Korter werken breekt wereldwijd door

Poldermodel is voorbeeld in Europese landen Van onze verslaggever..

AMSTERDAM

In Italië en Frankrijk liggen wetten klaar om de werkweek te verkorten tot 35 uur. In Griekenland en België eist de vakbeweging op hoge toon navolging. Zelfs in Zuid-Oost Azië, bastion van arbeidsethos en lange werkweken, gaat korter gewerkt worden. Arbeidsduurverkorting lijkt wereldwijd door te breken. In Europa dient het Nederlandse poldermodel als voorbeeld.

De drijfveren voor arbeidsduurverkorting zijn overal hetzelfde. Door toenemende concurrentie stijgt de werkloosheid. Bovendien kan het werk door nieuwe technologie door minder mensen woren gedaan. Vanwege toenemende welvaart stijgt de behoefte aan vrije tijd. Herverdeling van werk lijkt de oplossing.

In Frankrijk is de werkweek nog maximaal 39 uur en in Italië 48 uur. In de praktijk wordt in beide landen door cao-afspraken al 38,5 uur gewerkt. Hier wordt korter werken vooral gezien als middel tegen werkloosheid. Het Nederlandse poldermodel met korter én flexibeler werken, hoge werkgelegenheidsgroei en dalende werkloosheid dient als voorbeeld, ook voor België en Griekenland. Nu werkgevers en bonden het niet zelf eens worden over een polderaanpak, wil de overheid navolging afdwingen.

In Nederland is de werkweek volgens de Arbeidstijdenwet van 1996 maximaal 45 uur. In de praktijk is de werkweek in cao's gemiddeld verkort tot gemiddeld ruim 37 uur. In een groot aantal sectoren is de werkweek gemiddeld 36 uur: er wordt langer gewerkt als het druk is en korter als het rustig is. Voorwaarde is dat de werkweek gemiddeld per jaar of kwartaal 36 uur bedraagt. Die afspraak is in 1993 op nationaal niveau gemaakt toen de werkloosheid opliep.

Niet alleen in Europa wordt aan arbeidsduurverkorting gewerkt. Ook in Japan is dit jaar voor alle bedrijven een kortere, 40-urige werkweek ingevoerd. Bijna tweederde van de bedrijven heeft een vijfdaagse werkweek ingevoerd.

Een volgende stap is de invoering van drie weken aaneengesloten vakantie. Werkloosheid maar ook weerzin tegen karoshi - de dood door te lang te hard werken - zijn de drijfveren.

De Aziatische tijgers, de sterk groeiende economieën in Zuid-Oost Azië, doen het Japan schoorvoetend na. Zo is in Korea de werkweek volgens de wet maximaal 44 uur. Een paar jaar geleden was dat nog 48 uur. Volgens cao-afspraken zou dit al 42 uur moeten zijn.

De Koreaanse praktijk is echter weerbarstig. Volgens het ministerie van arbeid was de werkweek in 1995 in de industrie gemiddeld 48,9 uur. De vakbeweging stelt dat dit eigenlijk 56,5 uur was. Het verschil wordt deels verklaard door de vakanties. Volgens de bonden nemen de Koreanen nauwelijks vakantie omdat doorwerken met extra bonussen wordt beloond.

Taiwan voert vanaf 1998 de vijfdaagse, 40-urige werkweek in. Elke tweede en derde week van de maand zijn met ingang van januari vijfdaagse werkweken. In 2001 moet de vijfdaagse werkweek erzijn. Het aantal betaalde, nationale feestdagen wordt teruggebracht van achttien tot vijf, zodat het aantal gewerkte uren gelijk blijft.

Maleisië heeft nog een zesdaagse, 48-urige werkweek. Werkgevers weigeren kortere werkweken toe te staan. Er zijn nu al grote tekorten aan vaklieden om de productiegroei bij te houden.

De industrie van Thailand heeft nog een 46-urige werkweek. Als het overwerk wordt meegerekend, kan de werkweek gemiddeld per jaar oplopen tot ruim zeventig uur, zo berekenen de bonden. Thai-werknemers hebben hooguit acht betaalde vakantiedagen naast vijftien doorbetaalde nationale feestdagen.

Ter vergelijking: de Nederlandse werknemer heeft gemiddeld 25 dagen betaalde vakantie en zeven betaalde feestdagen. Per saldo zegt de norm voor de werkweek dus niet alles. Voor een vergelijking moeten vakantiedagen, feestdagen maar ook overwerk worden meegewogen. Degelijke statistieken zijn er nog niet. Het aantal jaarlijks gewerkte uren is nog de beste vergelijking. Uit die zienswijze blijkt dat in Nederland jaarlijks per werknemer altijd nog 230 uur korter gewerkt wordt dan de 1971 uur die de Japanners maken.

Meer over