Nouveau, ook wel Little Hollywood genoemd, omdat er zo veel witte huizen staan en Anita Meijer er ooit heeft gewoond.

Welkom in Kralingen, een van de merkwaardigste rijkeluisbuurten van Nederland. De notabele bewoners leven er op een steenworp afstand van de islamitische slagerijen en de studentenhuizen in Kralingen-West, dat veruit het grootste gedeelte van de buurt in beslag neemt. Nog meer naar het westen ligt het allang weer bruisende centrum van Rotterdam, op een paar minuten rijden.

Kosmopolitisch is Kralingen daar bepaald niet van geworden. Integendeel: het is een hardnekkig archaïsche en gesloten gemeenschap, waarvan de leden niettemin vaak een hoofdrol spelen op het landelijke toneel. Voorlopig hoogtepunt was het eerste kabinet-Lubbers, dat vier ingezetenen telde: de premier, minister van Justitie Frits Korthals Altes, staatssecretaris van Financiën Henk Koning, en Neelie (toen nog) Smit-Kroes, minister van Verkeer en Waterstaat.

Van dit viertal zijn alleen Lubbers en Korthals Altes trouw gebleven aan Village - een teken des tijds. Het oude Kralingen staat onder druk. Koopkrachtige nieuwkomers treden de traditionele sociale grenzen met voeten. Zij zijn uitsluitend geïnteresseerd in de natuurlijke voordelen van de buurt. Zelfs de kinderen van de oude Kralingse families, die er vaak terugkeren, hebben andere prioriteiten. Slachtoffers van deze ontwikkeling zijn de dragers van de Kralingse cultuur, de talloze clubs en verenigingen die het vooral moeten hebben van vrijwilligerswerk.

Haalt Kralingen-Village de eeuwwisseling?

Het Wassenaar van Rotterdam lijkt niet eens op het origineel. Zelfs in Village zijn de straten vaak smal. Ruimte voor voortuinen is er niet, laat staan voor oprijlanen. De auto's staan gewoon op straat - een groot probleem, want de meeste huishoudens hebben er tegenwoordig twee à drie. Roestige, vijftien jaar oude Volvo's bepalen het straatbeeld.

Kralingers van de oude stempel zijn namelijk zuinig, en wars van uiterlijk vertoon. Opknapbeurten aan hun huizen beperken zij bij voorkeur tot voorgevel en begane grond. Het liefst geven zij dat huis later weer door aan hun kinderen. Adverteren is taboe: de overdracht wordt onderhands geregeld.

Ook verder houden zij het circuit zorgvuldig gesloten. Selectie aan de poort is vrijwel overal de norm. Scholen en sportclubs stomen de kinderen van Kralingen klaar voor het studentencorps - bij voorkeur het Leidse - en pas daarna voor de vanzelfsprekende rechtenstudie. Na hun studie en wellicht nog een kort verblijf in het buitenland keren ze weer terug in Kralingen, en worden ze lid van verenigingen met eveneens een sterk corporaal karakter.

Nergens wordt de sociale gebruiksaanwijzing van Kralingen en zijn bewoners beter zichtbaar dan in hun clubs, waarvan de meeste schuilgaan achter een dun excuus van sport of recreatie. De meest curieuze is Zwembad Kralingen, vermoedelijk de enige Nederlandse zwemgelegenheid met ballotage. De verslaggever van de Volkskrant werd niet te woord gestaan. 'Het is een besloten vereniging, en dat willen we zo houden', aldus een bestuurslid. 'De mensen die erbij willen, vinden de weg wel, en de rest gaat het geen reet aan.'

Ingeklemd tussen twee drukke verkeersaders en een rij huurflats biedt het lieflijke openluchtbadje de Kralingers rust - radio's zijn er verboden - en een van hun meest perverse genoegens. 'Lekker zwemmen terwijl die flatbewoners vanaf hun benauwde balkonnetjes jaloers naar je zitten te gluren', gnuift een lid. 'Dat is echt fan-tas-tisch'

De grootste club is Victoria, een vereniging voor hockey, tennis, squash en cricket met 2400 leden, ingeklemd tussen de Boszoom en de A 16. Betty Stöve werd er ooit 'gedeballoteerd', zoals Victorianen zich graag quasi-achteloos laten ontvallen. Sinds de afschaffing van het 'boerenkool gooien', een populair jaarlijks ritueel voor de Victoria-jeugd, gaat het bergafwaarts met de club. Het nieuwe clubgebouw is te groot, te duur en niet gezellig.

De oudste club, en een van de mooiste, ligt aan de rand van het Kralingse Bos: de Rotterdamsche Manege annex Sociëteit De Jockeyclub - van 1837. Deze vereniging kampt met een actueel Kralings probleem: meer leden met minder betrokkenheid.

De Manège, zoals de Kralingers hem bij voorkeur noemen, bestaat uit een sober L-vormig gebouw dat in 1937 is neergezet met geld van de familie Van der Vorm van de Holland-Amerika Lijn. Nog onlangs kreeg het pand een eenvoudig stalen buitenterras op palen, gratis ontworpen door een lid-architect en gebouwd voor een vriendenprijsje door een lid-aannemer.

De Manege speelt al sinds jaar en dag gastheer voor het CHIO, een hippisch landentoernooi van formaat dat altijd in augustus wordt gehouden. Onder de krachtige leiding van voorzitter Jacques Schoufour (paardengek en havenbaron) en vice-voorzitter Daan Dura (paardengek en aannemer) werd het CHIO vijfentwintig jaar lang geregeld zoals gebouw en terras: liefdewerk-oud papier.

Medewerkers van Dura's bedrijven namen regelmatig veertien dagen vakantie op om dag en nacht voor het CHIO te werken, zonder een cent compensatie - en om zich zonder klagen door Daan de huid te laten volschelden, wanneer hun verrichtingen hem niet bevielen.

Sinds het vertrek van Schoufour twee jaar geleden is de organisatie van het CHIO in handen van een professionele sponsor-werver. De Dura-vrijwilligers en hun belangeloze inzet zijn vervangen door toegangspasjes, controlepoortjes en professionele beveiligers.

Buiten die korte CHIO-periode in augustus draait de Manege nog steeds voor een groot deel op vrijwilligerswerk, en ook daar komt langzamerhand de klad in. Het aantal leden is de laatste twintig jaar weliswaar gegroeid van 350 naar 580, maar hun inbreng is veranderd. Onder de 80 Manege-paarden zijn nu zo'n 45 'pensionpaarden', eigen rijdieren van leden, een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. 'Die mensen komen alleen voor het paardrijden', zegt Gerard ter Meulen, die tot april van dit jaar bijna acht jaar lang voorzitter is geweest. 'Hooguit de helft van hen neemt deel aan het sociëteitsleven.'

WAT ZE daarmee missen, verraden enkele details in de sobere sociëteitszaal op de eerste verdieping. De glazen wanden bieden uitzicht op de uitgestrekte rijterreinen buiten aan de ene kant, en op de overdekte 'binnenbak' aan de andere. Rondom de open haard staan leunstoelen in een halve cirkel. 'Vrijdagavondclub' staat er op de kap van een staande schemerlamp. Een andere tekst, 'Er komt geen vrouw ooit aan te pas', staat laf naar de haardmuur gedraaid.

De heksenkring rond de haard is de vaste stek van de Vrijdagavond Herenrijclub, bijna zo oud als de Manege zelf. De heren rijden iedere vrijdagavond tussen half zeven en half acht paard, om daarna te borrelen en te eten. Zij hebben dan het rijk alleen in de sociëteit. De andere leden moeten zich behelpen met de veel kleinere bestuurskamer, die dan ook 'Antichambre' heet. Soms, wanneer er iets te vieren valt, laten zij de eerste dienbladen met jenever in de binnenbak serveren, terwijl zij nog in het zadel zitten.

De Herenrijclub verlaagt zich niet tot ordinaire ballotage. Nieuwe leden worden gevraagd, en alleen wanneer de club unaniem vóór is. Toetreders, doorgaans tussen de 35 en 45 jaar oud, moeten zich niettemin een ontgroening laten welgevallen. Tijdens het herendiner worden de groenen midden in de sociëteit op een hindernis gezet. 'Daar krijgen zij dan iets te eten', aldus Ter Meulen. 'Een bordje pap of zo.'

Voor serieuze ontgroeningen lijkt hij uit te aimabel hout gesneden. Verder voldoet hij echter geheel aan het beeld van een oud-voorzitter van zo'n sociëteit. Ter Meulen is een telg uit een Rotterdamse familie die lokale roem verwierf met een warenhuis en een postorderbedrijf. Zelf leidde hij die laatste tak.

Bescheidener van komaf, anders van samenstelling, is het huidige manegebestuur: jonger, meer vrouwen, geen klinkende namen meer. Penningmeester Richard Jongste bijvoorbeeld is geboren en getogen in Kralingen - maar dan als zoon van een ondernemer met een eigen schildersbedrijf die de huizen van rijke Kralingers hun periodieke verfje placht te geven.

Jongste junior woont aan de

's-Gravenweg, twee huizen van waar hij is opgegroeid. Samen met zijn broer heeft hij vaders schilderszaak uitgebouwd tot Maasmond, een onderneming die door heel Nederland kantoorgebouwen, zorgcentra en andere grote projecten schildert en stoffeert. (Het warenhuis Ter Meulen is ter ziele, het postorderbedrijf opgegaan in een groter geheel.)

Richard is een succesvol ondernemer geworden, die samen met andere succesvolle ondernemers uit Kralingen participeert in het renpaard Shining Bell. 'Ik ben niet zo bekend als de heren, hoor', zegt hij goeiig. 'En dat wil ik graag zo houden.' Maar hij beweegt zich wel in hun wereld en voelt zich er thuis: hij is een gelukkige conformist.

Jongste is actief in de VVD, en vertoont zich graag en veel in populaire pleisterplaatsen als eetcafé Stobbe aan de Kortekade. 'Kralingen is altijd heel behoudend geweest', zegt hij met kennelijke instemming. Aan Sociëteit De Jockeyclub met al zijn anachronismen hecht hij minstens zo sterk als aan het paardrijden - trouwens, daar kwam het de laatste jaren niet zo van. Te druk.

Onlangs bezocht hij een andere manege met een rijke historie, die aan de Overtoom in Amsterdam. 'Afgezakt', luidt zijn vernietigende oordeel. 'Vol met eendagsvliegen.' Knipkaarten voor zoveel keer paardrijden, anonieme leden die komen en gaan: hij vond het maar niets. 'Op onze Manege proberen wij gezelligheid op een stukje niveau te handhaven. Wij rijden in een jasje, niet in een coltrui.'

De penningmeester heeft ambitieuze plannen met zijn club: honderd leden erbij ter verbreding van de financiële basis. Deze wens blijkt echter te strijden met andere prioriteiten. Nieuwkomers in de buurt, zoals de bewoners van Little Hollywood, blijven weg, constateert hij. 'Zij vinden de drempel te hoog.' Toch moet die niet lager. 'Als mensen zich aanpassen aan onze tradities, kunnen we er wel tweehonderd nieuwe leden bij hebben.'

Nee, hij kan zich niet herinneren ooit hinder te hebben ondervonden van zijn meer bescheiden komaf. 'Als je hier zoveel jaren woont, weet je wel hoe je het bijltje moet hanteren.' Toch is hij geen lid van de Vrijdagavond Herenrijclub, wat wel gebruikelijk is voor bestuursleden. De oorzaak blijft wat mistig. 'Ik ben wel een keer gevraagd', aldus Jongste, 'maar de vrijdagavond wilde ik vrijhouden om thuis bij mijn vrouw en dochter te zijn.'

Ter Meulen kan zich niet herinneren dat Jongste ooit gevraagd is. 'Hij heeft lang niet meer gereden', en dat is een voorwaarde voor het lidmaatschap. 'Maar laatst zag ik hem weer op een paard zitten. Wie weet komt het er nog eens van.'

De ondoorgrondelijke Kralingse gedragscode was lange tijd een machtig wapen tegen indringers. Talloze anekdotes circuleren in de buurt over nieuwe bewoners die al na korte tijd weer het hazenpad kozen: weggekeken omdat ze te hard praatten, zich te opzichtig kleedden en in de verkeerde auto's reden. De huidige nieuwkomers laten zich niet meer ontmoedigen. Zij brengen hun eigen, allesverpletterende wapen mee: geld.

Aan de Van Somerenweg verwisselde onlangs een hoekpand van eigenaar voor 2,2 miljoen gulden. Dat is een vorstelijk bedrag voor een rijtjeshuis, hoe groot het ook is. Maar ja, de Van Somerenweg, dat is Village. De huizen in Bain doen momenteel tussen de zeven ton en een miljoen gulden, en zo'n witgekalkte villa in Nouveau moet ongeveer vijfenhalve ton kosten.

ZULKE PRIJZEN zijn niet meer op te brengen voor de oude Kralingse familie-onderonsjes. Vrij baan dus voor nieuwe rijken en voor tweeverdieners. De oude Kralingse familie-onderonsjes sterven uit.

Charlotte Insinger zou slagen voor het examen-Village: ze is er opgegroeid, en studeerde in Leiden. Toch kochten zij en haar man Mark Glazener een huis in Nouveau. 'Veel te duur' vonden zij het oudere gedeelte van de wijk. Ook het clubleven is nauwelijks aan hen besteed. Beiden hebben een volledige werkweek - zij als controller, hij als fondsbeheerder bij een beleggingsinstelling. Wat zij aan tijd overhouden, besteden zij aan hun drie kleine kinderen.

Zelfs dan komt Insinger naar haar zin nog te veel Kralingse herintreders tegen: 'Er keren er ieder jaar wel een paar terug.' Ze hoeft niet zo nodig haar oude circuit terug te zien: 'Het wordt tijd om te verhuizen.'

Franciska de Jong is hoogleraar Taaltechnologie aan de Technische Universiteit Twente. Twee dagen per week zit ze daar, de rest van de tijd in Rotterdam. De Jong belandde min of meer bij toeval in Bain, in de Prinses Julianalaan. Lang voor de koophausse huurde zij daar tegen het einde van haar studie een huis, samen met een paar generatiegenoten. Wat later, toen zij een goed betalende baan had, kon zij dat huis voordelig overnemen. Inmiddels woont ze er samen met haar partner en hun drie kinderen.

'Pas toen ik kinderen kreeg, ging er hier een wereld voor mij open', vertelt ze. 'Tot die tijd had ik met niemand in de straat en de wijk contact.' Nu wel; twee jaar geleden is ze zelfs gepolst voor het bestuur van de montessorischool, een van de drie Village-schooltjes van Kralingen. 'Daar heb ik niets voor hoeven doen.'

Toch houdt ze een zekere afstand. Ze is geen lid van het zwembad, 'al is dat geen principiële keuze'. Haar kinderen sporten niet bij Victoria, maar bij een voetbalclub in de aanpalende nieuwbouwbuurt Prinsenland. En ze vindt de scholen opvallend selectief in hun toelating. 'Blijkbaar willen die niet groeien. De meeste ouders in deze buurt zoeken voor hun kinderen alleen maar bevestiging van wat ze toch al van thuis meekrijgen.'

De Jong neemt wat van haar gading is, en houdt zich verder afzijdig. 'Ik hoor wel eens mensen klagen dat ze maar niet kunnen doordringen in bepaalde Kralingse circuits. Kan best zijn. Zelf probeer ik het niet eens: daar heb ik het eenvoudig te druk voor.'

Bij banketbakker Carlier, een ander Kralings instituut, rinkelt de deurbel: mevrouw Kok van de Van Somerenweg. Zij komt voor 'spoorbanket'. Dat is er in twee soorten: voor 7,95 gulden, en voor drie gulden minder. Mevrouw Kok kiest de laatste variant. 'U schrijft het wel op, hè?'

'Zeker mevrouw Kok.'

'Ben ik nu weer helemaal bij?'

'Ja, behalve dat aalbessentaartje laatst.'

'Zet u dat er dan ook maar bij.'

Echte Kralingers kopen bij voorkeur op de pof. 'De winkeliers hebben het daar heel moeilijk mee', weet een kenner van de buurt. 'Ik ken er steeds meer die ermee ophouden.'

Als buurt is Kralingen populairder dan ooit.

Als gemeenschap is het gedoemd langzaam te verdwijnen.

Meer over