KOPPELTEKEN-NEDERLANDERS

KNAPPE man hoor, die De Hoop Scheffer. Naast al die andere talenten waarmee hij is gezegend, blijkt de nieuwe CDA-leider ook het turks machtig te zijn....

De CDA-voorman is niet van plan de minderheden tijdens de komende verkiezingscampagne aan collega Bolkestein over te laten. Die zou, wist ook De Hoop Scheffer, deze week met een boekje komen over het minderhedenbeleid. En dan kan het volgens de beste Haagse tradities geen kwaad zelf net even eerder iets te roepen: integratie moet, naast rechten hebben ook allochtonen plichten, de leerplichtwet geldt ook voor moslimmeisjes, en iedereen die hier wil blijven, hoort Nederlands te leren.

Felix Rottenberg, PvdA-voorzitter in ruste, maar nog steeds niet op zijn mondje gevallen, noemde die gemeenplaatsen bij de presentatie van Bolkestein's Moslim in de Polder 'rituele burgermanspraat'. Dat oordeel is te hard. De Hoop Scheffer lanceerde tenminste één oorspronkelijke gedachte: allochtonen moeten voortaan koppelteken-Nederlanders worden genoemd. Dat bekt misschien minder, maar haalt wel de tegenstelling tussen allochtonen en autochtonen uit het vocabulaire.

Jammer nou dat mevrouw Lodders, de vice-voorzitter van het CDA, dat ideetje niet wat ruimhartiger omarmt. 'Die term is, geloof ik, bedacht door een of andere socioloog', oordeelt ze in het jongste nummer van Vrij Nederland. Terwijl de Hoop Scheffer's taalkundige innovatie toch bijna net zo aardig is als de truc die voormalig minister van Economische Zaken Andriessen tijdens de hoorzitting over de technolease gebruikte om een 'abstracte persoon' (voormalige staatssecretaris Van Amelsfoort) voor 'domoor' uit te maken.

De gesprekspartners van Bolkestein in Moslim in de Polder zullen voor veel mensen ook 'abstracte personen' zijn. Maar dat is juist de verdienste van deze bundel: doordat ze uitgebreid aan het woord komen, veranderen ze van 'allochtonen' of 'koppelteken-Nederlanders' in individuen met opvattingen over de problemen van hun gemeenschap(pen), integratie, normen en waarden, nationale en religieuze identiteit.

Bolkestein opereert in Moslim in de Polder meer als journalist dan als politicus. Dat is hem in Trouw al op het verwijt komen te staan dat 'zijn eigen inzet in het midden blijft'. Dat is om te beginnen niet helemaal waar. Bolkestein trekt wel degelijk conclusies, zij het wat minder stellig dan we van hem gewend zijn. Dat komt ervan als je je echt verdiept in de problemen en opvattingen van anderen. Het is dan ook een aanpak die navolging verdient. Niet alleen door politici, maar ook door - andere, zou ik haast zeggen - journalisten en minderhedendeskundigen. Van Bolkestein's bundel ben ik in elk geval wijzer geworden dan van menig minderhedenreportage.

Bolkestein's moslims lopen over van lof over de Nederlandse samenleving. Driss El Boujoufi van de Unie van Marokkaanse Moslimorganisaties in Nederland (Ummon): 'Wij zeggen wel eens dat het Nederlandse sociale stelsel Nederland tot een veel islamitischer land maakt dan Marokko.' En Üzeyir Kabaktepe, textielondernemer en coördinator van de Turkse Moskeevereniging Ayasofia formuleert breder: 'Ik ben geen Turk die de islam moet beleven, ik ben een Nederlandse moslim met een Turkse achtergrond en Nederland is een veel islamitischer land dan Turkije. Het begint met de sociale wetgeving, die naadloos aansluit bij wat de islam als een rechtvaardige samenleving ziet. Geloofsuitingen of die nu van joden, christenen, moslims of hindoes zijn worden in de openbare ruimte toegestaan. Een moslimmeisje mag als ze dat wil een hoofddoek dragen op de universiteit, op school of bij de overheid.'

En elders: 'Kunt u zich voorstellen wat voor een schatkamers Nederlandse bibliotheken of boekhandels zijn voor mensen die eenheidsworst gewend zijn?'

Bolkesteins moslims zijn zeker niet representatief voor de (geloofs)gemeenschappen waaruit zij voortkomen. Het zijn stuk voor stuk goed opgeleide mannen en vrouwen, met een behoorlijke baan, en een verlichte kijk op de wereld. De liberale leider zelf beschouwt ze als rolmodellen die voor de succesvolle integratie van hun gemeenschappen veel belangrijker zijn dan het, in zijn ogen, in een aantal opzichten te softe minderhedenbeleid.

Vooral de zaakwaarnemers van (voorheen) het Nederlands Centrum Buitenlanders en andere welzijnsinstellingen komen er in de meeste gesprekken niet best vanaf. En Bolkestein zelf vraagt zich af of het zogenaamde onderwijs in eigen taal en cultuur, de integratie niet eerder belemmert dan bevordert.

Meer in het algemeen wordt volgens de liberale leider de rol van culturele factoren in het integratieproces overschat. Veel belangrijker, meent hij met Kabaktepe, is: werk. Als op dat cruciale sociaal-economische terrein resultaten worden geboekt, zijn culturele verschillen gemakkelijker te hanteren.

Dat neemt niet weg dat juist culturele kwesties - de positie van vrouwen en homo's, het fundamentalisme, de rol van de moskee en de imam - de boeiende hoofdmoot vormen van Moslims in de Polder. En het aardige is dat het gesprek daarover niet tot somberheid stemt.

Bolkestein zelf concludeert in een afsluitend hoofdstuk dat de islam op wereldschaal geen bedreiging vormt voor de westerse cultuur. Voor Nederland geldt dat al helemaal: zijn gesprekspartners willen zonder uitzondering een islam die zich aanpast aan, of beter geworteld is in, de grotendeels seculiere Nederlandse samenleving en geven daarvan door hun manier van redeneren zelf het goede voorbeeld.

Dat laatste geldt natuurlijk ook voor Bolkestein. Zijn opvattingen over het minderhedenvraagstuk zijn niet heilig, maar wie na dit boek nog beweert dat het hem vooral om het 'bespelen van onderbuikgevoelens' zou gaan, is toe aan een goed gesprek met een psychiater.

Meer over