Koopsom is dood, leve de koopsom

DIE opdringerige, paginagrote advertenties van de pensioenverzekeraars hebben mogelijk hun langste tijd gehad. De belastingaftrek voor lijfrentepolissen gaat op de helling....

Nu kunnen kostwinners per jaar maximaal 12.150 gulden aan lijfrentepremies aftrekken op de aangifte inkomstenbelasting. Voor alleenstaanden is dat 6.075 gulden. Straks kunnen alleen mensen die kunnen aantonen dat ze straks een pensioen hebben van minder dan 70 procent van hun laatstverdiende loon aanspraak maken op de aftrek.

Lijfrentes (periodieke premies) en koopsompolissen (stortingen ineens) zijn razend populair, zowel bij de consument die zich zorgen maakt over zijn pensioen, en zich een belastingvoordeel niet wil laten ontgaan, als bij de verzekeraars, die met uitgekiende marketingstrategieën een winstgevende markt hebben kunnen opbouwen.

Volgens het Verbond van Verzekeraars werden in 1996 1,4 miljoen lijfrentepolissen belast, waarvan 0,4 miljoen koopsompolissen: een totaal van 5,8 miljard aan betaalde premies.

De verzekeraars zullen zich dan ook niet zomaar neerleggen bij de plannen van Vermeend. 'Wij gaan actie ondernemen richting politiek,' zegt bestuursvoorzitter Carlo de Swart van ASA/Stad Rotterdam strijdlustig. 'Wij vinden dit geen geweldig plan. We willen in Nederland vanwege de individualisering en de dreigende onbetaalbaarheid van de AOW dat iedereen zelf voor zijn oude dag zorgt. Dan is het terecht dat de overheid dat ook fiscaal blijft stimuleren.'

Het kabinet wil met de maatregel 1,5 miljard gulden bezuinigen. Volgens Ankie van Leeuwen (Verbond van Verzekeraars) is het echter maar de vraag of dat lukt. 'Vermeend baseert dat bezuinigingsbedrag op het feit dat 60 procent van de huidige lijfrentepolissen overbodig zou zijn. Wij hebben het NIPO vorig jaar een onderzoek laten houden onder polishouders. Toen bleek dat 77 procent een pensioentekort had, en dus recht houdt op aftrek.'

Vreemd noemt Van Leeuwen het bovendien dat het kabinet een SER-advies van december 1998 in de wind heeft geslagen. In dat advies pleitte de SER er voor om een lijfrente-aftrek van 4000 gulden per persoon per jaar toe te staan, in combinatie met een eindtoets op de pensioenleeftijd.

Waarom, klaagt De Swart, kijkt de overheid trouwens alleen naar de inkomsten die zij zou derven via de huidige aftrekregeling, en niet naar de miljarden aan toekomstige belastinginkomsten die voortvloeien uit het vrijkomen van al die lijfrentes. 'Men doet wel of het een vorm van belastingontduiking is, maar in feite is het een soort uitgestelde belasting.' Volgens Van Leeuwen leveren vrijkomende lijfrentes in de toekomst juist jaarlijks 1 tot 1,5 miljard aan extra belastinginkomsten op.

De verzekeraars maken zich zelfs zorgen over hun klanten. De burger krijgt straks met een ingewikkeld stelsel te maken. Hij moet elk jaar aantonen dat hij een pensioentekort heeft en dus voor premieaftrek in aanmerking komt. Die rompslomp gaat de burger ook geld kosten, want hij zal vaak een dure adviseur moeten inschakelen. De vraag is verder of de huidige polissen in het plan ongemoeid worden gelaten.

Wat de afschaffing van de lijfrenteaftrek de verzekeraars zelf zal kosten is nog niet duidelijk. Volgens Annemarie Goede van Amev, onderdeel van Fortis, zullen de klappen vooral vallen bij de 'direct writers', verzekeraars die direct zaken doen met de klant. 'Wijzelf zien ook nieuwe kansen, omdat door de ingewikkelde nieuwe regels aan de adviezen van onze tussenpersonen meer behoefte zal zijn. Het gaat er niet meer om alleen een polis te verkopen, maar om dat te doen binnen een complete persoonlijke financiele planning.'

Ook De Swart ziet lichtpuntjes voor de verzekeraars. 'Leven is een adviesgevoelig product, dus als het nieuwe stelsel voor de burger problemen oproept, zullen wij daarbij natuurlijk weer onze diensten kunnen gaan aanbieden. Nee, we gaan niet bij de pakken neerzitten. Wij zijn ondernemers, wij vinden wel weer wat nieuws.'

Meer over