Reportage

Koolzaad als ‘geel goud’ door de oorlog? Deze boer tempert de verwachtingen: ‘Ik heb mijn geld nog niet’

Boeren Hans Lammers (links) en rechts Erik Schieven (rechts) in een veld van wat zij het mooiste voedselgewas ter wereld noemen, in Megchelen.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Boeren Hans Lammers (links) en rechts Erik Schieven (rechts) in een veld van wat zij het mooiste voedselgewas ter wereld noemen, in Megchelen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De prijs voor koolzaadolie is hoger dan ooit. Goed nieuws voor koolzaadboeren die zich in Oost-Nederland hebben verenigd. Maar ze juichen niet te vroeg. ‘Met een hagelbui op het allerlaatste moment is nog weleens driekwart van de oogst verloren gegaan.’

Pieter Hotse Smit

De vader van Erik Schieven keek uiterst bedenkelijk toen hij hoorde dat zijn zoon koolzaad wilde gaan verbouwen om er sla- en bakolie van te maken. ‘Dat spul kun je niet eten’, zei hij resoluut. ‘Daar brandden in de oorlog onze lampen op.’

Koolzaad – te herkennen aan de gele bloemetjes die in april en mei bloeien – werd ook begin deze eeuw in Nederland nog voornamelijk geteeld voor de brandstofproductie. Om als duurzaam alternatief bij te mengen bij benzine. Door allerlei steunbeleid kon dat in het kleine Nederland korte tijd uit, maar met de grondschaarste en het weggevallen van subsidies inmiddels al een tijd niet meer.

In Oost-Nederland had een groepje boeren de smaak zozeer te pakken, dat ze een een heuse koolzaadcoöperatie begonnen onder de naam Colzaco, waarvan Schieven momenteel voorzitter is. Een laagwaardig bulkproduct zoals biobrandstof mag dan niet rendabel zijn, hoogwaardige olie voor in de keuken misschien wel, was hun gedachte. Het lukte, met name dankzij een Duitse olieperser net over de grens. Die wist door het ‘schillen’ van zwarte koolzaadjes de bittere smaak eraf te krijgen.

Het gele goud

Het resultaat staat gebotteld op de keukentafel bij akkerbouwer Hans Lammers uit het Gelderse Megchelen, een van de coöperatieleden van Colzaco. ‘Koolzaadolie, Koude Persing, Bak & Braad’, staat op de fles. Het vervult het Lammers en Schieven zichtbaar met trots dat ze met hun merk onder de naam Brassica – Latijn voor kool – inmiddels in alle grote supermarkten staan.

Met de hoge grondstofprijzen en de schaarste aan zonnebloemolie door de oorlog in Oekraïne lijken de koolzaadboeren ineens goud in handen te hebben. En het boerengeluk wil dat Lammers nu uitgerekend dit jaar, met de wereldprijs voor koolzaadolie op een hoogtepunt, driekwart van zijn land heeft volstaan met koolzaad.

Lammers tempert de euforie als een term als ‘het gele goud’ over tafel gaat. ‘Ik heb mijn geld nog niet, hè. Met een hagelbui op het allerlaatste moment is nog wel eens driekwart van de oogst verloren gegaan. En in augustus haal ik het pas van het land, dan zullen we zien of de prijs nog steeds goed is.’

Met zijn fulltime baan en bescheiden 12 hectare akkergrond is hobbyboer Lammers de verpersoonlijking van de koolzaadsector. Een leuke bezigheid voor erbij, maar groot zal het niet snel worden. Daarvoor is een culinaire omslag van jewelste nodig in de Nederlandse keukens. Een beweging weg van de bakgewoonte met olijf- en zonnebloemolie. Ook zal er minder ruimte zijn voor de vlees- en melkproductie. Want om op grote schaal koolzaad te verbouwen, zouden bijvoorbeeld veevoergewassen als snijmaïs (bijna 200 duizend hectare) plaats moeten maken voor koolzaad.

Zo’n ommezwaai zal er niet van vandaag op morgen zijn, maar toch is het door corona en de oorlog op het Europese continent een realistischer scenario geworden. Al in 2013 presenteerde Wageningen Universiteit een onderzoek naar de gevolgen voor de Nederlandse voedselvoorziening als de toevoer van buitenlands voedsel naar Nederland zou stilvallen. Koolzaad komt daarin naar voren als de enige olievariant die hier op grote schaal geteeld kan worden om te voorzien in plantaardige eiwitten.

Omega 3-omega 6-verhouding

Zo hoog is de productie nog lang niet: sinds 2013 is het geteelde areaal koolzaad gestaag gedaald van zo’n 3.500 naar 1.500 hectare. Met de hoge grondstofprijzen van de laatste tijd ziet coöperatievoorzitter Erik Schieven de aandacht wel weer toenemen. Steeds meer akkerbouwers bellen hem met vragen over het gewas en overwegen zich aan te sluiten bij de huidige 120 leden van Colzaco.

Boven de bloeiende gele bloemetjes van Lammers barst van het insectenleven, waar weer zwaluwen op zijn afgekomen. De koolzaadstelen staan door de weinige regen van de laatste tijd in gortdroge, haast dode grond. Het toont de kracht van het gewas, zeggen Lammers en Schieven. Doordat de wortels tot diep in de grond gaan, kan het gewas toe met weinig water. Ook verbetert koolzaad de bodemvruchtbaarheid.

Koolzaadolie is bovendien gezonder dan veel concurrerende bak- en slaoliën – met 90 procent onverzadigde vetten en een goede omega 3-omega 6-verhouding. Het roept de vraag op waarom Nederlandse akkerbouwers niet al en masse om zijn?

‘Ja, was het maar zo simpel’, zegt Schieven. ‘Het is niet alleen voor de consument lastig om uit de olijfoliegewoonte te stappen, maar ook voor de boer om koolzaad in te passen tussen de andere gewassen.’ Om ziekten te voorkomen kan koolzaad niet twee jaar op rij op dezelfde hectare staan, en ook niet voor of na suikerbieten. De timing – oogsten in augustus, zaaien in september – is ook allesbehalve ideaal. Koolzaad kan feitelijk alleen direct worden gezaaid op de grond waar het jaar ervoor graan stond. Of de boer moet accepteren dat een deel van de grond tijdelijk braak ligt.

Schieven wil akkerbouwers vooral niet ontmoedigen. ‘Iedereen is welkom en wij garanderen dat we hun koolzaad afnemen’, benadrukt hij. ‘Zolang ze het maar mooi vinden om samen te werken aan een product uit de regio.’ En belangrijker, zegt Schieven, die nog steeds tot zijn middel in Lammers kleine zee van gele bloemetjes staat: ‘We hebben in onze statuten vastgelegd dat alle leden een warm hart moeten hebben voor wat wij het mooiste voedselgewas ter wereld noemen’.