Koeliepaleizen in Suriname

Het is echt niet alleen kommer en kwel in Suriname.Wie geld heeft, laat het zonder blikken of blozen 'wapperen'. Het ene na het andere 'koeliepaleis' wordt in en rond Paramaribo uit de grond gestampt. 'In de Efteling zou het zeker niet misstaan.'

VAN ONZE VERSLAGGEVER STIEVEN RAMDHARIE

De villa baadt al vroeg in de felle tropische zon, van straathoek tot straathoek. Aangekomen bij het monumentale onderkomen van Dilip Sardjoe, Surinames rijkste man, schudt architect in ruste Harnarain Jankipersadsingh het hoofd. En hij zucht volop. Gut, gut, gut. Overal hagelwitte beelden die lantaarnpalen blijken te zijn. Zelfs op het gras langs het kanaal, op openbaar terrein, heeft Sardjoe de beelden geplaatst. Alsof hij wil zeggen: 'Pas op, u nadert Dilip Sardjoe-land!'

In deze villawijk in het noorden van Paramaribo huist de hindoestaanse selfmade-miljonair, ooit een eenvoudige videotheekhouder, in een huis van het type poenerig en protserig. Ommuurd, voorzien van een basketbalveld en overal rijk geornamenteerd hekwerk. Op het dak een joekel van een satellietschotel.'Het hoort hier gewoon niet thuis', moppert Jankipersadsingh (71), die zich al jaren doodergert aan de bouwsmaak van zijn rijke landgenoten. 'Ja, misschien in een pretpark. In de Efteling zou het zeker niet misstaan.'

Toerend langs rijk Suriname met criticus en oud-minister van Openbare Werken Jankipersadsingh, kom je al gauw tot de conclusie: een welstandscommissie zou in dit land een hell of a job zijn.

Bij een witte villa verderop in de miljoenenbuurt, met pilaren die overduidelijk en zonder enige gêne gestolen lijken van het Witte Huis, krijgt hij bijna een rolberoerte. Bollywood in Paramaribo. 'Koeliepaleizen' worden dit soort villa's in de volksmond genoemd. Want doorgaans zijn de bewoners gefortuneerde hindoestanen, een bevolkingsgroep die al decennia bij scheldpartijen voor koelie wordt uitgemaakt. 'Dit huis is ook zo potsierlijk', foetert Jankipersadsingh. 'En het zijn echt niet alleen hindoestanen die in dit soort paleizen wonen. Ook Javanen en creolen. Waar ze het geld vandaan halen, dat weet natuurlijk niemand.'

Suriname, ach, het is er beslist niet alleen kommer en kwel.

Vroeger, in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, ergerden veel Surinamers, vooral in Nederland, zich aan het stereotiepe beeld dat vaak van hun prachtige land werd geschetst. Wéér die beelden van arme wijken, zoals Abra Broki, op de Nederlandse televisie als Suriname in het nieuws was. Wéér die beelden van rondrennende kinderen in hun blootje op troosteloze erven in Paramaribo. 'Alsof we allemaal zo arm zijn', kon je de Surinamers boos horen zeggen.

Natuurlijk, een deel van het land heeft het bijzonder goed en kan zich alle luxe veroorloven. En ze willen het laten zien ook. Hoezo, Suriname een arm land? Bij de spiksplinternieuwe supermarkt Choi's waan je je in Miami. Rij door, langs de tweede shoppingmall van Paramaribo, en je komt in Paramaribo-Noord: een oase van rust en weelde.

Sla af, naar de Anton Dragtenweg, en het ene tropische paleisje na het andere flitst aan je voorbij. Een kwart eeuw terug was dit stukje aan de Surinamerivier nog bos. Nu hebben politici, ambassadeurs, ondernemers en een enkele verdwaalde cokebaas er hun optrekje aan het water. Oud-president Jules Wijdenbosch bouwde er zijn villa, maar verkocht het weer. President Bouterse woont er aan het einde, bij Leonsberg. Voormalig Centrale Bank-president Henk Goedschalk had hier een van de mooiste houten huizen uit de slaventijd, de directeurswoning van plantage De Morgenstond, tot het door brand werd verwoest.

De opkomst van de cocaïnehandel vanaf de jaren tachtig, heeft bijgedragen aan de groei van het fenomeen koeliepaleis. Doodgewone, onopvallende twintigers werden in korte tijd net zo gefortuneerd als de oude elite.

Kopieergedrag

Het begint al direct na aankomst op vliegveld Zanderij. Wie Suriname geregeld bezoekt, ontwaart tijdens het uurtje rijden van het vliegveld naar de stad dat er alweer een paar koeliepaleizen zijn bijgekomen. Het een nog groter dan het ander. En bij het ene nog meer glimmende terreinwagens op de oprijlaan dan bij het andere. En het ene paleis voorzien van een nog hoger hek dan het andere. 'Weer die Griekse pilaren, hè?', moppert Jankipersadsingh terwijl hij gluurt naar een gigant van een huis. 'Men houdt in dit land van na-apen. Er is veel kopieergedrag. Het lijkt wel of we geen fantasie hebben. En het is natuurlijk makkelijk: je hebt geen architect nodig.'

De eigenzinnige Jankipersadsingh is een roepende in de woestijn. Hij is een eenling in een land waar schijnbaar alles mag - en niet alleen in de politiek. Bij gebrek aan bestemmingsplannen en stedebouwkundige concepten is het ieder voor zich in Paramaribo. Elk gat wordt volgebouwd. Jankipersadsingh was een van de eersten die voor rotondes pleitten om de verkeersstromen in de overvolle stad te reguleren. Nu zijn ze de nieuwe mode in het straatbeeld, overal worden ze rondgestrooid. Alleen, ze blijken te smal te zijn waardoor het verkeer weer hopeloos vastloopt.

Sloot na sloot wordt gedempt om de ongekende bouwwoede te bevredigen. Het gevolg: straten komen blank te staan, want het regenwater kan niet meer weg.

Zandwegen worden geasfalteerd, maar er komen geen nieuwe straten bij. Waardoor je om de haverklap in Paramaribo stilstaat. In een stad waar het wagenpark jaar in, jaar uit explosief blijft groeien. Jankipersadsingh: 'Ik hoor dat er nog tienduizend auto's bijkomen. Op elke hoek heb je toch een automarkt gezien? Zeker, het heeft een reden. Het openbaar vervoer is niet goed.'

De architect stelde ooit voor de oude treinverbinding tussen Paramaribo en het plaatsje Lelydorp in ere te herstellen. Wonen in Lelydorp, werken in de stad. Niemand luisterde, ook niet in het parlement. En omdat de hoofdstad geen eigen stadsbestuur en burgemeester heeft, was het daarmee afgedaan. Fiets- en voetpaden, ook zo'n mooi idee. Hij werd nog net niet gelyncht.

Ark van Noach

Tuffend in zijn auto komt Jankipersadsingh vingers tekort om te wijzen naar alweer een architectonisch misbaksel dat is verrezen. Op de Anton Dragtenweg is het continu raak. Van villa's tot restaurants tot hotels. Soms, heel soms, word je verrast. Zoals door de Ark van Noach, een hotel van een Amsterdams echtpaar in de vorm van de ark.

Door de bouwwoede is de Surinamerivier, die evenwijdig aan de straat loopt, vaak niet meer te zien. De rivier wordt door de paleizen afgeschermd. Jankipersadsingh: 'Deze mooie weg had een boulevard kunnen zijn. Door de gevelwand van bebouwing die er nu is opgetrokken, wordt de wind tegengehouden. Gevolg: de stad wordt niet meer geventileerd, waardoor het er vaak niet uit te houden is. En dan heb ik het niet eens over al die bomen die worden gekapt. Toen ik minister was, liet ik bomen planten. We hebben een dienst milieubeheer die erop zou moeten toezien dat bomen niet worden gekapt. Maar ik weet bij god niet wat ze beheren.'

Zelf bewoont de architect ook een kast van een huis. Geen opzichtig ding, maar eentje die een serene rust uitstraalt. Waar je in de ochtend op het terras tussen de bomen en planten tevreden de ochtendkrant openslaat en denkt: ja, Suriname is een mooi land. Maar Jankipersadsingh is anno 2012 moegestreden. Zijn vrouw is er niet meer, zijn vier kinderen wonen in Nederland. Het land waar ze wel doen aan fietspaden, brede rotondes, welstandscommissies en een verantwoorde planning van de stad.

Somber: 'Ik denk niet dat Suriname ooit tot ontwikkeling zal komen. De organisatiegraad is nul. Er is geen discipline en vaderlandsliefde. Ik adviseer mijn kinderen daarom niet terug te komen. Er is geen werk, geen veiligheid. Het kader dat we hebben, wordt niet goed ingezet. Een deel zit thuis en krijgt gewoon zo'n 1.500 euro per maand doorbetaald - voor niets doen. Want dan is er weer een nieuwe regering aangetreden en willen ze van je af.'

undefined

Meer over