Koolhaas blijft ook op tentoonstellingen raadsel

Nog vijf dagen en dan barst het Koolhaas-spektakel los. Dan nemen de maquettes, bouwtekeningen en concepten van Neerlands meest illustere architect en zijn bureaus O.M.A....

Ongetwijfeld stromen de bezoekers toe. Rem Koolhaas, bouwer van Nederlandse Ambassade in Berlijn en ontwerper van het hoofdkantoor van China Central Television in Beijing, moet nog zestig worden, maar heeft nu al de status van levende legende. Bij lezingen wordt hij bestormd als een popster en wie een paar weken geleden trachtte zijn nieuwste boekwerk Content te bemachtigen, moest onverrichter zake huiswaarts keren: uitverkocht.

Content is net als de architect zelf een raadsel. In de dik uitgevallen wegwerpfolder stort goeroe Koolhaas zijn statements, feiten, knipsels en (fake?)-reclames over de lezer uit, die er zelf maar chocolavan moet maken. Ook de expositie in de Kunsthal is een wervelstorm van idee waaruit iede bezoeker zijn eigen verhaal bij elkaar moet zien te zappen.

Dus is het een goed idee van het Nederlands Architectuurinstituut om een rustige tentoonstelling te organiseren rondom zijn eerste ontwerpen, en terug te keren naar de basis van zijn bouwpraktijk. Daartoe is het hele Koolhaas-archief uit het depot gesleept. Met vierenveertig dossiers is deze verzameling een pronkstuk voor het instituut, maar een fractie van het Koolhaas-oeuvre.

Geheel overeenkomstig de huidige tentoonstellingstrend, wordt van het publiek een buitengewoon grote inspanning verwacht. Dat mag met behulp van de computer op zoek naar projecten, om vervolgens op eigen houtje in de bijbehorende archiefpapieren te grasduinen. Dat lijkt leuk, alleen moet je minstens een afgeronde architectuuropleiding hebben om in elke potloodstreep de al dan niet 'vooruitziende blik en scherp analytische geest' van Koolhaas te ontdekken.

Voor de niet-ingewijde het grote publiek dus, voor wie deze tentoonstelling is gemaakt want de architectuurstudent kan het hele jaar door in het archief terecht , blijven de tekeningen abacadabra.

Niet dat er niets te ontdekken valt. Voor de die-hard is zijn studie naar expositiezalen, die hij maakte voor de nieuwbouw van het Stedelijk Museum in Amsterdam interessant.

En de fax van 6 januari 1990, waarmee Koolhaas zijn medewerkers vanuit een ver buitenland met nauwelijks verholen irritatie aanspoort om dagelijks om half tien te beginnen teneinde de deadline van de Kunsthal te halen, is voer voor privezers.

Maar zonder selectie, uitleg en duiding blijven het losse flodders. Een gemiste kans om het ongrijpbare genie Koolhaas nu eens vanaf het begin luid en duidelijk voor een leek te verklaren.

Meer over