Kosmische stofregen blijkt veranderlijk

Satellietmetingen hebben uitgewezen dat de aarde elk jaar veertigduizend ton zwaarder wordt. Allemaal kosmisch stof, dat continu op aarde neerdwarrelt....

Op de oceaanbodem vallen ze echter wèl op. Althans, als je kijkt naar het helium-3-gehalte. Helium-3 is een zeldzame, lichte vorm van het edelgas helium. Op aarde komt helium-3 praktisch niet voor, maar op de zon wel.

De zon blaast ook helium-3 de ruimte in, en op die manier komen de atoomkernen in het interplanetaire stof terecht.

Kenneth Farley van het California Institute of Technology heeft een boorkern uit een dikke sedimentlaag in het noorden van de Stille Oceaan bestudeerd, en op verschillende diepten het helium-3-gehalte gemeten. Op die manier kon hij afleiden hoe veel buitenaards stof er in de afgelopen zeventig miljoen jaar op aarde is neergedwarreld.

Farleys conclusie, gepubliceerd in Nature van 13 juli, is dat die stofregen bijzonder veranderlijk is geweest.

Soms was de hoeveelheid stof drie tot zes keer zo groot als gemiddeld. Dat was bijvoorbeeld 37 en 50 miljoen jaar geleden het geval. 37 Miljoen jaar geleden eindigde het Eoceen, en het is bekend dat er toen veel diersoorten zijn uitgestorven. Volgens Farley is dat te danken aan een enorme regen van kometen of planetoïden, die gepaard ging met veel extra stof.

Ook 65 miljoen jaar geleden werd de aarde getroffen door een komeet of een planetoïde; toen stierven onder meer de dinosauriërs uit. Kennelijk ging dat projectiel niet vergezeld van een hevige, langdurige stofregen, want in de helium-3-metingen is er niets van terug te vinden.

Meer over