Koreaans concern wil iets anders dan auto's

Samsung, de potentiële overnemer van Fokker, produceert geen auto's en dat zit de directie van Zuid-Korea's grootste bedrijf niet lekker....

Van onze correspondent

HONGKONG

Kenners van het Zuidkoreaanse bedrijfsleven zeggen dat Samsung dit gemis nu wil goedmaken door extra veel te investeren in Samsung Aerospace, de jonge luchtvaartpoot van het concern. Die werd in 1986 opgericht om Amerikaanse F-16's na te bouwen.

Dat Samsung, als het echt wil, snel markten kan veroveren, bewees het met halfgeleiders. Begin jaren tachtig, toen Amerikaanse en Westeuropese concerns de markt voor chips aan Japan lieten, begon Samsung op enorme schaal te investeren in chips. In 1993, slechts tien jaar nadat Samsung de eerste geheugenchips maakte, was het 's werelds grootste producent van zogeheten dram-chips.

Dat was het geworden door simpelweg het meest te investeren: jaar in jaar uit gingen honderden miljoenen guldens naar onderzoek en ontwikkeling van halfgeleiders. Een team van jonge ingenieurs was Japan te snel af geweest in de ontwikkeling van een superchip: de 64 megabit-halfgeleider. De onderzoekers zijn zo fanatiek, dat ze het niet erg vinden om regelmatig te overnachten op matjes in de fabriek te Kiheung, 70 kilometer te zuiden van Seoul.

Dit enthousiasme is tekenend voor het Zuidkoreaanse wonder dat zich vanaf 1961 onder leiding van de autoritaire couppleger Park Chung Hee voltrok. Samsung - Koreaans voor drie sterren - dreigde het slachtoffer te worden van deze coup. De oprichter en eigenaar Lee Byung Chull, moest zich verantwoorden voor corruptie. Want hij was de rijkste man van Zuid-Korea, die vanaf 1936 zijn fortuin vergaard had met de produktie van meel, suiker, cement en textiel.

Een maand na de coup durfde Lee eindelijk een gesprek aan met Park. De twee mannen bleken hetzelfde doel voor ogen te hebben: snelle ontwikkeling van de Koreaanse economie. De aanklacht wegens corruptie werd afgekocht en Lee beloofde de zakenwereld aan Parks kant te krijgen.

Dat lukte beter dan Lee had gewild. Andere Koreaanse bedrijven wonnen Parks vertrouwen met wilde investeringen. Samsung zette de stap naar papier en kunstmest, maar ging niet van de ene op de andere dag auto's maken of schepen bouwen. Lee had in Tokyo gestudeerd en gebruikte zijn Japanse contacten voor de financiering van onroerend goed en warenhuizen.

Pas in de jaren tachtig begon de elektronikaproduktie, waarmee Samsung het grootste niet-Japanse bedrijf van Azië werd. De opmars in de magnetron-ovens spreekt het meest tot de verbeelding. Terwijl Amerikaanse en Japanse bedrijven de nieuwe markt voor deze ovens helemaal beheersten, probeerden ingenieurs van Samsung hun eerste prototypes uit. De ovens smolten onder de handen van de ingenieurs. Zenuwachtig schroefden ze buitenlandse types uit elkaar.

Toen de eerste order uit Panama kwam, deed de Koreaanse magnetronoven het zo goed dat al snel bestellingen van Amerikaanse warenhuizen volgden. Enkele jaren later was Samsung de derde producent ter wereld.

Sinds 1992 is het bedrijf 's werelds tweede videoproducent; nummer een in monitoren, nummer vijf in kleuren-tv's. Het concern als geheel zette vorig jaar ruim 55 miljard gulden om. Na Lee's dood in 1987 ging de leiding nagenoeg rimpelloos over in de handen van zijn derde zoon, Lee Kun-hee. Sommige bankiers klagen slechts dat Zuidkoreaanse conglomeraten te veel schulden maken, omdat ze jaar in jaar uit verwend zijn met een eoconomische groei van gemiddeld 9 procent.

Meer over