Kolkende, dronken, rauwe Tsjechovpijn

Ze lijden, de figuren in Tsjechovs 'Oom Wanja', en bepaald niet in gekwelde stilte. Sommige scènes doen er pijn van.

De voorstelling is nog niet begonnen, maar de huishoudster schuifelt al rond over het toneel. Ze rommelt wat met theekopjes terwijl het publiek binnenstroomt en zich op zijn manier voorbereidt op wat komen gaat: Oom Wanja, van Tsjechov. Niets ongewoons tot zover, al zal een enkeling zich misschien afvragen: ken ik dat decor niet ergens van?

In ieder geval één rekwisiet dan toch, dat nu dienst doet als decoratief element: de meeuw. Parmantig staat-ie te pronken in een stellage rechts op de scène, als een kleine verwijzing naar de vorige, eerste voorstelling in deze driedelige Tsjechov-reeks van Hummelinck Stuurman Theaterbureau: De Meeuw. Dat stuk, dat vorig jaar rond deze tijd premierde (in 2013 sluit De Kersentuin af), was al met al een onderhoudende, maar ook redelijk veilige enscenering, van Gerardjan Rijnders (die ze alledrie regisseert).

Wat een verrassing dan nu is deze Oom Wanja: niks schrijnende bitterzoete melancholie van de Russische ziel, maar kolkende, boertige, dronken, wanhopige Tsjechov-pijn wordt hier getoond, door acteurs die durven lelijk te zijn in een al even drieste aanpak. Niet in de zin dat de structuur van het stuk wordt verlaten (een enkele ingreep zou de vaart hier en daar ten goede zijn gekomen), maar in de gewaagde uitwerking van de rollen.

Luid gapend komt Wanja op, hij klaagt, hij zeurt, hij schreeuwt: zijn hele leven heeft hij gezwoegd om zijn zwager, een knappe wetenschapper, financieel te steunen in diens loopbaan, en zie wat ervan gekomen is. De wetenschapper is eerder een charlatan, die het evenwel goed voor elkaar heeft en met zijn mooie jonge vrouw op het landgoed is neergestreken waar Wanja en zijn nichtje Sonja zo hard plachten te werken.

Plachten, want met de komst van de prof en zijn schone Jelena is alles veranderd. Iedereen is onder de indruk van met name Jelena, en niks heeft meer de betekenis of de waarde die het eerder leek te hebben, hoe bescheiden die misschien ook was: opeens voelen ze zich pijnlijk, bijna ondraaglijk, geconfronteerd met de onbeduidendheid van hun bestaan. Wanja, Sonja, en huisvriend dokter Astrov, ze lijden, ze verzetten zich, ze vechten ertegen, maar vergeefs: de toekomst zal niet veel beter zijn.

Dat kan in gekwelde stilte, maar dat gebeurt hier dus bepaald niet, af en toe is het op het randje van kluchtig zelfs. En toch komen sommige scènes zo hard aan dat het pijn doet. Dat is dan uiteraard ook de verdienste van de acteurs, Rijnders weet wie hij in huis heeft. Een geweldige Pierre Bokma als Wanja, om te beginnen. Woest grappig de ene keer, intriest het volgende moment. Ontwapenend als hij Jelena (Eline ten Camp met big hair) voor zich probeert te winnen en onnavolgbaar scherp wanneer hij de professor de waarheid vertelt. En dan is er dokter Astrov, oftewel Hein van der Heijden op zijn best. Een man met idealen ooit, maar inmiddels ook een beetje op zijn retour. Hij heeft een dode patiënt te betreuren (was het zijn schuld?) is aan de drank en vlucht in een flirt met Jelena. Niets subtiel, hop op de keukentafel; even daarvoor zien we hem in een bezopen gevecht met Wanja, komisch en treurig tegelijk. Dat werkt zo voor de meeste personages, van de jonge Sonja (mooie rol van Randy Fokke) tot de oude professor (sterke Reinier Bulder), en uiteindelijk de hele voorstelling. Gewaagd, maar waarachtig.

Oom Wanja van Anton Tsjechov. Deel II van TSJECHOV3 door Hummelinck Stuurman Theaterbureau. Regie Gerardjan Rijnders. DeLaMar Theater, 25/2. Tournee t/m 10/6; toptheater.nl

undefined

Meer over