Kraamkamer van het Nederlandse succes

Het Nederlands honkbalteam werd in oktober wereldkampioen, dé verrassing van 2011. Waar zitten de roots van dat succes?

VAN ONZE VERSLAGGEVER JEAN MENTENS

AMSTERDAM - Curaçao is de kraamkamer van het Nederlandse honkbalsucces. Vijf spelers die de finale op het WK winnend afsloten, zijn op het eiland geboren. Dat is opmerkelijk. Elders op de Antillen was honkbal altijd al populair, zo niet op Curaçao.

'Tot in de jaren zestig was voetbal hier de sport. Dat veranderde pas met de promotie naar de hoofdklasse van de Blue Hawks, een ploeg die voor het merendeel werd bevolkt door de jeugd van Otrabanda (een arme volkswijk in Willemstad, red.). Langzaam maar zeker werd honkbal hier de grootste sport.'

Alvin Fichi Fléming is een gevierd honkbalpionier op Curaçao. Hij was in de jaren zeventig voor zowel de Curaçaose als de Antilliaanse selectie derdehonkman. Daarna werd hij coach, later manager van Curaçao en van het Antilliaanse nationale team. Zijn enthousiasme is zo aanstekelijk dat hij je als het ware meeneemt naar een zinderend stadion.

Wedstrijden van de Blue Hawks groeiden uit tot een groot spektakel met veel muziek. Kort daarna kregen de Hawks op het hoogste niveau gezelschap van de Wildcats Felipe II. Muzikaal gezien was dat een overtreffende trap met een heuse band in het stadion.

Fleming: 'De clubs hebben allemaal hun wortels in de populaire wijken van Willemstad. Door de sfeer in het stadion werd honkbal niet alleen een sport voor de jongeren, maar een dagje feest voor de hele familie. Er was nog geen televisie, er was geen computer, je had honkbal. Er werden vier wedstrijden op een dag gespeeld, de mensen kampeerden de hele dag in het stadion met eten, drinken en muziek. De sport groeide als kool.'

De grootste talenten maakten de overstap naar de Amerikaanse profcompetitie. Vooral Hensley 'Bam Bam' Meulens, de eerste Curaçaoënaar in de Big League, groeide uit tot een volksheld. Hij speelde in de jaren tachtig bij topploeg New York Yankees.

'Scouts uit Amerika kwamen naar Curaçao, op zoek naar talent. De interesse voor baseball groeide onder de jeugd. Alle kids droomden ervan te worden ingelijfd door een grote club. Dat gebeurde in 1993: de Atlanta Braves hadden belangstelling voor Andruw Jones, een jongen van 16 uit Brievengat.'

Jones schopte het in de jaren negentig tot de World Series, het walhalla van het wereldhonkbal. Hij sloeg in twee opeenvolgende slagbeurten een homerun.

'In de VS stond iedereen perplex en Curaçao veranderde in een gekkenhuis van vreugde. Dat was de definitieve doorbraak van honkbal. Iedereen liep rond met petten of shirts van de Atlanta Braves. Andruw Jones werd een idool, een rolmodel.'

Op dit moment spelen zeven Curaçaoënaars in de Major League, één speelt in de hoogste Japanse klasse. Tussen de dertig en veertig sporters van het eiland spelen in de lagere Amerikaanse profcompetities. Veel talenten vertrekken jaarlijks met studiebeurzen naar Amerika om honkbal te spelen in universiteitsteams.

Vorige maand besloot de internationale honkbalfederatie Curaçao te erkennen als zelfstandige natie. Daardoor hoeven Curaçaose honkballers zich niet langer onder Nederlandse vlag te scharen. Voortaan is dat dus een keuze. De erkenning geldt overigens niet de Olympische Spelen. Met de statutaire opheffing van de Antillen beschouwt het IOC Antillianen als Nederlanders.

Thaikaidzwa Doran, secretaris van de Curaçaose honkbalbond, zou het niet meer dan normaal vinden als Curaçaos talent aantreedt voor Nederland. 'Kun je ze kwalijk nemen dat ze kiezen voor goede infrastructuur, goede begeleiding en goede verzorging? Het gaat er om dat die jongens als atleet kunnen schitteren en dan doet de vlag waaronder dat gebeurt er weinig toe.'

Curaçao denkt aanbod genoeg te hebben om toch goed voor de dag te komen. Doran: 'Er is zoveel talent dat we, zelfs met al die Curaçaose spelers in de Nederlandse ploeg, nog gemakkelijk zelf een topteam kunnen samenstellen.'

ÇAO

ç

undefined

Meer over