Krajenbrink maakt indruk

In deze (voorlopig) laatste beschouwing over het WK 2000 (Moskou, februari-maart 2001) staan de verrichtingen van Johan Krajenbrink centraal. De Nijmegenaar, tot deelname gerechtigd dankzij zijn vierde plaats in het kandidaten-toernooi van Stadskanaal 1997, debuteerde ijzersterk door op een met Clerc gedeelde derde plaats te eindigen, vlak achter Valneris en...

Anders dan Clerc, voor wie de slotfase enigszins teleurstellend verliep, zal Krajenbrink zich tijdens het toernooi geen moment illusies omtrent een nog hogere klassering hebben gemaakt - zijn score-opbouw stond dat domweg niet toe. Als gevolg namelijk van een (hardhandige) nederlaag tegen Kalmakov keek Krajenbrink na vijf ronden zelfs tegen een negatieve score aan. En de 'plus-één' waarop hij na de twaalfde speeldag kon bogen (Krajenbrink had intussen van Ndonzi en Schalley gewonnen), was nog lang geen garantie voor een plaats bij de eerste vier.

Het was pas in de slotfase van het toernooi dat Krajenbrinks uiteindelijke score van 20 punten uit 16 partijen gestalte kreeg. Krajenbrink wist er een formidabele eindsprint (8 uit 5!) uit te persen, waarbij hij probleemloos remiseerde met Valneris en Schwarzman en niet alleen van de Antilliaan Koster won, maar óók Getmanski en Gantwarg(!) versloeg.

Die overwinning op Getmanski, behaald in een niet-alledaagse partij, zou beslist een uitvoerige bespreking waard zijn. Misschien komt het daar later dit jaar nog eens van. Maar de partij die Krajenbrink op de slotdag van oud-wereldkampioen Anatoli Gantwarg won, is naar mijn smaak van nog hoger niveau. In elk geval is de manier waarop Krajenbrink strategie en tactiek hand in hand laat gaan, alsook het haast speelse gemak waarmee hij het dammeneindspel in winst omzet, ronduit indrukwekkend.

Krajenbrink - Gantwarg

(WK 2000)

1.32-28 17-21 2.37-32 21-26 3.32-27 26x37 4.41x32 11-17 5.46-41 17-21 6.41-37 19-23 7.28x19 14x23

In combinatie met 17-21 treft men dit niet vaak aan. Veel gebruikelijker is 6...21-26 of - sinds kort - 6...6-11.

8.33-28 9-14 9.28x19 14x23 10.39-33 10-14 11.35-30(!)

Met dit wakkere zetje, voor het eerst door Salomé gespeeld in een competitiepartij tegen Van Schaik (1999), legt Krajenbrink al meteen de zwakke plek in Gantwargs openingsbehandeling bloot. Zwart kan niet goed met 11...20-25(?) reageren wegens 12.34-29! enz.

11...6-11 12.30-25 11-17 13.44-39 21-26 14.34-29 23x34 15.40x29 17-21 16.33-28 4-9 17.50-44 20-24 18.29x20 15x24 19.44-40 5-10 20.38-33 12-17 21.40-34 10-15 22.43-38 17-22 23.28x17 21x12 24.49-44(!)

Ongetwijfeld had Gantwarg op 24.33-28 met 24...13-19, 25...8-13 en 26...18-23 op een gesloten klassiek middenspel aangestuurd. Maar met de tekstzet, die zowel 24...13-19?? als de bezetting van veld 23 verhindert, wordt dat wapen hem uit handen geslagen.

24...14-20 25.25x14 9x20 26.33-29(!) 24x33 27.38x29(!)

Gespeeld met dezelfde achterliggende gedachte, namelijk om de stand open te houden.

27...3-9 28.44-40!

Achter deze zet blijkt een heel speciale bedoeling schuil te gaan...

28...9-14?

Gantwarg loopt met open ogen in de val. Alleen door met 28...1-6 pas-op-de-plaats te maken, had zwart op handhaving van het evenwicht mogen blijven hopen. Al dient hij zich na 29.39-33 wèl te hoeden voor de damzet 29...13-19? 30.27-21!! en 31.29-24! +.

29.34-30!!

Deze zet moet de zwartspeler als een mokerslag hebben getroffen. De clou van 29.34-30, waarmee overigens een structuur in het leven wordt geroepen die zich nog niet eerder in de praktijk heeft voorgedaan, is dat zwart noch 29...13-19?, noch 29...14-19? mag spelen: het eerste faalt op 30.29-24! en 31.27-21 met schijfwinst, in het tweede geval laat wit 30.30-24!, 31.29-23, 32.40-34 en 33.45x14 + volgen. Zwart kan zijn tegenstander dus niet meer van het strategische veld 24 afhouden, met alle rampzalige gevolgen van dien.

29...7-11 30.30-24! 12-17 31.42-38(!)

Dit lijkt inderdaad nauwkeuriger dan meteen 31.32-28 1-6. Bovendien behelst 31.42-38 een giftige lokzet, want op het voor de hand liggende 31...17-21? zou wit nu toeslaan met 32.37-31!! en 33.29-23!! met dam annex vernietigende rondslag.

31...8-12* 32.32-28!

Nu pas.

32...1-6 33.38-32! 17-21 34.47-41!

Zwart wordt systematisch van elk tegenspel beroofd.

34...20-25 35.48-42!

Zie diagram 1

35...13-19

De positioneel totaal overspeelde Gantwarg neemt zijn toevlucht tot een wanhoopscombinatie die nog een spannend afspel tot gevolg heeft . Een zinniger verdediging was inderdaad niet te bedenken. Dit temeer daar het inventieve dubbeloffer 35...2-8 36.28-23! (maar 36.39-33 is hier eveneens toereikend) 36...12-17(!!) 37.23x3 13-18 38.3x20 25x14 faalt op een (dubbel!) tegenoffer: 39.29-23!! 18x20 40.36-31(!) +.

36.24x22 12-18 37.22x13 26-31 38.37x17 11x35 39.29-23 25-30 40.42-38! 30-34 41.38-33!

Wit is precies op tijd om de doorbraak-dreiging 41...35-40 te ontzenuwen (42.33-29!).

41...15-20 42.32-28! 20-24 43.27-22! 24-29?!

Ten koste van een tweede schijf baant Gantwarg zich alsnog een weg naar dam. Hij zal echter in een verloren eindspel terecht komen. Daarom had zwart zijn heil beter in 43...35-40(!!) 44.33-29 24x33 45.28x30 40-44 kunnen beproeven.

44.33x24 34-39 45.24-19 14-20 46.13-9 39-43 47.9-3!

Krajenbrink koestert terecht geen vrees voor de komende afwikkeling naar een 5x4 eindspel.

47...43-48 48.3x25 35-40 49.45x34 48x27

Gantwarg heeft zijn materiële achterstand (weer) tot één schijf weten terug te brengen, maar daar is dan ook alles mee gezegd. In het vervolg laat Krajenbrink zijn grote tegenstander volmaakt kansloos:

50.23-19!

Op weg naar tweede dam.

50...27-21

50...16-21 geeft geen beter resultaat na 51.19-14 27-4 52.41-37 (dreigt 53.36-31! en 54.28-22 +) 52...4-15 53.25-48! 21-27 (want ditmaal dreigde er 54.14-10! enz.) 54.37-31! 15-4 55.31x22 4x27 56.48-26(!) en nu bijvoorbeeld nog 56...27-4 57.26-31! 4-15 58.14-10! +.

51.19-14 21-17 52.14-10

Wit kijkt niet op een schijfje meer of minder, zolang hij maar vier stukken overhoudt.

52...17x33 53.25-3!

Zie diagram 2

Nog voordat hij een tweede dam haalt, brengt Krajenbrink de ijzersterke diagonaal 26/3 onder controle. Daardoor speelt hij in zekere zin met drie stukken méér.

53...33-42 54.10-5

Want 54...42-26 is tòch uitgeschakeld (55.36-31! +).

54...42-48 55.3-26 48-34 56.41-37 34-45 57.37-32 45-1 58.32-27!

Tegen de dreigende damvangst heeft zwart nu geen serieus verweer meer. Gantwarg deed nog even 58...2-7 maar gaf het tegelijkertijd op, zonder een antwoord als 59.26-17 + af te wachten.

Meer over