Kotter verging door ongunstige samenloop van omstandigheden

De Nederlandse viskotter Anne Jenny is volgens de Raad voor de Scheepvaart door een ongelukkige samenloop van omstandigheden vergaan. Het schip zonk op 14 april van het vorig jaar voor de kust van Schiermonnikoog....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

De Raad oordeelt na uitgebreid onderzoek dat het kapseizen te wijten is aan onvoldoende stabiliteit in combinatie met overkomende zeeën en zware slingeringen. De zware zeegang en de te grote snelheid, waarbij het schip kan gaan 'snijden' in zee en golven speelden ook een rol, net als het ongunstige tijdstip van aanlopen, de stormachtige noordwestelijke wind en de lopende eb in een van de gevaarlijkste zeegaten van de Nederlandse kustwateren, het Westgat.

Na de ramp is er veel kritiek geuit op het langzaam op gang komen van de hulpactie. Bovendien werd gesuggereerd dat de ramp voorkomen had kunnen worden als de vuurtoren van Schiermonnikoog bemand was geweest. De Raad voor de Scheepvaart is van oordeel dat de kans dat de opvarenden gered hadden kunnen worden als het plotselinge verdwijnen van de Anne Jenny op de vuurtoren zou zijn waargenomen, uiterst gering was.

Over de gang van zaken rond het beginnen van de hulpactie is de Raad uitvoeriger. De chef van de wacht van het Kustwachtencentrum IJmuiden kreeg om 6.08 uur via een telex van het grondstation Toulouse een alarm van de Anne Jenny. Dit bericht bevatte geen positie. Omdat er regelmatig noodsignalen worden uitgezonden zonder positie door het speciale signaleringsapparaat, en dit vaak valse meldingen zijn, wordt er zonder verdere gegevens nog geen hulpactie gestart. Wel waren er in Lauwersoog, Delfzijl en Eemshaven inlichtingen gevraagd over de positie van de kotter. Dat had echter niets opgeleverd.

Omdat het schip echter ook niet in een haven lag werd om 7.30 uur een helikopter opgedragen de Waddenzee en het Noordzeegebied ten noorden van de Waddeneilanden af te zoeken. Deze steeg om 8.10 uur op. Een uur later was de plek gevonden waar de kotter gezonken was. Inmiddeels waren er nieuwe noodsignalen opgevangen. Dat dit pas ongeveer tweeëneenhalf uur na het voltrekken van de ramp gebeurde, moet worden geweten aan het feit dat het signaleringsapparaat direct na de eerste melding door het schip onder water is getrokken.

De Raad voor de Scheepvaart vindt dat indien er, zoals bij de Anne Jenny het geval was, wijzigingen worden aangebracht die de stabiliteit van het schip zouden kunnen beïnvloeden, de eigenaar-reder dit moet melden aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, die zonodig een stabiliteitsproef laat uitvoeren.

Het kustwachtcentrum moet een procedure vaststellen voor het ondernemen van actie en zich te beraden op de wijze van informatievoorziening aan deelnemende eenheden bij een hulpactie.

Meer over