Korreltje in de metropool

In 'Sense of Space', de hoofdexpositie van het fotofestival Noorderlicht in Groningen, zijn nauwelijks mensen van vlees en bloed te ontwaren....

door Arno Haijtema

Op een kolossale foto is een onmiskenbaar Amerikaanse stad te zien vanuit vogelperspectief. De skyline aan de linkerkant van het beeld wordt bepaald door clusters van wolkenkrabbers. Het merendeel van het grondoppervlak, en van de afdruk van bijna vier bij anderhalve meter, wordt gevuld door lage bebouwing: vrijstaande woningen en bedrijfsgebouwen. Daar doorheen, soms óver die suburbs heen, kronkelen brede highways.

De manier waarop de snelwegen over het landschap zijn uitgerold, bewijst hun vitale belang. Al worden gebouwen overschaduwd door viaducten, al houdt het brullende verkeer de omwonenden uit hun slaap, niets is opgewassen tegen de almacht van het wegennet. Het is het zenuwstelsel en de bloedbaan van de stad.

De slingering van de highways vormt in visueel opzicht een van de weinige speelse elementen in de suburbs, waarvan de plattegrond wordt bepaald door regelmaat. Rechthoekige kavels liggen aan lineaalrechte lanen. In sommige wijken zijn de percelen vrijwel geheel bebouwd. Dat zijn de minder welgestelde buurten, waar zuinig met de grond wordt omgesprongen. Op andere plekken in de stad is veel meer begroeiing en hebben de huizen rondom gazons. Hier resideren zonder twijfel de gefortuneerden.

Nog meer is van de foto af te lezen. Zo lijkt het erop dat de traditioneel dominante rol van het centrum van de stad tanende is. Behalve hun imposante architectuur, duidt niets erop dat de wolkenkrabbers een kloppend stadshart vormen. De snelwegen krommen er met ontzag omheen. Het perspectief van waaruit de fotograaf de anatomie van de stad vastlegde, versterkt de indruk: het ware leven en de bedrijvigheid zijn onderhevig aan middelpuntvliedende krachten.

De Zwitser Balthasar Burkhard heeft met zijn luchtfoto van de moderne metropool topografische elementen ten volle uitgebuit om de verbeelding in gang te zetten - zoals een landkaart de fantasie kan prikkelen. Ongelooflijk rijk gedetailleerd is het beeld, dat vele vierkante kilometers comprimeert. De zwartwit-afdruk legt de nadruk op de samenhang die het gebied vormt ondanks zijn verkaveling. Dezelfde foto in kleur zou het stadsbeeld vermoedelijk in talloze fragmenten uiteen doen vallen.

Wie dit panorama bekijkt, vraagt zich vanzelf af hoe een buitenaardse bezoeker tegen deze beschavingsvorm zou aankijken . Zoals de foto ook nieuwsgierig maakt naar de vraag hoe verre toekomstige generaties erover zullen oordelen. Zullen ze stuiptrekkingen ontwaren van een cultuur in ontbinding, of de contouren van een nieuwe beschaving??

Uiteindelijk maakt Burkhards foto ons via een omweg nieuwsgierig naar onszelf. Door zich letterlijk buiten de samenleving te plaatsen, en er vanuit hemels gezichtspunt op neer te kijken, heeft de fotograaf een monument geschapen. Pas in de toekomst zal blijken welke betekenis - tragisch, hoopvol, misschien wel beide - eraan moet worden toegekend, maar het monumentale karakter is onontkoombaar. Het geeft iedere stads- en buitenwijkbewoner - en welke westerling is dat niet, al was het maar in overdrachtelijke zin? - een besef van nietigheid én eigenheid. Hij is een korreltje in de metropool, maar kijk: dat minuscule vierkant daar is zíjn woonst, zijn onvervreemdbare eigendom. En die glinstering naast het blokje? Juist, dat is zíjn eigen, in de zon glanzende auto.

Nis

Burkhards werk, afgezien van twee stadsbeelden een luchtfoto van een glooiend woestijnlandschap (mooi contrast), krijgt op de fotomanifestatie Noorderlicht in de Groningse Der Aa-kerk niet de plek die het gezien zijn indrukwekkende kracht verdient. Een beetje verstopt in een uit schotten opgebouwde nis hangen de foto's majestueus te wezen, terwijl ze verdienen boegbeeld te zijn van de hoofdexpositie Sense of Space.

Een fotografische zoektocht naar de invloed van de ruimtelijke omgeving op het menselijk bewustzijn is de tentoonstelling van de hand van curator Wim Melis. Het thema, geïnspireerd door de discussies over de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, heeft Noorderlicht helaas niet geïnspireerd na te denken over een inspirerender presentatie dan de gebruikelijke: het kerkgebouw is weer volgezet met schotten, waarop de foto's zijn bevestigd. Een enigerlei hiërarchische indeling is er niet.

Melis selecteerde werk, veelal op groot formaat, van ruim dertig fotografen die, anders dan de meer documentair gerichte deelnemers aan eerdere festivaledities, veelal conceptueel werken. In het verleden kon je het hart van de fotografen voor de medemens horen kloppen, terwijl hier de nadruk ligt op het feilen en de hulpeloosheid van de mens in de relatie met zijn omgeving.

De fotografen hebben de camera meer gericht op het corpus delictus dan op de dader; mensen van vlees en bloed zijn op Sense of Space zelden te aanschouwen, maar wat zij aanrichten, de tastbare sporen die zij nalaten, des te meer. Eindeloze vlaktes parkeerasfalt, door het plaatsen van schuttingen in vestingen veranderde villa's, kantoren vol computers, door zielloze architectuur geschonden landschappen markeren de expositie, waarmee de teneur vanzelfsprekend somber is.

Op een expositie als Sense of Space is de belangrijkste vraag niet óf de fotografen erin slagen het lot van de tot stumperen veroordeelde mensheid te visualiseren. Wezenlijker is of ze in staat zijn het menselijk streven troostrijk of met humor, confronterend, ontroerend of verrassend te verbeelden.

De Nederlander Theo Bos heeft het moderne stadsleven in een serie absurde theatrale beelden gefotografeerd. Op een ervan komt een groep van zo'n veertig mannen, homogeen gezien hun soort kleding, op een kille dag een nieuw aangelegd parkje inzetten. Te zien zijn een vandaalbestendig kunstwerk, afwisselende bestrating en schijnwillekeurig rondgestrooide keien - de onlosmakelijk met dergelijke moderne plantsoenen verbonden verfraaiingen.

Wat de mannen daar in hemelsnaam moeten, is de vraag die Bos niet beantwoordt. Toch dwingt hij met deze en andere beelden op een droogkomische manier aandacht af voor de manier waarop de stad omgaat met groenvoorzieningen. Aandoenlijk en bedillerig, zoals gemeenten de recreatie van zijn inwoners menen te moeten regisseren. Bos heeft zich de stad toegeëigend door er zijn eigen verhaal mee te vertellen. Of de mannen in zijn werk zijn geregisseerd, of au naturel zijn betrapt, blijft in het midden. Maar er schuilt duidelijk kritiek, een aanzet tot weerspannigheid, in zijn werk.

Anders dan Bos betreden veel door Noorderlicht geselecteerde fotografen de stad met een schijnbare neutraliteit. Ze kiezen hun onderwerp, fotograferen het met de technische camera, die zeer gedetailleerd registreert, drukken af op groot formaat en vertrouwen erop dat de verbeelding van de toeschouwer genoeg heeft aan die reproductieve handreikingen.

De Spanjaard Sergio Belinchón fotografeerde op die manier de dertien-in-een-dozijn-architectuur aan de costa's, waar duizenden appartementencomplexen wedijveren in lelijkheid. De Canadees Derek Shapton hanteerde de techniek, met meer oog voor kleurvlakken, op parkeerplaatsen bij de casino's in Las Vegas. De betonnen richels die de vakken markeren, de felgele markeringlijnen, en vooral het ontbreken van auto's op de momenten dat Shapton de terreinen fotografeerde, geven het werk een vrieskoude uitstraling.

Zo bevat de expositie een veelheid, een overdosis, aan exponenten van koele, afstandelijke fotografie. Het werk kan esthetisch zijn en oogstrelend, maar woede, hartstocht en humor ontbreken: de coole fotograaf is een binnenvetter.

Rotterdam

Gelukkig toont Noorderlicht ook foto's waarbij emoties wel doorklinken. Zo presenteert Adrienne van Eekelen een in snoeihard zwartwit afgedrukte serie over de enorme veranderingen op de Kop van Zuid in Rotterdam, waar zij vlakbij woont. Ze volgde met de camera in het nachtelijk duister de afbraak van de oude loodsen en hallen, het bouwrijp maken van het gebied, en de bouw en ingebruikstelling van de nieuwe kantoren, bruggen, wegen.

De duisternis voegt raadsels toe aan Van Eekelens werk, en die ontleent er mede haar persoonlijke signatuur aan. Ze roept vragen op, en stelt de fantasie in werking. Wie is die rokende vrouw tegen de betonzuil - een heroïnehoer, een actrice, een toevallige voorbijganger? Is het een spook in een zwarte mantel dat staart naar gebouw Las Palmas, of is hier sprake van optisch bedrog? Van Eekelen speelt vernuftige visuele spelletjes, waarbij zij zich, terecht, niets gelegen laat liggen aan het feit dat met haar nog honderd fotografen de Kop van Zuid (Hotel New York, Erasmusbrug) tot onderwerp hebben uitverkoren.

In de enigszins benauwende context van de expositie doet het werk van de landschapsfotografen Jem Southam uit Engeland en de Fransman Thibaut Cuisset escapistisch en weldadig aan. Southam fotografeert de landschappen van Zuid-Engeland met oog voor de op de schaal van een mensenleven minieme erosie. Cuisset vlucht achter zijn nieuwsgierigheid aan, naar door hem onbereisde gebieden. Warm uitgelichte landschappen op ongebruikelijk bescheiden formaat, refererend aan de Hollandse meesters, zijn het resultaat.

Vergelijk die frisseluchtfotografie met het claustrofobische werk van de Française Dolorès Marat. Zij beweegt zich in (semi-)openbare ruimten, zoals metrostations, biljartlokalen, bioscopen, flatgalerijen, al die plekken waar anonymi min of meer noodgedwongen in elkaars nabijheid vertoeven. Op de een of andere manier dragen al Marats foto's een zekere dreiging in zich, die wordt versterkt door de duistere, krappe interieurs waarin de naamloze passanten, bedelaars, kantoorklerken, verward ogende bejaarden, verschrikte vrouwen en sombere mannen zich voortbewegen.

Door een beslagen ruit in de deur van een lift staart een man. Hij heeft een hand tegen het raam gedrukt, alsof hij het uit de sponning wil drukken. Het beeld wekt associaties met horror, met een ondode in een te krappe kist. Het is tegelijk een naargeestige en een aangrijpende foto. Hij roept mededogen op met de angstige, stumperende mensheid. Dergelijke compassie is op Sense of Space dun gezaaid.

Meer over