Komen mist record 3000 meter op een haartje

Atletiek-wereldrecords zijn nog steeds niet te koop. Sponsors van wedstrijden kunnen een Ferrari of zakken met vele tienduizenden dollars als lokkertjes aan de finish zetten, als de benen van de atleten niet willen, dan lukt het niet....

Van onze sportredactie

AMSTERDAM

De 20-jarige atleet finishte in Monaco na 7 minuten en 25,16 seconden, vijfhonderdste seconde boven de tijd van Noureddine Morceli. Tijdens zijn doorkomsten werd Komen niet wakker geschud door de elektronische tijdwaarnemening en keek hij in de slotfase bovendien een paar keer om om te zien waar de concurrentie bleef. Dat kostte hem de mondiale toptijd die sinds twee jaar met 7.25,11 op naam staat van de Algerijn. Het kostte hem ook een zak geld gevuld met 50 duizend dollar, die klaar lag voor een wereldrecord.

'Ik heb geen moment aan dat record gedacht', zei Komen, die nog vier landgenoten binnen de 7.30 zag binnenkomen. Dom, want de aanwezigheid van Morceli in Monaco had hem daaraan wellicht wel kunnen herinneren. De Noord-Afrikaan zou starten op de 1500 meter, maar zag daarvan af wegens een blessure.

Er waren zaterdag veertien gouden medaille-winnaars actief in het rijke vorstendom, waar 1,6 miljoen dollar aan start- en prijzengeld gereed lag. Later in augustus en september volgen nog grote wedstrijden in Zürich, Keulen, Brussel, Berlijn en Milaan, waar ook een hoop geld klaarligt. De kampioenen werden in Monte Carlo vooraf in oldtimers over het tartan gereden. Het veertiental was blijkbaar vermoeid, want liefst negen van hen wisten in Monaco niet te winnen.

Alle aandacht ging overigens uit naar Wilson Kipketer, een niet-Olympiër. Kipketer, die niet in Atlanta mocht rennen, had beloofd een aanval te doen op het vijftien jaar oude wereldrecord van de Brit Sebastian Coe. Maar helaas, de tijd, 1.41,73, in 1981 gevestigd in Florence, bleek opnieuw te scherp. De Deense atleet, geboren Kenyaan, won de afstand tijdens Grand Prix-wedstrijden in Monte Carlo wel, in 1.42,59.

Kipketer liep niet al te slim: Zijn tweede rondje was dik in orde, maar tijdens de eerste omgang liet hij zich teveel terugvallen achter de voortsleurende hazen. Kipketer liep in Monte Carlo wel de derde tijd van het seizoen. Zelf was hij vorige maand in Nice achthonderdste seconde sneller. Tijdens de Olympische Spelen won de Noor Vebjörn Rodal de afstand in 1.42,58. Kipketer was niet in Atlanta, hij kreeg geen toestemming van de internationale atletiekfederatie (IAAF) omdat zijn naturalisatie tot Deens staatsburger niet tijdig rond was.

De 17 duizend toeschouwers in het fraai vormgegeven Louis II-stadion, half-volgelopen vooral ter wille van de nationale idolen Marie-José Pérec (die vooral vermoeid was) en polsstokhoogspringer Jean Galfione, kregen geen wereldrecord te zien, maar wel een aantal beste seizoenprestaties voorgeschoteld. De Duitse speerwerpster Steffi Nerius haalde de 70 meter net niet. Haar beste poging was 69,42, een persoonlijk record. Niemand gooide tot dusver verder in 1996. Nerius, slechts negende in Atlanta, bleef nu de Olympische-medaillewinnaressen voor.

Middenafstandloopster Svetlana Masterkova won de 800 meter in 1.56,04, sneller dan iedereen dit seizoen. De opvolgster van Ellen van Langen als Olympisch kampioene versloeg onder anderen de Cubaanse wereldkampioene Ana Fidelia Quirot (1.56,29) en de Surinaamse kampioene Letitia Vriesde, die 1.57,09 liet noteren.

Joseph Keter was de onbetwiste aanvoerder van een heel peloton Kenyanen op de 3000 meter steeplechase. Zijn winnende tijd was 8.05,99, beter dan in Atlanta waar hij Olympisch goud won op deze discipline. Gideon Chirchir en Patrick Sang bleven het dichtst in zijn buurt.

Allen Johnson bewees ook dat zijn Olympisch goud op de 110 meter horden geen toevalstreffer was. Hij was met 13,27 een fractie sneller dan zijn landgenoten Roger Kingdom, de kampioen van de Spelen in 1984 en 1988, en Jack Pierce. Wereldrecordhouder Colin Jackson struikelde over de laatste hindernis en finishte als zevende.

Pérec stelde ondanks de vermoeidheid haar fans niet teleur. Ze won de 400 meter in 49,18, voor haar overigens een matige tijd. Voor polsstokhoogspringer Galfione ging daarentegen na 5,60 al het licht uit. 'Mijn achillespezen stonden in brand', verontschuldigde de Fransman zich.

Gwen Torrence (10,92 op 100 m), Kim Batten (53,34 op 400 mh), Samuel Matete (47,62 op 400 mh) en Inga Babakova (2,02 hoog) namen revanche voor hun nederlagen in Atlanta.

De Canadese sprinter Donovan Bailey, die tijdens de Spelen de 100 meter liep in de wereldrecordtijd van 9,84, zegevierde ook in Monte Carlo op de kortste afstand. Hij kwam, gehinderd door een lichte tegenwind, niet onder de tien seconden: 10,06. 'Mijn doel voor na de Spelen is zo consistent mogelijk te blijven lopen en alle races winnen', zei Bailey. 'Dat ben ik aan mijn publiek verplicht. Maar het is heel moeilijk jezelf te blijven motiveren. De Olympische Spelen zijn zo'n emotioneel hoogtepunt.'

Meer over