Kolbeinn

Op zoek naar de Roots van K. Sigthorsson. Deel 7, de thuiskomst van K. Sigthorsson.

Het is een wonderlijk gezicht Kolbeinn langs het havenfront van Sauörákrókur te zien lopen. Hij heeft een paar IJslandse klompen aangetrokken, gehouwen uit het kaakbeen van de Noordse walvis. Zijn gezicht gloeit, in zijn ogen brandt het vuur van de IJslandse passie. 'Hier hoor ik thuis', zegt hij. 'Dit is mijn stad.' Hij staart over de zee. 'Kijk', wijst hij in de verte, 'jagende orca's!' Naast hem staat zijn jeugdvriendin Nora, in een ultrakort rokje van roggenleer. Ze trekt steeds aan Kolbeinn. 'Nu eerst naar Sigge Sigurvinsson, de druïde', zegt Kolbeinn. 'Hij zal mijn enkel genezen. Wacht!' Drie uur later keert hij terug, een ander mens. De verlammende geur van walvissperma en het haar van oude walrussen doet me wankelen op mijn benen. 'Pure geneeskracht', stelt hij me gerust. 'Dat wordt lachen, straks in de kleedkamer. Daar kan geen Hollandse natte wind tegenop!' Nora danst een wilde paringsdans. 'Kom vriend', zegt Kolbeinn gastvrij. 'We gaan carpaccio eten van Jan-van-Genten, likeur van IJslandse edelweiss zuipen en over seks praten. Volgende week sta ik weer in de basis.' Nora kijkt hem vol verlangen aan. 'Rolégur!', zegt Kolbeinn streng.

undefined

Meer over