Koude Oorlog over patenten in de technologie

Bedacht om innovatie aan te jagen en uitvinders te beschermen, zijn patenten verworden tot wapentuig van de grote technologiebedrijven. In een eindeloze reeks rechtszaken bestoken zij elkaar met megaclaims voor patentschending.

WOUTER KEUNING

Alles op alles zette Google toen in augustus bekend werd dat Motorola zijn mobiele telefoontak wilde verkopen. Het Californische bedrijf wilde het mobiele telefoonconcern kostte wat kost inlijven. In juli dit jaar had Google al naast de zesduizend patenten uit de failliete boedel van het Canadese telecombedrijf Nortel gegrepen. Google verloor toen van een bizarre coalitie van Apple, Microsoft, RIM en Sony Ericsson, die gezamenlijk 4,5 miljard dollar betaalden voor Nortel-patenten.

Voor Motorola haalde Google het astronomische bedrag van 12,5 miljard dollar (ruim 9 miljard euro) uit zijn oorlogskas en won daarmee de biedingsstrijd van een groot aantal andere geïnteresseerden. Voor dat geld kreeg het bedrijf, dat traditioneel een nogal karig eigen patentenportfolio heeft, zeventienduizend patenten in handen, plus nog eens 7.500 patenten die zich in de aanvraagprocedure bevinden.

Topman Larry Page liet na de overname op het bedrijfsblog van Google geen misverstand bestaan over de gedachte achter de overname: 'De overname van Motorola zal ons patentportfolio versterken en ons in staat stellen om Android (het mobiele besturingssysteem van Google, red.) te beschermen tegen concurrentiebedreigingen van Microsoft, Apple en andere bedrijven', aldus Page.

De hoge prijs die Google betaalde voor de patenten (kenners zeggen dat Google met meer dan 7 ton dollar per patent zes tot tien keer de gebruikelijke prijs betaalde), is een indicatie van het enorme belang dat bedrijven momenteel hechten aan een groot en inhoudelijk goed patentenportfolio, zegt ict-jurist en patentenspecialist Arnoud Engelfriet. Vorige maand verklaarde James Malackowski, bestuursvoorzitter van Ocean Tomo dat onder meer patenten veilt, tegenover persbureau Reutersdat er de afgelopen tijd 'duidelijk sprake is geweest van een stijgende lijn in de prijzen die worden betaald voor patenten'.

Het belang van patenten voor grote technologiebedrijven is in de laatste jaren enorm geworden. De spelers op de markt bestoken elkaar niet langer alleen met de nieuwste smartphones, de mooiste winkels en de grootste marketingbudgetten, maar de strijd heeft zich meer en meer verplaatst naar rechtbanken wereldwijd.

Geen zichzelf respecterend technologiebedrijf laat zich onbetuigd op het slagveld waar de patentenoorlog wordt uitgevochten; Samsung en Apple vechten er een bittere strijd met elkaar uit, HTC en Apple, Oracle en Google, Ericsson en Microsoft, Motorola en Microsoft, ze zijn allemaal van de partij.

Vrijdag boekte Apple weer een kleine overwinning in zijn strijd met Samsung. De Europese Commissie maakte bekend dat het een vooronderzoek heeft ingesteld naar mogelijk machtsmisbruik van zijn patenten op het gebied van 3G-technologie, de derde generatie technologie voor mobiel internet.

Naar aanleiding van de bikkelharde strijd in patentenland klaagde Kent Walker, topadvocaat van Google, onlangs in The New York Times: 'Kijk eens hoever we zijn afgedreven van de oorspronkelijke notie van innovatie, dat we inmiddels allemaal patenten moeten aanschaffen om onszelf te beschermen tegen potentiële rechtszaken.'

Die woorden vatten de klacht die veel breder leeft, kernachtig samen: ooit bedacht om innovatie aan te jagen en uitvinders te beschermen, zijn patenten inmiddels verworden tot wapentuig waarmee 's werelds grootste bedrijven elkaar bestoken. Funest voor de innovatie en slecht voor uitvinders.

Engelfriet, die partner is bij het juridisch adviesbureau ICTRecht, vergelijkt de opbouw van patentenportfolio's door bedrijven met de wapenwedloop die het Westen en het Oosten met elkaar voerden tijdens de Koude Oorlog. 'Bedrijven bouwen hun patentportfolio's momenteel voornamelijk uit om een rechtszaak te kunnen beginnen tegen partijen die hen voor de rechter brengen vanwege het schenden van hún patenten. Een schikking is in de meeste gevallen dan de best haalbare uitkomst voor beide partijen.'

Engelfriet ziet meerdere oorzaken voor het recente felle ontbranden van de strijd. In de eerste plaats spelen juridische ontwikkelingen een rol. De octrooispecialist wijst op een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof in juni van dit jaar. Het hof veroordeelde Microsoft tot het betalen van 300 miljoen dollar voor het schenden van patenten van het softwarebedrijf i4i.

'De uitspraak kwam er op neer, dat het patent van i4i geldig was omdat Microsoft geen 'helder en overtuigend' bewijs had van het tegendeel. Tegelijkertijd hoefde i4i slechts aan te tonen dat het 'waarschijnlijk' is dat Microsoft het patent van i4i schendt om het verbod toegewezen te krijgen. Patenthouders hebben sinds die uitspraak een veel sterkere positie en maken meer kans zaken die ze aanspannen te winnen. '

Toast

Een tweede belangrijke oorzaak is gelegen in het enorme aantal patenten dat wereldwijd in omloop is. De jurist wijst in dat kader op het Amerikaanse patentensysteem. Dat is volgens hem, en vele anderen, in de jaren rond de internethype (eind jaren negentig tot begin 2000) feitelijk ontploft. 'Iedere ondernemer vroeg patenten aan voor elke zogenaamde vondst. En aangezien er in die periode duizenden en duizenden patenten werden aangevraagd en de technologische ontwikkeling waanzinnnig snel ging, sneller dan het patenbureau kon bijhouden, zijn er in die periode ontzettend veel patenten verleend die achteraf nooit afgegeven hadden moeten worden. Ofwel omdat ze eerder al gepattenteerd waren ofwel omdat het onzinpatenten ging.'

'Er werden eindeloos leuke ideetjes gepattenteerd in die periode', zegt ook patentadvocaat Rick McLeod in een recente uitzending van het Amerikaanse radioprogramma This American Life. 'Terwijl patenten van oorsprong waren bedoeld om doorbraaktechnologieën vast te leggen en te beschermen tegen kopiëren.' Een van de bizarste voorbeelden die McLeod is tegengekomen is een patent op toast, vertelt hij. 'Dat is dan omschreven als een manier om brood te verversen.' Ook Engelfriet kent dit soort voorbeelden; 'Ik heb een keer een patent gezien op het online verkopen van visvoer.'

In de uitzending noemt McLeod een derde oorzaak van het ontsporen van het systeem: de keuze van de Amerikaanse wetgever in 1998 om software patentwaardig te maken - iets wat in Europa een stuk moeilijker ligt. 'Software werd altijd gezien als een taal. Daar kon je copyright op krijgen, maar je kon het niet patenteren.' Stefan Brunner, die jarenlang zelf softwarepatenten schreef, zegt in de betreffende radio uitzending: 'Softwarepatenten gaan nergens over. Ik heb ze zelf jaren gefabriceerd, maar kan je niet zeggen waar het over gaat. De keuze om software patentwaardig te maken, is alleen maar schadelijk geweest voor de innovatie.'

Net zo schadelijk, stellen meerdere kenners, is tot slot de snelle opmars geweest van zogenaamde patenttrollen; partijen die zelf niets maken of uitvinden, maar louter bestaande patenten opkopen van individuele uitvinders of van bedrijven met als enige doel rechtszaken te kunnen beginnen tegen elke partij die mogelijk inbreuk maakt op die patenten. Engelfriet: 'Het zijn partijen die tolhokjes bouwen op plekken waar nog geen weg ligt, maar waarvan ze weten dat anderen er wel een weg gaan bouwen. En als dat eenmaal gebeurd is, gaan zij tol vragen aan elke gebruiker van die weg.'

Patenttrol

Veruit de bekendste patenttrol - het bedrijf zelf ontkent uiteraard een trol te zijn - is het Amerikaanse Intellectual Ventures, opgericht door Nathan Myhrvold, voormalig technologisch directeur van Microsoft. In de loop van de jaren verzamelde het bedrijf 30 duizend patenten en verdiende met rechtszaken, schikkingen en afgedwongen licentieovereenkomsten ruim 2 miljard dollar. Dat 'succes' is niet onopgemerkt gebleven; vele partijen hebben het businessmodel van Intellectual Ventures met succes gekopieerd.

Over de oplossingen voor het probleem lopen de meningen niet al te ver uiteen. Hoewel wetswijzigingen zeker zouden helpen, wordt daar nog niet al te veel over gerept. Te ingewikkeld, roept menigeen. Vooral het aantal patenten moet omlaag, door de toekenning veel strikter te maken. Patenten moeten alleen weer verleend worden aan unieke doorbraaktechnologiën. 'Het zit 'm vooral in de kwaliteit van de patenten en de patenttoekenning. Die moet omhoog', zegt een Nederlandse uitvinder, die niet met zijn naam in de krant wil omdat hij in de VS in een aantal rechtszaken over patentschending is verwikkeld. 'En het proces moet sneller omdat de technologische ontwikkelingen nou eenmaal snel gaan. Dat geldt trouwens niet alleen voor de VS, maar ook voor de EU. In Europa ben ik al elf jaar bezig om een patent geregistreerd te krijgen en dat is er nog steeds niet van gekomen omdat het patentbureau enorme achterstanden heeft.'

'De kwaliteit moet beter', zegt ook jurist Engelfriet. 'Er moeten bijvoorbeeld meer waarborgen worden ingebouwd in het systeem. Het zou bijvoorbeeld moeilijker gemaakt kunnen worden om patenten te krijgen op kleine verbeteringen. Op die manier wordt nu nog vaak de beschermingsduur van patenten verlengd.' Nog een suggestie: 'Er zou gekeken kunnen worden naar het merkenrecht, waar de regel geldt dat je een recht na verloop van tijd automatisch verliest als je het niet gebruikt.'

En de verliezer van de patentenstrijd is... de uitvinder

De grootste verliezers van de patentoorlog zijn de mensen voor wie patenten ooit werden uitgevonden; uitvinders. Mike Lee, een Amerikaanse Amsterdammer die apps ontwikkelt, weet er alles van. Net als veel andere kleine appontwikkelaars ontving hij eerder dit jaar een brief van de Amerikaanse patenttrol (een bedrijf dat zelf niks uitvindt, maar patenten opkoopt van derden om vervolgens geld te verdienen via rechtszaken) Lodsys. Dat bedrijf zou een patent hebben op het concept van in-appaankopen en in-appreclame.

Iedere appontwikkelaar die een dergelijke toepassing in zijn app bouwt, moet daarmee stoppen of licentiegelden gaan betalen aan Lodsys, daar kwam de brief op neer. Het op een rechtszaak laten aankomen, zou funest zijn voor de kleine ontwikkelaars. Maar ook het betalen van licenties voor dit soort patenten zou voor eenpitters een flinke aderlating zijn. 'Het zal niet het eind zijn van mijn bedrijf, maar het is superdemotiverend en slecht voor de innovatie', laat Lee per e-mail weten.

Ook een andere Nederlandse uitvinder, die niet met zijn naam in de krant wil omdat hij verwikkeld is in meerdere patentrechtszaken in de Verenigde Staten, dreigt te worden vermalen in de strijd. Meerdere partijen boden hem de afgelopen jaren tonnen voor een aantal patenten op door hem bedachte vindingen. Aangezien een aantal van de door de Nederlander gepatenteerde vondsten wereldwijd veelvuldig worden gebruikt door grote bedrijven, denkt hij meer geld te kunnen verdienen door die bedrijven te laten betalen. Alleen omdat hij een geldschieter heeft gevonden die gelooft in zijn patenten, kan hij die strijd ook voor de rechter te voeren.

Meer dan op de trollen richt de woede van de uitvinder zich op de grote bedrijven. 'Die hebben de meeste boter op hun hoofd', zegt hij. 'Als een patent van hen geschonden wordt, staan ze meteen voor de rechter. Maar denk maar niet dat ze iets van zich laten horen als jij als kleine patenthouder bij ze aanklopt over inbreuk op jouw patent.'

Hij noemt sommige trollen zelfs beter voor kleine uitvinders dan de grote technologiebedrijven. 'Het zijn wel puur financiële sukkels en je krijgt via die trollen veel minder geld dan waar je recht op hebt, maar als zij jouw patent namens jou onder licentie willen verkopen, zijn dat altijd nog meer inkomsten dan niks.'

Appontwikkelaar Mike Lee wil zich niet bij de macht van zijn aanvaller neerleggen. Hij heeft troepen onafhankelijke ontwikkelaars verzameld en probeert met de Appsterdam Legal Foundation een stok tussen de deur te krijgen bij politici in Washington. 'Nu overleven we dit nog wel, maar als dit parasitaire businessmodel eenmaal volledig gelegitimeerd en geaccepteerd wordt door overheden, hebben we allemaal een probleem. Dan verdient een heel klein clubje, slimme en hebzuchtige mensen enorm veel geld over de rug van een hele grote groep anderen.'

Motorola Devour

Onder meer dit toestel voor de Amerikaanse markt zou inbreuk maken op patenten van Apple. Die patenten beschrijven allemaal onderdelen van de zogenaamde multitouch-technologie, waardoor een touchscreen onderscheid kan maken tussen aanraking door een of meer vingers.

Nokia e72

Het toestel schond volgens Apple een van zijn patenten. Het betrof een visueel effect aan de onderkant van het scherm tijdens het scrollen door internetpagina's.

Apple Iphone 4

Apples vlaggenschip maakt volgens Nokia gebruik van gepatenteerde vondsten van Nokia. De patenten hebben betrekking op gsm- en umts-standaarden.

Samsung Galaxy S

Werd in de zaak van Apple tegen Samsung genoemd als een van de apparaten die inbreuk maakten op een patent van Apple. Dat patent heeft betrekking op het scrollen door een fotogalerij.

undefined

Meer over