Kostunica wint zijn eerste slag

Nebosja Pavkovic trad dinsdagavond toch af als chefstaf van het Joegoslavische leger. Dat is de eerste overwinning van de Joegoslavische president Kostunica op zijn aartsrivaal, de Servische premier Djindjic....

Vojislav Kostunica, president van Joegoslavië, heeft de nog door Milosevic benoemde legerleider Nebosja Pavkovic, naar wie een onderzoek loopt van het Joegoslavië-Tribunaal, ontslagen. Het lijkt een logische stap.

Pavkovic is een epigoon van het oude regime. Kostunica wil de Joegoslavische strijdkrachten 'democratiseren'. Het ontslag per presidentieel decreet - in de Opperste Defensieraad weigerden de presidenten van Servië en Montenegro, respectievelijk Milutinovic en Djukanovic, ermee akkoord te gaan - werd met instemming ontvangen door de EU en de VS.

Maar met een afrekening met het verleden heeft de verwijdering van Pavkovic nagenoeg niets te maken. Vojislav Kostunica, een klassiek dogmatische nationalist, staat nog steeds volledig achter Pavkovic' optreden tijdens de Kosovo-oorlog. Na de val van Milosevic - waarin Pavkovic had geweigerd het leger in te zetten - waren de twee natuurlijke bondgenoten.

Kostunica was ook in toenemende mate aangewezen op steun van het leger. Andere segmenten van de samenleving, inclusief het politieapparaat, werden al snel gedomineerd door bondgenoten van zijn politiek veel sluwere aartsrivaal, de Servische premier Zoran Djindjic.

Toen Kostunica precies een jaar geleden Djindjic' uitlevering van Milosevic als illegaal bestempelde, vond hij Pavkovic aan zijn zijde. Daags na de uitlevering kreeg Pavkovic door Kostunica nog een hoge onderscheiding opgespeld.

Maar ergens in de tweede helft van 2001 moet het tot een vertrouwensbreuk zijn gekomen. In maart dit jaar ontpopte Pavkovic zich als een feitelijke bondgenoot van Djindjic. In de aanloop naar een nieuwe deadline van het Haagse tribunaal arresteerde de Joegoslavische militaire inlichtingendienst KOS Pavkovic' voorganger Perisic - een cruciale bondgenoot van Djindjic - in gezelschap van een Amerikaanse diplomaat. Kostunica's boodschap was simpel: Perisic - in 1998 door Milosevic vervangen door Pavkovic - en Djindjic verkopenstaatsgeheimen aan de VS.

Tot ieders verrassing koos Pavkovic nu de zijde van Djindjic. De legerleider zei niet over de actie van KOS geïnformeeerd te zijn, daarmee aangevend dan wel suggererend dat de militaire inlichtingendienst opereert onder directe orders van Kostunica. Een mogelijke reden voor deze omslag was dat Pavkovic een bondgenootschap met Djindjic zag als een betere garantie tegen een eventuele uitlevering aan het tribunaal .

Op 1 april blokkeerde de Opperste Defensieraad Kostunica's voorstel Pavkovic te ontslaan. Afgelopen maandag herhaalde die situatie zich. Ditmaal werd de weigering van de raad echter 's avonds gevolgd door een presidentieel decreet. Daarin werd Pavkovic vervangen door Kostunica's vertrouweling Branko Krga. Pavkovic bestempelde het decreet onmiddellijk als 'persoonlijke wraak' van Kostunica en liet weten er geen gehoor aan te zullen geven. Zoran Djindjic stelde in een reactie dat het handelen van Kostunica 'het gezag van de staatsinstituten ondermijnt' .

In een poging wraak te nemen op Kostunica verkondigde Pavkovic dat de president hem op 7 juni vorig jaar had bevolen het gebouw van de Servische regering te bestormen. Pavkovic vertelde na middernacht in het kantoor van Kostunica te zijn ontboden. Ook het hoofd van KOS, generaal Aco Tomic, zou daar aanwezig zijn geweest. Kostunica en Tomic zouden er bij hem op hebben aangedrongen snel tot actie over te gaan omdat 'de veiligheid van het land' door toedoen van Djindjic 'in gevaar' zou zijn gebracht.

Pogingen van Pavkovic in de nacht van maandag op dinsdag de steun van de militaire elite te behouden, liepen evenwel op niets uit. Op dinsdagochtend zei de legertop in een geheime bijeenkomst zijn steun toe aan Kostunica. Dinsdagavond droeg Pavkovic zijn bevoegdheden officieel over. Daarmee was de eerste overwinning van Kostunica op Djindjic in een steeds slepender wordende politieke crisis een feit - ironisch genoeg in een bondgenootschap met de VS en de EU, normaliter de steunpilaren van Djindjic.

Meer over