Kosovo heeft tabak van staatkundig vagevuur

Een onafhankelijk Kosovo is niet langer taboe. VN-gezant Kai Eide bepleit gesprekken over de 'finale status'. De internationale gemeenschap vreest Albanees geweld....

Wie met een mobiele telefoon Kosovo binnenkomt, ontvangt de volgendesms: 'Welkom op het netwerk van Mobtel Serbia!'

In Kosovo heeft Servië al meer dan zes jaar geen gezag meer. Sindsde zomer van 1999 wordt deze op papier Servische provincie bestuurd doorde Verenigde Naties. Belgrado heeft alleen nog invloed in de enclaves waarServiërs na het vertrek van Milosevic' troepen naartoe vluchtten. Maar hetzijn simpele zaken als de sms'en van Mobtel Serbia en de landcode 381 dieiedereen er dagelijks aan herinneren dat Kosovo officieel nog steeds deeluitmaakt van Servië.

Dat moet niet lang meer duren, vindt de Albanese meerderheid, 90 à 95procent van de bevolking (sinds zomer 1999 zijn honderd- totdriehonderdduizend Serviërs verjaagd). Die Albanese meerderheid eist watzij al bijna twintig jaar eist: onafhankelijkheid.

Toen in Kosovo eind jaren tachtig een Servisch apartheidsregime vankracht werd, creëerden de Albanezen hun eigen, illegale parallelstaat. Inde tweede helft van de jaren negentig werd hun verzet tegen Belgradogewelddadig. Toen de NAVO voorjaar 1999 in hun voordeel intervenieerde,achtten zij hun uitbraak uit Servisch staatsverband een feit. Het was pasna het uitslapen van de roes die volgde op de viering van de uittocht vande Servische 'bezetter', dat tot hen doordrong dat de internationalegemeenschap niets voor onafhankelijkheid voelde, vooral vanwege angst voorgrenswijzigingen. Een onafhankelijk Kosovo zou maar eens illusies kunnenwekken bij andere, door nare regimes onderdrukte minderheden.

Het gevolg is dat Kosovo al meer dan zes jaar in een vagevuur verkeert.Op papier is het een Servische provincie, in de praktijk eenVN-protectoraat. Met dit protectoraat gaat het steeds slechter. DeVN-bestuurders klonteren samen in de sauna's en luxe restaurants van dehoofdstad Pristina, maar spelen weinig klaar. Ze zijn bij een arme, vanperspectief gespeende bevolking nauwelijks minder gehaat dan de stromannenvan Milosevic tot 1999.

De spanningen tussen Albanezen en achtergebleven Serviërs, die wordengezien als symbolen van Belgrado's blijvende invloed, zijn nog steedsgroot. In maart vorig jaar openden Albanese jongeren de aanval op zowel deovergebleven Serviërs als op het VN-bestuur. Servische huizen, kerken,kloosters en VN-jeeps gingen in rook op. Er vielen bijna dertig doden.

De radicale Kosovaarse activist Adem Demaci verklaarde in augustus ineen interview dat een heviger geweldsgolf te verwachten is alsonafhankelijkheid nog lang op zich laat wachten. In de met tapijtenbehangen espressobars die sinds 1999 tussen de flats van Pristina zijnverrezen, vindt bijna niemand dat Demaci overdrijft. 'Dit is onze grond',zegt Dardan Islami. 'Mijn ouders, grootouders en overgrootouders hebbenhier gewoond. We hebben in de jaren negentig voor onze bevrijdinggevochten. Er zijn tienduizend doden gevallen. En wat ben ik anno 2005? Eenfucking ingezetene van de Verenigde Naties. Kosovo heeft staatsgrenzennodig, een eigen politie die orde kan houden, leningen om het land op tebouwen, geen bergen VN-diplomaten die komen en gaan en niets doen.Natuurlijk komt er weer geweld als dit zo doorgaat.'

'Mensen hebben genoeg van de onzekerheid', zegt Brikenda Rexhepi,commentatrice van het dagblad Koha Ditore. 'Mensen hebben hier niets: geenwerk, geen inkomen, geen bescherming. Voor de meeste Albanezen is het netzo onveilig als voor de achtergebleven Serviërs. Het aantal door Albaneesvuur omgekomen Albanezen ligt nu hoger dan het aantal door Albanees vuuromgekomen Serviërs. Een heleboel dingen krijg je gewoon niet voor elkaarals niet duidelijk is welke status Kosovo heeft. Een land, een provincie,een protectoraat? Alleen met onafhankelijkheid is er kans op verbetering.Als die uitblijft komt het zeker tot geweld.'

Het probleem is dat over onafhankelijkheid geen onderhandelingenmogelijk zijn. Een 'definitieve status' waarin Kosovo geen deel meeruitmaakt van Servië, is voor Belgrado net zo onbespreekbaar als een statusbínnen Servië voor Pristina.

In haar verzet tegen onafhankelijkheid klampt de Servische regeringzich vast aan de Kosovo-Serviërs in de enclaves. Verschillende voor hengunstige voorstellen tot decentralisatie werden de afgelopen maanden doorBelgrado verworpen. Deelnemen aan nieuwe Kosovaarse instituten wordtServiërs door Belgrado al jaren ontmoedigd. Vorige maand raakte eenServische agent die deel uitmaakte van een nieuw, multi-etnisch Kosovaarspolitiekorps zwaar gewond. Pristina beschuldigde radicale, door Belgradogesteunde groeperingen, Belgrado militante Albanezen die geen Serviërs inhun politiekorps dulden.

Op de schaarse, door de internationale gemeenschap afgedwongenontmoetingen die tussen Serviërs en Kosovo-Albanezen plaatsvonden, blekenzij amper in staat elkaar de hand te schudden. Nu moeten zij gaanonderhandelen over iets waarover zij nooit overeenstemming zullen bereiken,mogelijk al eind deze maand.

'In de praktijk zullen ze helemaal niet met elkaar om de tafel gaanzitten', zegt de filosoof Skeljzen Malici, nippend aan dubbele espresso ineen koffiehuis in Pristina. 'De onderhandelingen zullen goeddeels wordengevoerd door internationale diplomaten die tussen Belgrado en Pristina open neer gaan reizen. Het compromis dat zij de partijen gaan opleggen, staatmin of meer vast. Kosovo krijgt een heel beperkte onafhankelijkheid onderleiding van de Europese Unie. Die gaat taken van de VN overnemen. De gehateVN-diplomaten moeten weg. De enige serieuze marge in de onderhandelingenvormt de mate van territoriale autonomie voor de Kosovo-Serviërs. Voor derest is de uitkomst een trekharmonica. Belgrado en Pristina kunnen proberenhaar groter of kleiner maken. Maar het blijft een trekharmonica.'

Het rationele deel van Servië beseft al jaren dat Kosovo verloren is,stelt Malici. 'Sterker: het weet dat Servië pas een gezonde maatschappijkan worden als het van Kosovo wordt verlost. De in 2003 vermoorde premierDjindjic wilde absoluut van Kosovo af. De huidige Servische premierKostunica vertegenwoordigt een andere stroming: Servië is slachtoffer vaneen buitenwereld die het land in stukken hakt. Daarom moet het beteretijden afwachten. Aldus praktizeert hij inzake Kosovo de tactiek van hetdwarsliggen.'

De brug over het riviertje de Ibar dat het stadje Kosovska Mitrovica doorkruist, wordt bewaakt door hordes NAVO-soldaten. De zuidoever wordtsinds 1999 exclusief bewoond door Albanezen, de noordoever door Serviërs.Een portret van Kostunica is praktisch het eerste waardoor voetgangers opde Servische oever worden begroet, naast een op een verkeerslichtgeplaatste Servische vlag. Even verderop werkt de jonge Kosovo-ServiërZeljko Tvrdisic voor Radio Contact Plus, een van de weinige Servische mediain Kosovo die niet het woord van Kostunica verspreiden.

'Kostunica heeft geen enkel machtsmiddel om Kosovo te behouden',verzucht Tvrdisic. 'Met zijn huidige politiek van dwarsliggen dreigt hijnet zo'n averechts resultaat te boeken als Milosevic in de jaren negentig.De mensen hier beseffen dat niet. Ze worden misleid door de Servischemedia. De Kosovo-Serviërs geloven nog steeds dat het Servisch gezag zalterugkeren, dat ze met Kostunica en het Servische leger veilig zijn. Maarwe hebben in maart 2004 gezien hoe veilig. Overal in Kosovo blekenServiërs schietschijven.'

De politici in Belgrado hebben de Kosovo-Serviërs louter nodig omzelf aan de macht te blijven, zegt Tvrdisic. 'Dat was zo onder Milosevic,en dat is nu niet anders. Wat er in de praktijk met ons gebeurt, kan ze infeite niets schelen. De Kosovo-Albanese politici uiteraard evenmin. Demeesten hadden het liefst alle Serviërs over de grens gejaagd. Het is geenprettig vooruitzicht in een onafhankelijk Kosovo aan hen te wordenovergeleverd.'

Toch is die onafhankelijkheid voor Kosovo niet meer tegen te houden,zegt Tvrdisic. 'Ik zie geen reden waarom die nog zou kunnen uitblijven. Deinternationale gemeenschap wil van Kosovo af, zij heeft genoeg andereproblemen. Bovendien is zij bang voor nieuw Albanees geweld. Het hoofd vanhet VN-bestuur, Jessen-Petersen, heeft dat zelf in interviews gezegd: alser niet snel een oplossing komt die gunstig is voor de Albanezen, wacht hetinternationale bestuur hetzelfde lot als de Servische bestuur in de jarennegentig. '

De Kosovo-Serviërs zijn voor hun bescherming aangewezen op de EuropeseUnie, zegt Tvrdisic. 'Mijn hoop is dat de onafhankelijkheid zeer beperktblijft en gepaard zal gaan met een snelle integratie in de EU van Kosovoén Servië. Alleen op die manier zullen mensen eindelijk een keer ophoudente denken in termen van staatsgrenzen en nationale identiteit. We hebbengezien tot welke rampen dat leidt.'

Meer over