Koppigheid en berekening

Het zijn interessante vragen die R.E. Elson zich stelt in zijn 'politieke biografie' van de Indonesische oud-president Soeharto. Namelijk: hoe is het Soeharto gelukt om zijn verarmde, chaotische, politiek gepolariseerde en cultureel gefragmenteerde land te transformeren tot een natie die, althans op het hoogtepunt van zijn macht, een lichtend voorbeeld...

De Australische historicus heeft als uitgangspunt dat Soeharto meer dan wie ook heeft gedaan om gestalte te geven aan de Indonesische samenleving, en dat het vanuit historisch oogpunt dus te gemakkelijk is diens dertigjarig bewind uitsluitend af te doen als een beschamend hoofdstuk uit de Indonesische geschiedenis. Misschien is die stellingname bedoeld als tegenwicht tegen de golven van kritiek die sinds Soeharto's val in 1998 zijn uitgebraakt over de alleenheerser van de Nieuwe Orde. Maar een al te kritiekloze analyse van het fenomeen Soeharto kan de waarheid natuurlijk ook geweld aandoen.

Zo maakt Elson opmerkelijk weinig woorden vuil aan de lynchpartijen op echte en vermeende communisten waarmee Soeharto's bewind begon, een massamoord van nog altijd onbekende omvang die de Indonesiërs nog tientallen jaren heeft doen sidderen voor hun president. Maar ook al gelooft de auteur niet dat Soeharto zelf betrokken is geweest bij de moord op de generaals van 30 september 1965, hij zet hem wel degelijk neer als de aanstichter van de daarop volgende heksenjacht op de communisten.

Terecht vindt Elson dat de ontwikkeling van een eenvoudige plattelandsjongen naar een absolute machthebber 'schreeuwt om uitleg'. Zijn verklaring komt, misschien toch wat teleurstellend, neer op een verwijzing naar Soeharto's 'geduld, koppigheid en berekening'. Maar geduld en koppigheid zijn inderdaad eigenschappen die goed van pas kwamen toen Soeharto de strijdkrachten zuiverde en reorganiseerde om ze tot een instrument van zijn persoonlijke macht te maken. Ook toen hij vervolgens de politieke partijen, de volksvertegenwoordiging, de vakbeweging en het ambtenarenapparaat in een keurslijf dwong dat iedere onverhoedse beweging onmogelijk maakte.

Ook koele berekening was nodig om het complexe Indonesië te transformeren tot een instrument in dienst van generaal Soeharto. Berekening die een steeds vulgairder karakter zou aannemen toen het grote zakken vullen begon. Niet voor niets werd Soeharto's val uiteindelijk ingeluid door de financiële crisis van 1997. Toen werd voor heel de wereld zichtbaar hoe corruptie, handjeklap en nepotisme Indonesië tot op het bot hadden verziekt.

Helaas liet Soeharto's eigen gezondheid het sinds zijn val zozeer afweten dat hij niet meer in staat werd geacht zich te verantwoorden voor de wandaden van zijn bewind. Het is dus aan de geschiedschrijvers om het vonnis over hem te vellen. Elsons kritiek mijdende uitgangspunt voert hem naar de weinig opzienbarende conclusie dat Soeharto 'zowel een buitengewoon complexe als een buitengewoon simpele man' is geweest. En naar de verzuchting dat 'het ernstigste probleem van Indonesië is dat er geen leider in zicht is die Soeharto's politieke en strategische vaardigheden zou kunnen paren aan een breder en humaner begrip van de wereld en Indonesiës juiste plaats daarin'.

Meer over