Kosovo is geen Servische wieg

Kosovo is slechts een kwart van Nederland en bergachtig. Bij de Albanese grens wordt Kosovo erg onherbergzaam. Het delfstofrijke noorden vormt met zijn mijnen evenwel een groot economisch belang....

Kosovo is met meer dan twee miljoen mensen vrij dicht bevolkt. Van hen is 90 procent Albanees. De Serviërs voeren geen grootschalige etnische zuiveringen uit in het gebied. Zij weten dat ze geen twee miljoen mensen kunnen verjagen. De terreur heeft intimidatie als voornaamste doel.

De Servische claim op Kosovo dateert niet uit de Middeleeuwen, zoals zij zelf zeggen, maar uit de negentiende eeuw, toen de huidige 'natiestaten' ontstonden. De Serviërs hadden zich weliswaar rond 700 in Kosovo gevestigd en er veel kloosters gebouwd, maar benamingen voor het gebied als 'Oud-Servië' en 'de Servische wieg' zijn uitvindingen van negentiende-eeuwse nationalisten.

Na de invasie van de Turken in de veertiende en vijftiende eeuw werden veel Serviërs verjaagd en trokken Albanezen Kosovo binnen. Omdat velen van hen zich door de Turken tot de islam lieten bekeren, worden zij nog steeds door de Serviërs gezien als 'collaborateurs'. Ook omdat veel Kosovaren de Italiaanse fascisten verwelkomden die Kosovo in de jaren 1941-1945 bij Albanië voegden.

Behalve ten tijde van die vazalstaat van Mussolini heeft Kosovo nooit bij Albanië gehoord. De Serviërs veroverden Kosovo toen zij de Turken in 1912 verdreven. De Serviërs hadden toen al sinds 1878 hun eigen staat. Albanië ontstond pas in 1913.

De onderdrukking van de Kosovo-Albanezen is niets nieuws. Die begon meteen in 1912. Zij was hevig tussen de twee wereldoorlogen, maar nog heviger in periode 1946-1965, toen de als communist vermomde Groot-Serviër Rankovic er ongestoord zijn gang mocht gaan.

In het oude Joegoslavië keken niet alleen Serviërs neer op de Kosovo-Albanezen. Slovenen, Kroaten en Moslims mogen zich nu in mooie bewoordingen over hen uitlaten, vroeger vonden ook zíj de Kosovaren een primitieve, achtergebleven bende. Dat gold niet voor de Albanezen in Macedonië. Die werden beschouwd als veel 'beschaafder'. In het oude Joegoslavië was Kosovo het gebied met de laagste lonen en de hoogste werkloosheid.

Mede als reactie op het bewind van Rankovic gaf Tito Kosovo in 1974 provinciale autonomie. Die leidde tot een grote 'Albanese emancipatie'. In 1981 kwamen de bewonersvergeefs in opstand om van Kosovo een Joegoslavische republiek te maken à la Kroatië, Bosnië of Servië. In 1989 maakte Slobodan Milosevic aan de autonomie een einde.

De oorlog die in februari 1998 begon, kostte aan meer dan tweeduizend mensen het leven. Vele tienduizenden Albanezen sloegen op de vlucht en hielden zich, vaak tijdelijk, schuil in de bossen.

Meer over