Kofi Annan laat wereld rauwer achter

Zijn eerste vijf jaar waren schitterend, hij genoot groot gezag. Daarna kwam het verval. Vooral de laatste jaren was Annans spankracht ondermijnd....

Jan Tromp

Ofschoon respect en ook wel sympathie voor Kofi Annan niet ontbreken, moet de harde conclusie luiden dat hij de wereld rauwer achterlaat dan hij deze aantrof toen hij tien jaar geleden begon aan de moeilijke baan van secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Vandaag is de inauguratie van zijn opvolger, de Zuid-Koreaan Ban Ki-moon.

Annan heeft de afgelopen maand een afscheidstournee gehouden. Hij hield een paar toespraken die bij elkaar een adequate uitstalling vormden van de gevaren die de wereld bedreigen.

Maar tegelijk waren die toespraken een treffende illustratie van zijn onvermogen de volkerenorganisatie een leidende rol te bezorgen in de beteugeling, laat staan de oplossing, van de grote crises in de wereld.

Maandag kritiseerde hij de Verenigde Staten die als machtigste natie ter wereld het principe van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid hebben uitgehold, vooral natuurlijk door het eenzijdige optreden in Irak. En dinsdag zei Annan in zijn laatste rede tot de Veiligheidsraad dat er niet veel tijd meer is om het Israëlisch-Palestijnse conflict tot een aanvaardbare oplossing te brengen.

Eind november maakte hij in een toespraak aan de Universiteit van Princeton een rake opmerking over de voortgang van de ontwapening in de wereld: ‘Het enige terrein waarop een gemeenschappelijke strategie volledig ontbreekt, is het gebied waarop heel goed het allergrootste gevaar zich kan manifesteren: dat van de nucleaire wapens.’

Afgelopen zondag hekelde hij de onverschilligheid jegens Darfur: ‘Hoe kan een internationale gemeenschap die beweert de mensenrechten hoog te houden, toestaan dat deze verschrikking voortgaat?’

Een secretaris-generaal van de VN moet aanmoedigen en aanklagen. Maar moet hij ook niet wat bereiken? Bij elkaar vormen de afscheidsverhalen van Kofi Annan een staalkaart van de zorgen waaronder de wereld zucht.

En tegelijk zijn ze een reflectie van het onvermogen van de VN en van dier leiding tot doorbraken te komen, al was het slechts in een enkele grote kwestie.

Het is waar dat een secretaris-generaal niet méér kan doen dan wat hem door de lidstaten wordt toegelaten. Zo bezien is hij een dienaar, geen heerser. Maar omgekeerd is het niet onwaar dat wat de lidstaten hem toestaan, mede wordt bepaald door de kracht, de moed en de sluwheid van de zittende functionaris.

Er loopt een merkwaardige caesuur door de periode van tien jaar waarin de nu 68-jarige Kofi Annan de hoogste post bij de VN beheerde. Washington wilde hem in 1996 graag hebben als secretaris-generaal. De kleinzoon van een Ghanees stamhoofd had binnen de VN al een hele carrière achter de rug.

Hij kende het apparaat en hij had als hoofd van het directoraat voor de vredeshandhaving indruk gemaakt in de conflicten in Bosnië, Angola, Cambodja en Haïti. Zo werd Annan eind 1996 de opvolger van Boutros Boutros-Ghali.

De eerste vijf jaar waren schitterend. De Koude Oorlog was voorbij, de wereld werd een marktplein en Kofi Annan was het geweten van de nieuwe tijd. Hij was bescheiden en vasthoudend, hij sprak inspirerend over mensenrechten en armoedebestrijding. Hij zocht in Bagdad Saddam Hussein op om een dreigende oorlog af te wenden, Sierra Leone en Oost-Timor kregen steun om te herstellen van de verwoestingen in hun landen.

De secretaris-generaal genoot een groot moreel gezag; hij werd ‘de seculiere paus’ genoemd. In snel tempo groeide hij uit tot een internationale ster. In 2001 werd aan Kofi Annan de Nobelprijs voor de vrede toegekend.

Daarna kwam het verval. Zijn morele gezag heeft de laatste jaren ernstig geleden onder erosie. Een voorname factor waren de schandalen die de VN kwelden, vooral over de kwestie rond het zogeheten olie-voor-voedselproject.

De Iraakse bevolking leed zwaar onder VN-sancties tegen het regime van Saddam Hussein. Het land mocht daarom onder toezicht van de VN olie verkopen in ruil voor de aanschaf van voedsel en medicijnen voor de bevolking. Het programma ging ten onder aan corruptie. Kofi Annan heeft zich niet erg slagvaardig betoond in de aanpak van het schandaal.

Hij heeft zijn zoon, die een rol speelde in de zaak, lang de hand boven het hoofd gehouden, hetgeen voor een vader misschien begrijpelijk was, maar voor een secretaris-generaal erg onverstandig.

Het droeg bij aan het imago van de volkerenorganisatie als een logge, in zichzelf gekeerde bureaucratie die niet eens bij machte was de eigen huishouding op orde te houden. Laat staan die van de wereld. Het gaf tegenstanders van de VN, vooral die in de machtige Amerikaanse Senaat, de gelegenheid het aftreden te verlangen van Annan.

Het heeft de laatste jaren zijn spankracht ernstig ondermijnd. De VN hebben altijd een gecompliceerde relatie onderhouden met hun gastheer en belangrijkste donor, de VS. Met Clinton had Annan een goede verstandhouding, met George W. Bush een slechte.

Het beste wat je ervan kunt zeggen, is dat Kofi Annan in politiek-moreel opzicht aan de goede kant van de streep stond: vóór multilateralisme, vóór diplomatieke oplossingen. Maar de Amerikaanse vijandigheid jegens de VN heeft intussen in ruime mate eraan bijgedragen dat de volkerenorganisatie nogal tandeloos is. De toestand in de wereld vormt er de weerspiegeling van. In het Midden-Oosten dreigt een vuurzee, Iran en Noord-Korea zijn op weg atoomstaat te worden en de Veiligheidsraad lijkt de tragedie in Darfur te laten voor wat het is. Er zijn feestelijker omstandigheden denkbaar voor een afscheid.

Meer over