KOSOVO EN BOSNIE

HET KLINKT, besef ik, nogal trigger-happy om de massieve NAVO-bombardementen op het grondgebied van Joegoslavië te omschrijven als weldoordacht en zinvol....

Vanaf het moment - een jaar geleden - dat het zich op een laag pitje voortslepende conflict in Kosovo begon te escaleren, is vanuit westerse hoofdsteden keer op keer de bezwerende uitspraak gedaan dat Kosovo geen tweede Bosnië zou worden. Voor die belofte was ook alle reden.

Nu we worden geconfronteerd met geweld op grote schaal in Kosovo en Joegoslavië, ligt het misschien voor de hand om te vergeten of te verdringen dat dit niet de eerste of de ergste oorlog is die zich na 1945 in Europa afspeelt. Die oorlog hebben we al achter de rug, in Bosnië-Herzegovina. Tussen de twee- en de driehonderdduizend mensen (voor het merendeel burgers) hebben daar het leven verloren; het grootste deel van de Bosnische burgerbevolking is, al dan niet tijdelijk, van huis en haard verjaagd.

Ruim drie jaar, vanaf het voorjaar van 1992 tot september 1995, stond de internationale gemeenschap (Europese Unie, Verenigde Naties, NAVO) erbij en keek ernaar. De kroniek van halfslachtige humanitaire interventies, tot mislukken gedoemde diplomatieke initiatieven en machteloze militaire prikacties is een deprimerend stuk 20ste eeuwse geschiedenis.

Het dieptepunt werd bereikt in de zomer van 1995. VN-militairen werden gegijzeld of dat de normaalste zaak van de wereld was. Uit angst voor nieuwe gijzelingen gaven VN-commandanten de Bosnische Serviërs de vrije hand. De massaslachting in Srebrenica was een rechtstreeks gevolg. Andere zogenaamd 'veilige gebieden' (Gorazde) werden bedreigd met eenzelfde lot. De positie van de vredesmacht Unprofor was onhoudbaar geworden.

Het keerpunt kwam in september van dat jaar. NAVO-bombardementen tegen de Bosnische Serviërs en de initiatieven van de Amerikaanse diplomaat Holbrooke leidden tot onderhandelingen en de akkoorden van Dayton.

Het getuigt van een goedkoop soort wijsheid achteraf, als wordt betoogd dat dit succes eenvoudig kan worden verklaard uit de inmiddels ingetreden oorlogsmoeheid bij de strijdende partijen. In die redenering lijkt het erop alsof de internationale gemeenschap koelbloedig had zitten wachten op een geschikt moment om met effect in te grijpen. Maar niets is minder waar. Van oorlogsmoeheid leek destijds geen sprake. VN en NAVO waren aan het eind van hun Latijn.

De omslag was het gevolg van een dramatische koerswending in de Amerikaanse politiek, die zich tot dan toe zoveel mogelijk afzijdig had gehouden. Nu echter de situatie dreigde in te treden dat de VS sowieso in actie moesten komen om het belaagde Unprofor met geweld te ontzetten, toonde president Clinton zich gevoelig voor het advies van figuren als Holbrooke en Albright die al veel eerder de (Bosnische) Serviërs hadden willen dwingen te stoppen met hun etnische zuiveringen en moorden.

Voor de Albanezen in Kosovo, voor Albanië, Macedonië én Joegoslavië is het een geluk dat de internationale regie bij de crisis in Kosovo van meet af aan in handen heeft gelegen van Albright, Holbrooke, de eveneens nauw bij Dayton betrokken diplomaat Chris Hill en NAVO-bevelhebber Wesley Clark. De grootste verdienste van deze Amerikaanse internationalisten is, dat zij zich altijd verre hebben gehouden van de wijsheden van zogeheten kenners van de 'Balkan-mentaliteit'.

Experts als Robert Kaplan en David Owen (om een paar van de bekendste te noemen) proberen de wereld er al jaren van te overtuigen dat op de Balkan (van oudsher een multi-etnische lappendeken) het streven van volksgroepen naar 'etnische apartheid' een diep gewortelde culturele behoefte is, waaraan niet valt te ontkomen. Ook de bijbehorende wreedheden zouden intrinsiek deel zijn van de 'Balkan-mentaliteit'. Dat resulteert dan in het advies de Balkan-volkeren in hun eigen sop te laten gaarkoken, danwel in de absurde verdelingsplannen waarop Owen het patent heeft. Die Britse Lord heeft blijkbaar nog altijd geen last van gêne over zijn eigen eer- en vruchteloze appeasement-politiek als bemiddelaar in Bosnië en komt nu weer met een nieuw plan om Kosovo onafhankelijk te maken en Servië te compenseren met een stukje Bosnië.

De Amerikaans-internationalistische benadering gaat er daarentegen van uit dat de Balkan wordt bevolkt door gewone mensen, die ook het liefst in vrede willen leven, plus een aantal politici die munt willen slaan uit nationalistische hartstochten. De kunst is om dat laatste onaantrekkelijk te maken.

Het is een groot succes van de Amerikaanse diplomatie dat ze de Albanese Kosovaren heeft weten over te halen zich voorshands neer te leggen bij een autonoom, niet onafhankelijk Kosovo. Dat biedt op termijn perspectief op een leefbaar, zichzelf besturend Kosovo en verkleint het gevaar dat de crisis overslaat naar Macedonië en Albanië.

Teleurstellend is dat Milosevic zich met hand en tand is blijven verzetten tegen een formule, die voor Servië in wezen uiterst gunstig is. Het enige 'betere' alternatief voor Milosevic is het in bloed smoren van de Albanese volksopstand. De NAVO-bombardementen zijn bedoeld om aanschouwelijk te maken dat die weg neerkomt op zelfmoord. Aangezien Milosevic zich altijd heeft geprofileerd als een politicus die zowel gewetenloos als rationeel is, is de kans groot dat die boodschap alsnog overkomt.

Meer over