Kosmopolitisch keurig

De stad Basel doet zijn best de Zwitserse truttigheid van zich af te schudden. Michael Persson mengde zich tussen het design-publiek in strak ontworpen gebouwen....

Michael Persson

De stad is op zijn mooist vanaf de toiletpot op de dertigste verdieping van de Messeturm, het hoogste gebouw van Zwitserland. Zeker 's avonds, als de bassen van de disco door drie dunne scheidingswandjes naar binnen dreunen. Dan zie je voor je, door de compleet glazen buitenwand en honderd meter lager, de auto's doodstil richting Rijn rijden. Broek op je knie Basel aan je voeten.

Pottenkijkers die hun blik vanaf het plein buiten omhoog richten kunnen de feestgangers open en bloot zien zitten, daar boven op de wc's. En dat in Zwitserland, het land dat groot geworden is met het bewaren van geheimen. Zo Zwitsers is Zwitserland kennelijk niet, in deze noordwestelijke uithoek.

Niet zo raar, want ten eerste ligt het drielandenpunt met Frankrijk en Duitsland nog binnen de stadsgrenzen. Het Badische station, in het noorden van de stad, is een soort Duitse enclave, en het SBBstation in het zuiden is voor de helft Frans, met douaniers bij de uitgangen.

En eigenlijk ligt ook de rest van de wereld nog binnen de stadsgrenzen. Of in elk geval: de wereld die nog moet komen.

Want in Basel zetelt een van de hipste architectenbureaus van het moment. Herzog & de Meuron bouwden onder meer het Tate Modern in Londen en zijn nu bezig met het Olympisch Stadion in Peking. Het bureau gebruikt Basel sinds de jaren tachtig als een soort proeftuin. Wie wil weten hoe de wereld er over een paar jaar uitziet, qua architectuur, kan in Basel vooruit kijken.

Herzog & de Meuron zijn niet de enige moderne bouwers in Basel. In de meeste straten rond het Legolandachtige middeleeuwse centrum staat wel ergens een huis, school of kantoor van lokale wereldberoemde helden als Diener & Diener en Morger & Degelo. Het eerste duo doet tamelijk strenge en hoekige bakstenen dingen zoals de Vogezen-school, even ten westen van het centrum. Van het tweede duo is bijvoorbeeld de glazen Messeturm. Met zijn gevaarlijk overhangende uitbouw, en met zijn Bar Rouge en bijbehorende transparante toiletten bovenin.

En dan zijn er de musea. Veel grote architecten hebben hun sporen nagelaten in Basel, of in de nabije omgeving. Het Tinguelymuseum (met de bewegende kunstwerken van Jean Tinguely) van Mario Botta. Het Vitra Design Museum van Frank O. Gehry. De Fondation Beyeler voor twintigste-eeuwse kunst, fraai belicht in een gebouw van Renzo Piano. 'Bij ons worden de kunstwerken in kunstwerken verpakt', roepen ze in Basel.

Zelf wonen de meeste architecten die bij de Baselse bureaus werken, vooral eind-twintigers en begin-dertigers, in tamelijk onbeduidende kamerappartementen, zegt Dirk Peters, een van de twee Nederlanders bij Herzog & de Meuron. 'We zijn toch nooit thuis.'

Dus is de stad goed voorzien van caf bars en loungetenten. Voormalige bankgebouwen en hotellobby's zijn nu gevuld met zwarte kleren, zware monturen, hier en daar een jonge pijproker. 'We lunchen altijd buiten de deur. Het is de sport om steeds nieuwe plekken te ontdekken', zegt Peters. In, op dit moment: Ilcaffaan de Rijn, en Unternehmen Mitte, in een oude bank in het centrum. En 's avonds nt/Areal, nt voor non-territorial, ingeklemd tussen snelweg en spoorwegen.

Heel kosmopolitisch allemaal, maar daarnaast heeft Basel ook gewoon zijn poppenhuisjes, jarenvijftig-trammetjes en mountainbikes met boodschappenmandjes. Het blijven Zwitsers, zegt een Engelse architecte. Dat betekent aan de ene kant dat auto's keurig voor de zebrapaden stoppen. Maar ook dat fietsers door de politie kunnen worden bekeurd omdat ze een tas aan het stuur hebben.

Want Basel is niet alleen kunst en architectuur, maar ook gewoon Zwitserland, met bedrijven als Novartis (voorheen Sandoz) en Hoffmann-La Roche. Chemische en farmaceutische giganten die Basel rijk hebben gemaakt, en met hun rokende schoorstenen de stad omringen.

Die bedrijven bepalen uiteindelijk hoe Basel eruitziet. De familie Hoffmann heeft haar geld onder meer in het Tinguely-museum gestoken, en in het nieuwe Schaulager van Herzog & de Meuron. Een Kijkpakhuis, waar de kunstwerken van de familie Hoffmann, die normaal ver zijn weggestopt, weer te zien zullen zijn. Zo laat Basel steeds meer van zichzelf zien.

Exhibitionisten, dat zijn het.

Meer over