Kokette twijfels

Slecht nieuws grootmoedig incasseren is een kunst die weinig politici verstaan. Irak vormt de laatste weken een onuitputtelijke bron van onheilstijdingen....

De ongekroonde koning van de ontkenning van de werkelijkheid is Donald Rumsfeld. Volgens een artikel van The New Yorker was hij al op 16 januari op de hoogte van de martelingen in de Abu Ghraib gevangenis. Maar hij stak meer energie in het tegengaan van publicatie van de foto's dan in het bestrijden van de misstanden. De martelingen waren niet het werk van een paar doorgedraaide bewakers. Rumsfeld heeft zelf toestemming gegeven voor de ondervragingsmethoden. Er moest en zou meer informatie beschikbaar komen over het verzet tegen de Amerikaanse bezetting. De ondervragingen van gevangenen moesten meer opleveren. Als richtlijn gold daarbij volgens The New Yorker 'Grijp wie je grijpen moet en doe wat je wil.' Laat je niet intomen door rechten van verdachten of internationale verdragen. Irak moest gaan lijken op Amerika. Een rechtsstaat worden en een democratie. Maar het is eerder andersom. Amerika begint te lijken op Irak.

Maar Rumsfeld kent geen twijfel. De oorlog tegen Irak was, is en blijft een goed besluit. Ook al waren er geen massavernietigingswapens, geen banden met Al Qa'ida en geen warme ontvangst van het Iraakse volk. 'Het is beter om terroristen daar te bestrijden dan hier,' aldus de Amerikaanse minister van Defensie. Volgens deze redenering is het Iraakse drama een prestatie van formaat. Alles wat daar gebeurt, heeft de regering met succes buiten de grenzen gehouden. In The New Yorker brengt een van de criticasters deze houding fijnzinnig onder woorden. In het Pentagon 'zijn ze inge tegen de werkelijkheid'.

Mannen die geen twijfel hebben, zullen altijd proberen om te verdoezelen welke prijs betaald moet worden voor hun beleid. Zo zei onderminister Wolfowitz onlangs in een interview dat er in Irak ongeveer vijfhonderd Amerikanen zijn gesneuveld. In werkelijkheidstaat de teller inmiddels op 784. (En meer dan 10 duizend Iraakse doden). President Bush heeft ook nog bij geen enkele begrafenis zijn gezicht laten zien. Blijkbaar is de angst voor foto's van de president in de buurt van een lijkkist groter dan de wens om zijn medeleven te tonen aan de nabestaanden van de militairen die hij de oorlog heeft ingestuurd.

In Nederland zijn politici niet zo rabiaat. Henk Kamp was bij de begrafenis van Dave Steensma. Balkenende was er niet, maar heeft wel gezegd dat hij het erg vond. Nederlandse politici laten ook geen gelegenheid voorbij gaan om te laten zien dat de gebeurtenissen in Irak ze ernstig aan het twijfelen brengen. Henk Kamp spreekt zelfs over de 'worsteling' van het kabinet met het besluit over de verlenging van de Nederlandse missie in Irak. Het oogt allemaal uitermate gewetensvol.

Wat al dit meeleven en geworstel betekent voor de politieke koers, is helaas minder duidelijk. We horen dhet kabinet worstelt, niet waarover het worstelt. Balkenende treurt over de dood van Steensma, maar onderstreept tegelijk het belang van de missie in Irak. 'Het verdriet is er, maar in de strijd in Irak gaat het om vrede, stabiliteit en de betrokkenheid van de internationale gemeenschap.' Daarmee ontloopt hij het echte dilemma. Heeft het offer van Steensma ook zin als de missie in Irak geen vrede oplevert, maar oorlog, geen stabiliteit, maar chaos, geen internationale betrokkenheid, maar Amerikaanse alleingang?

Of wat te denken van Bernard Bot. Hij heeft manmoedig zijn Amerikaanse collega Powell opgebeld om de afschuw over te brengen van de Nederlandse regeringover de martelingen in Irak. Maar wat betekent deze afwijzing als The New Yorker gelijk heeft en Rumsfeld toestemming heeft gegeven aan de mishandeling? Wil de Nederlandse regering dan nog deelnemen aan een coalitie onder Amerikaanse leiding? Gaat de regering voorwaarden stellen aan de verlenging van de missie, zoals een bepalende rol van de Verenigde Naties? Over deze wezenlijke vragen hoor je de minister niet.

Gerrit Zalm maakt het nog bonter. Hij vindt dat de onthullingen over de martelingen geen argument mogen zijn in de besluitvorming. Hij wil dat de Nederlandse troepen nog een jaar in Irak blijven tenzij er een volledige burgeroorlog uitbreekt. En zover is het gelukkig (nog) niet. Daarmee is de speelruimte voor de twijfel helder afgebakend. Het kabinet en de coalitiegenoten mogen goede sier maken met hun 'worsteling' en hun geweten, als het maar geen consequenties heeft voor de besluitvorming. Zo oogt het gedrag van de Nederlandse politici aangenamer dan dat van hun Amerikaanse collega's, maar is het resultaat hetzelfde. Oogkleppen op en doorgaan op de ingeslagen weg.

Meer over