Krachtproef voor Maliki en Obama

Het Iraakse leger moet bewijzen verantwoordelijkheid te kunnen dragen voor de veiligheid in de steden. Belangrijker nog is politieke verzoening.

In een veld buiten de grote sjiitische wijk van Bagdad, Sadr City, voerden vijf jaar geleden een handvol Amerikaanse instructeurs een nachtpatrouille uit met een Iraakse eenheid. De Amerikanen gaven de Irakezen een constante stroom van vermaningen. ‘Geweer naar buiten.’ ‘Om je heen kijken.’ ‘Op je knie zitten.’ ‘Hé, niet roken!’ Maar het was al te laat. Binnen een paar tellen stond een groot deel van het kurkdroge veld in brand en waren de militairen duidelijk voor iedereen zichtbaar.

‘Dit is niet een kwestie van een paar jaar’, verzuchtte een Amerikaanse officier toentertijd over het opzetten en trainen van een nieuw Iraaks leger. ‘We moeten hier zeker een decennium blijven.’

Zo lang heeft het dus niet geduurd. De Amerikaanse troepen hebben de afgelopen jaren stukje bij beetje de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in het land overgedragen aan de Irakezen en zijn vanaf dinsdag uit de steden weg.

Ze blijven wel nog aanwezig op grote bases buiten de bebouwde kom, maar uiterlijk eind 2011 moeten alle troepen het land uit zijn. Tot die tijd kunnen ze in de steden alleen ingrijpen als de Iraakse overheid hun om hulp vraagt. Op het platteland kunnen de Amerikanen slechts blijven opereren met toestemming van de Iraakse autoriteiten.

Politieke belangen
De stap komt tegemoet aan zowel Amerikaanse als Iraakse politieke belangen. De regering van premier Nouri al-Maliki eiste de gefaseerde terugtrekking in een overeenkomst die nog met de regering-Bush werd gesloten. Maliki wierp zich daarmee op als de verdediger van de Iraakse soevereiniteit. Hij heeft vandaag, 30 juni, tot nationale feestdag uitgeroepen, als symbolisch eind van de Amerikaanse bezetting die in 2003 begon.

Ook voor de Amerikaanse president Barack Obama is de terugtrekking een politieke noodzaak. Hij lost daarmee een campagnebelofte in en hoopt de gevechtseenheden al medio volgend jaar uit Irak terug te trekken.

Hoewel de veiligheid de afgelopen twee jaar sterk verbeterd is, blijft het onrustig en worden er nog steeds vraagtekens gezet bij de paraatheid van de Iraakse militairen en ordetroepen.

Bovendien hebben de afgelopen weken laten zien dat ondanks de opvoering van het aantal Amerikaanse troepen sinds 2007, de zogeheten surge, en ondanks een gedeeltelijke politieke verzoening de militanten nog keihard kunnen toeslaan. In een golf van aanslagen, onder meer met bommen in auto’s, zijn de afgelopen week 250 mensen gedood.

De Amerikaanse bevelhebber in Irak, Ray Odierno, zei dat de aanslagen bedoeld zijn om de ‘aandacht af te leiden van de successen van de Iraakse troepen’. De generaal sprak zijn vertrouwen in hen uit en zei dat het Iraakse leger klaar is voor zijn taak.

Rebellen
Volgens Faleh Abu Jaber, hoofd van het Iraakse centrum voor strategische studies in Beiroet, is het doel van de nieuwe golf van aanslagen tweeledig. ‘De rebellen willen bewijzen dat ze er nog zijn, dat de surge dus geen succes heeft gehad. En ze proberen het vertrouwen in de capaciteit van de regering om de veiligheid te garanderen te ondermijnen.’

Hoe het werkelijk is gesteld met de slagkracht van de regering zal echter pas over ruim een half jaar duidelijk worden. Dan, begin volgend jaar, zullen nieuwe verkiezingen zijn gehouden. Veel hangt af van de politieke ontwikkelingen, en niet van de kracht van leger en politie.

Menigeen denkt dat de regering de personele sterkte van de strijdkrachten sterk overdrijft. Bovendien moeten zij het stellen zonder goede communicatiemiddelen en zonder zware wapens of een luchtmacht van enige betekenis.

Op het politieke vlak is vooral van belang dat de door sjiieten gedomineerde regering goede banden blijft onderhouden met de soennitische ‘ontwaak’-bewegingen oftewel de ‘Zonen van Irak’. Deze soennitische groepen, vaak voormalige rebellen, spelen een cruciale rol in de strijd tegen Al Qaida en andere militanten.

De relaties van deze groepen met de regering lopen echter niet altijd soepel. Disputen over geld en politieke macht komen geregeld voor. Tegelijkertijd moet de regering de eigen sjiitische achterban stilhouden, en dan vooral de aanhangers van de radicale anti-Amerikaanse leider Moqtada al-Sadr.

Zowel voor Maliki als voor Obama staat veel op het spel. Het zou rampzalig zijn voor hun geloofwaardigheid als de Amerikaanse troepen opnieuw op grote schaal zouden moeten ingrijpen. Vooral de Iraakse premier zal er alles aan doen om dat te voorkomen.

Meer over