Krachtmeting met Amerikanen over strafhof duurt voort

Onderhandelen over de prijs van een auto met iemand die tóch niet van plan is te kopen: iets dergelijks vindt deze maand plaats in New York, met de Verenigde Staten in de rol van de niet-koper, en als auto het Internationaal Strafhof....

Van onze verslaggever Rob Vreeken

Het lijkt vrijwel uitgesloten dat het tijdens de diplomatieke onderhandelingen de komende weken goed komt tussen Washington en het permanente wereldtribunaal voor misdrijven tegen de menselijkheid, genocide en oorlogsmisdaden. 'Die kans is nihil', zegt een westerse diplomaat.

Anderen zien een zeer geringe mogelijkheid dat de VS aan boord getrokken kunnen worden, tot uiterlijk eind december. Daarna begint het presidentieel campagnejaar. 'Dat de Amerikanen inbinden kunnen we dan wel vergeten', zegt mensenrechtenactivist Jelena Pejic. 'En als George Bush jr. president wordt zullen we helemáál worden verneukt.'

Voor een instituut dat al baanbrekend en revolutionair is genoemd, heeft het Internationaal Strafhof een merkwaardige eigenschap: het bestaat niet. Weliswaar werd in juli vorig jaar te Rome het statuut van het hof vastgesteld, en weliswaar werd Den Haag aangewezen als vestigingsplaats, maar aanklager en rechters kunnen pas aan het werk wanneer het statuut is geratificeerd door zestig landen. Zo ver zal het op zijn vroegst in 2002 zijn.

Van de negentig landen die het statuut hebben getekend, hebben er slechts vijf ook geratificeerd. Ratificatie is een ingewikkeld proces. In de meeste landen moet fors aan wetten worden gesleuteld.

Tijd en expertise ontbreken soms. Zo moeten enkele Oost-Europese landen tegelijkertijd hun wetgeving afstemmen op de regels van de Europese Unie. Human Rights Watch geeft technisch advies aan regeringen die willen ratificeren. Richard Dicker, jurist bij HRW: 'Polen is een uitgesproken voorstander van het strafhof, maar het heeft zijn handen vol aan het aanpassen van de wetgeving aan Brussel.'

Volgend jaar komen er vermoedelijk 20 tot 28 ratificaties, zegt Bill Pace, voorzitter van de Internationale Coalitie voor een Internationaal Strafhof, Het jaar daarop 20 tot 35. Het aantal van zestig komt dan in zicht.

'En dan te bedenken', zegt Pace, 'dat ik vóór Rome nog te horen kreeg dat ik het strafhof tijdens mijn leven nooit zou meemaken, mijn kinderen evenmin en zelfs mijn kleinkinderen niet.'

Maar Pace zal het bij leven en welzijn wél meemaken. Zoals hij ook mocht beleven dat in Rome een groep 'gelijkgezinde' landen, waaronder Nederland, in nauwe samenwerking met zijn eigen coalitie van niet-gouvernementele organisaties de onderhandelingen wisten te sturen in de richting van een enigszins gekortwiekt, maar zeer werkbaar strafhof.

De grote dwarsligger in Rome was de Amerikaanse delegatie. Washington wilde via de Veiligheidsraad greep houden op de activiteiten van de aanklager. En vooral wilde Washington uitsluiten dat ooit een Amerikaanse soldaat voor de Haagse rechters zou kunnen verschijnen.

Hoewel de VS tegenstemden, samen met zes andere landen, kunnen zij gewoon weer aanschuiven bij de diplomatieke conferenties waarop de details van het statuut nader worden ingevuld, zoals over de regels van strafvordering en de exacte inhoud van de misdrijven. De derde ronde is deze week in New York begonnen en duurt drie weken. Op 30 juni 2000 moet het werk klaar zijn.

Van het 'actieve verzet' tegen het strafhof waarmee de VS in Rome dreigden, is in de conferenties weinig te merken. Wel proberen zij het statuut alsnog in hun richting bij te buigen, zeggen waarnemers.

'Sommige van hun voorstellen zouden de definitie van de misdrijven ernstig inperken', aldus juriste Jelena Pejic van het Lawyers Committee for Human Rights. 'Ze vinden bijvoorbeeld dat genocide ''wijd verspreid en systematisch'' moet zijn. Het Genocideverdrag kent zo'n beperking niet.'

Waar het op neerkomt is dat de 'gelijkgezinden' hun krachtmeting met de VS over de rechtsmacht van het hof gewoon voortzetten. 'Maar met één belangrijk verschil met Rome: we hébben nu een statuut', zegt Richard Dicker. 'En een overweldigende meerderheid van de staten is vastbesloten het verdrag overeind te houden. De conferentie van afgelopen zomer in New York was afgeladen vol. Men beseft dat het hof er komt, men beseft het grote belang, en men wil er bij zijn.'

De onderhandelingen met de Amerikaanse delegatie worden van beide zijden met ingetrokken stekels gevoerd. De gelijkgezinden beseffen dat het hof zonder deelname van het machtigste land ter wereld niet optimaal kan functioneren. En in de regering-Clinton overheerst kennelijk de opvatting dat de banden met het strafhof niet doorgesneden moeten worden.

Dicker: 'Mensenrechten zijn voor de VS belangrijk. Maar nu staat Amerika opeens buiten het belangrijkste mensenrechteninstrument in tientallen jaren. Sommigen in de regering vinden dat beschamend. Zij zien in dat het hof er - met of zonder VS - toch wel komt, en dat de trein straks vertrekt zonder hen.'

Dicker en Pace hebben waardering voor de 'constructieve' manier waarop de Amerikaanse delegatie het afgelopen jaar heeft meegepraat. Maar de vraag blijft wringen: moeten we concessies doen als de VS ook mét concessies niet meedoen?

'Het antwoord is simpel', zegt de westerse diplomaat. 'We dóen geen concessies. De bereidheid om na Rome nog verder afbreuk te doen aan de rechtsmacht van het hof, is nul. De voorstellen die de VS tot nu hebben gedaan, zijn afgewezen. Maar we moeten ze wel betrokken houden. Het beste waarop we kunnen hopen is een houding van benign neglect - welwillend negeren.'

Meer over