Kopland

Met een ruk zat ik rechtop in bed. Het was al tien over half acht. Het was een nacht zoals er zovele zijn in Rotterdam en, gekker nog, ik was niet de enige die wakker werd in zijn auto....

Maar hij kwam niet.

Ik wandelde een rondje over het parkeerterrein. De deuren van een oude Toyota vlogen open. Het blonde meisje van de sprong wandelde waardig voorbij en verdomd als het niet waar is, zij droeg een doek als een kleed om haar heen gewikkeld, een rood-wit-blauwe doek.

Aha, dacht ik mismoedig.

Toen zag het meisje mij op de ezelkar en zij herkende iets, want ze liep haastig op mij af. Al die tijd gaf ik geen krimp, want ik wist waartoe het zou leiden.

Meer over