Zicht op terpdorp Mantgum met voor de kerk en links naast de lichtmasten van de tennisbanen het bevochten (land)bouwperceel.

REPORTAGEGrondbezit

Koeien of woningen? Bouwen op weiland splijt een Fries terpdorp

Zicht op terpdorp Mantgum met voor de kerk en links naast de lichtmasten van de tennisbanen het bevochten (land)bouwperceel.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Overheden hebben landbouwgrond nog meer dan voorheen in het vizier om hun ‘grondhonger’ te stillen. In het Friese Mantgum is nog geen anderhalve hectare weiland het toneel van de strijd. ‘Ik vrees voor oorlog in elk dorp, net als hier.’

Naast de lichtmasten van de Mantgumer Tennis Club ligt een drassig stukje grasland. De koeien die er in de warmere maanden grazen, staan op stal. Als de bouwplannen van een groep dorpsgenoten doorgaan, zullen de koeien in de wei daar voorgoed plaats moeten maken voor twaalf luxewoningen.

‘Hier geen huizen maar KOEIEN!’, luidde de tekst op een platte kar die de Mantgumer boer in kwestie deze zomer op ‘zijn’ gepachte stukje grond zette. Praten met de Volkskrant wil hij niet, nu hij met de gemeentelijke grondeigenaar in een juridische clinch ligt over zijn meer dan twintig jaar lopende pachtovereenkomst.

In het Friese terpdorp Mantgum zie je hoe een weiland van niet meer dan anderhalve hectare een hechte gemeenschap van nog geen twaalfhonderd inwoners ineens kan verdelen. Omdat de gemeente Leeuwarden, waar Mantgum in 2018 in opging, woningbouw op het landbouwperceel plotseling wél ziet zitten.

De zichtlijn op de terp, die met de nieuwbouw volgens de tegenstanders verloren gaat, is te zien op de foto die de Leeuwarder Courant in augustus afdrukte van het protesttafereel van de boer. Achter de tractor met aanhanger en bord staat de kerktoren van het Friese terpdorpje. Ertussen is de woonboerderij zichtbaar van Herbert Schaap en zijn vrouw, die zich vierkant achter de boer scharen.

Net als dorpsgenoot Nynke-Rixt Jukema, die in de woonboerderij van Schaap is aangeschoven voor een gesprek. Als architect ziet Jukema dat op meer plekken in Friesland het karakteristieke platteland wordt geofferd voor steen. Het ‘verraad’ rond haar eigen dorp emotioneert haar niet alleen omdat het een volgende aantasting is van het buitengebied. Het raakt haar vooral omdat het ingaat tegen tal van gemeentelijke en provinciale voornemens om het zicht op het oude landschap niet verder te vervuilen.

‘Omdat mensen met geld en connecties iets willen, gebeurt het toch’, zegt ze. ‘Wij worden ondertussen weggezet als de zeurpieten die overal tegen zijn. In wat voor maatschappij leven we dan?’

Toekomstige grondclaims

De strijd om de grond bij Mantgum staat niet op zich. Die wordt op meerdere plekken in Nederland gevoerd en vermoedelijk alleen maar heviger de komende jaren. Vooral nu voor het stillen van bestuurlijke ‘grondhonger’ nog nadrukkelijker naar de landbouwgrond wordt gekeken. De rest is immers al bebouwd of beschermd.

In toch al hectische tijden rond het boerenerf is het de vraag hoe de herverdeling vreedzaam kan worden vormgegeven. En wat dit betekent voor de Nederlandse exportlandbouw zoals we die nu kennen?

Tussen 1950 en 2015 werd ruim 500 duizend hectare landbouwgrond aan de sector onttrokken, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): 2,3 miljoen hectare werd 1,8 miljoen. Van driekwart van het landoppervlak van Nederland ging de landbouw naar minder dan tweederde. In de piekperiode vanaf 1996 stonden de boeren een stuk land af zo groot als het gebied dat in de vorige eeuw op de zee is gewonnen: de Wieringermeer, Oostelijk Flevoland en de Noordoostpolder.

Tel alle toekomstige grondclaims bij elkaar op en er is tot 2050 zomaar nog eens een half miljoen hectare grond nodig om alle plannen te verwezenlijken. Met natuur en duurzame energie als belangrijkste plaatsvervangers.

‘Het is tijd dat alle boeren wakker worden!’, klonk het bij de recentste aankondiging van boerenprotesten door Farmers Defence Force (FDF), de opruiende tak onder de boze boeren. ‘Dit kabinet heeft slechts één doel: Landroof! Alles moet wijken voor zware industrie, asfalt en beton. Vervuiling.’ Om daaraan toe te voegen: ‘Wij-wijken-niet! Wij vechten voor onze grond. Ons platteland.’

Niet alleen de radicalere boeren van FDF vermoeden grondhonger achter de kabinetsplannen om veehouders vanwege stikstof uit te kopen. Ook gematigder boeren zien de nieuwe stikstofwet als een volgend instrument om ze meer grond afhandig te maken. Voor de grootste boerenorganisatie LTO Nederland ligt de grondkwestie in de aanloop naar de verkiezingen zelfs zo gevoelig dat ze zich er niet over wil uitlaten in de media.

Eerdere nieuwbouw rond Mantgum. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Eerdere nieuwbouw rond Mantgum.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Inkrimpen landbouwareaal

Met alleen al de milieu- en klimaatuitdagingen waar het veedichte Nederland voor staat, zal de uitkomst hoe dan ook zijn dat de landbouw moet inleveren, meent emeritus hoogleraar rurale sociologie Jan Douwe van der Ploeg. ‘De crux is: moet Nederland blijven exporteren in de mate waarin het nu doet?’ En waarbij driekwart van de landbouwproductie naar het buitenland gaat. Zijn antwoord: ‘Nee’.

Dat een krimp van het landbouwareaal schadelijk zou zijn voor Landbouw BV Nederland, noemt een andere emeritus hoogleraar uit Wageningen, Rudy Rabbinge, juist ‘een fabeltje’. ‘We kunnen met de helft van de landbouwgrond en tegen de helft van de kosten de productie verder verhogen’, is zijn stellige overtuiging. ‘Mits de beste gronden worden behouden voor de landbouw, wordt gekozen voor hoogwaardige producten, maar ook met strenge milieueisen wordt gewerkt.’

Historische cijfers laten zien dat het kan: de daling van het landbouwareaal in de vorige eeuw ging gepaard met verhoogde productie. Rabbinge bepleit vooral niet dat de geofferde landbouwgrond blind kan worden overgeleverd aan projectontwikkelaars. Hij stelt een grootschalige herverkaveling van het landelijk gebied voor. ‘Beroerde’ landbouwgronden, waarop nu met kunst en vliegwerk en ten koste van milieu en leefomgeving de productie hoog wordt gehouden, zouden dan een nieuwe bestemming krijgen. Gebaseerd op duidelijke toekomstkeuzes, zoals herstel van het cultuurlandschap en natuur, maar ook het netjes inpassen van duurzame energie en woningbouw.

Het uit productie nemen van minder geschikte landbouwgronden om zo ruimte te maken voor andere functies, lijkt landbouwexpert Hans van Grinsven van het Planbureau voor de Leefomgeving geen gek idee. Maar hij betwijfelt of de landbouwproductie kan blijven groeien. Vanwege het milieu en de biodiversiteit worden steeds meer grenzen gesteld aan bemesting en gewasbescherming en dat zijn de noodzakelijke ingrediënten voor het verder verhogen van de productie per hectare.

‘Het zal ook op de heel goede gronden in harmonie met de natuur moeten’, zegt Van Grinsven. ‘Dit kan botsen met de verwachting dat de productie kan blijven stijgen. Er is een verandering nodig van zowel de productie als de consumptie van ons voedsel. Het grote aandeel vlees en zuivel in onze dagelijkse kost moeten we ter discussie durven stellen. Het is niet nodig voor onze gezondheid, maar vraagt veel grond en water, en geeft tegelijk veel stikstof.’

Van der Ploeg is het daarmee eens en waarschuwt voor het plan van Rabbinge, dat volgens hem vooral een scheiding van landbouw en andere functies voorstaat. ‘Nederland heeft daar al een handje van: een strook landbouw hier, een strook natuur daar en op weer een andere plek woningbouw. Je kunt die functies beter op een slimme manier combineren. Als je daarbij aansluit bij lokale omstandigheden, kan dat ook een spannende afwisseling in het landelijk gebied opleveren.’

Hij wijst op de Noordelijke Friese Wouden, waar een vereniging met honderden boeren en particulieren tussen Drachten, Leeuwarden en Dokkum het boerenlandschap beheert in harmonie met de natuur en de inwoners. Het zou volgens hem als voorbeeld kunnen dienen voor een toekomstige minister van Ruimte, waarvoor afzwaaiend rijksadviseur Berno Strootman onlangs pleitte. Want ook voor Van der Ploeg voelt het in 2010 opgedoekte ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) als ‘een goddeloos gemis’.

Op dit punt vinden de deskundigen elkaar en krijgen ze bijval van oud-minister van VROM Pieter Winsemius. In een recente publicatie in het blad Vork wijst Winsemius samen met Rabbinge op de pijnlijke gevolgen van het gebrek aan landschapsbeleid. ‘Het is beangstigend hoe het fameuze Groene Hart de laatste decennia door lintbebouwing, misplaatste distributiecentra en glastuinbouw in hoge mate is volgeschimmeld.’

null Beeld

Grootschalige nieuwbouw

Van witte schimmel, zoals de wit besteende nieuwbouw uit de vorige eeuw rond oude dorpskernen wel wordt aangeduid, is het Friese terpdorp Mantgum niet gevrijwaard gebleven. In de vorm van de Amsterdamse grachtengordel liggen de uitbreidingswijken in een halve cirkel rond de terp geklemd.

De bewoners met nieuwbouwplannen hopen die gordel nog net iets op te rekken, met een plan dat in hun ogen past bij het boerenkarakter van het oude dorp. Met op het als ‘boerenerf’ vormgegeven perceel een fruitboomgaard en naar boerenschuren ontworpen huizen.

In de tot woonkamer omgebouwde schuur van de Friese stelpboerderij in Mantgum serveert Schaap koffie met zelfgebakken speculaas. Met architect Jukema, zelf boerendochter, legt hij nog eens uit waarom het boerenbelang in dit geval ook het bewonersbelang is. Dat er meer op het spel staat dan zijn uitzicht.

Schaap meent dat medebewoners en de gemeente met de ‘gelikte plannen’ en ‘misleidende informatie’ om de tuin zijn geleid. Het maakt hem vooral kwaad dat ze niet passen in de dorpsvisie, waarin staat dat er behoefte is aan starters- en seniorenwoningen. Bij voorkeur te plaatsen binnen de huidige bebouwing van Mantgum.

Schaap: ‘Als de gemeente als verpachter zomaar landbouwgrond kan laten bebouwen, waarom zou iedere willekeurige boer dat dan niet ook mogen?’ Jukema verwacht een precedentwerking: ‘Ik vrees voor oorlog in elk dorp, net als hier.’

Wethouder Hein de Haan van de gemeente Leeuwarden benadrukt dat uit ieder dorp dezelfde uitbreidingsvragen komen, maar dat hij negen van de tien keer nee verkoopt. ‘De tijd van grootschalige nieuwbouw bij dorpskernen is echt voorbij’, zegt hij. ‘Mantgum is een uitzondering omdat het een dorp is met een station en een school. Kleinschalige uitbreiding, georganiseerd vanuit de inwoners, vergroot de leefbaarheid en brengt de woningmarkt daar eindelijk in beweging.’

Voor Schaap en Jukema laat het juist zien wat je krijgt als ‘de bewaker van het algemeen belang’ zich terugtrekt bij planontwikkeling en ‘verblindt’ raakt door dit zogenoemde collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) – ambtenarentaal voor een bouwinitiatief vanuit de bewoners zelf. Een manier van werken in de geest van de nieuwe Omgevingswet, die vanaf 2022 ingaat, en plannenmakers zelf verantwoordelijk maakt voor ‘draagvlak’.

‘Als de overheid geen regie neemt en planontwikkeling overlaat aan particulieren’, zegt Schaap, ‘dan krijg je dat in een klein dorp als Mantgum inwoners met tegengestelde belangen lijnrecht tegenover elkaar komen te staan.’

De initiatiefnemers van de CPO-bouwplannen zeggen de zorgen van de tegenstanders te begrijpen, maar vinden ook dat zij genoeg hebben gedaan die weg te nemen en wijzen erop dat de dorpsvertegenwoordiging – het Doarpsmienskip – akkoord is met de plannen. Wethouder De Haan denkt er net zo over en heeft weinig goede woorden over voor het felle verzet van de tegenstanders. ‘Dat wij het niet met ze eens zijn, betekent niet dat we niet luisteren.’

Hij noemt het project juist een schoolvoorbeeld van een bouwaanpak van onderop, waarbij de gemeente in zijn woorden faciliteert en niet organiseert. ‘Nu het richting besluitvorming gaat, snap ik wel dat de temperatuur wat oploopt’, zegt de wethouder. ‘Maar ze hebben kansen genoeg gehad om mee te denken.’

En de boer? Moet hij na ruim twintig jaar pacht zomaar zijn vruchtbare grond opgeven? ‘Dat is het nadeel van zo’n plan’, erkent De Haan. ‘Het is de prijs die je betaalt in de strijd om de ruimte.’

Meer lezen uit de serie Wie bezit Nederland?

De ruimte voor huizen, recreatie, windmolens of voedselteelt wordt schaarser. Dus rijst de vraag wie de grond in Nederland bezit en wie kan bepalen wat er met die grond gebeurt.

Extra woningen, natuur, landbouw of toch duurzame energieopwekking? Grootgrondbezitters hebben een doorslaggevende stem bij het toekomstige gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Ontdek hier wie de grootste grondbezitters zijn en hoe groot hun land is, vergeleken met je eigen tuin of woonwijk.

Goede doelen bezitten veel grond in Nederland, soms al eeuwenlang. Ze verdienen er miljoenen mee.

De grootste particuliere grootgrondbezitter van Nederland is een vrouw van 81 uit Drenthe. Wie is deze Magreta Moret-Wessels Boer die er alles aan doet haar 2.246 hectare grond in de vier noordelijke provincies intact te houden?

Koning Willem-Alexander staat op plek 263 van grootgrondbezitters in Nederland. Hij dankt dit aan landgoed de Horsten bij Wassenaar. De exploitatie ervan is duur. En dus staat de deur open voor nieuwe bewoners die in een rijksmonument willen wonen. Hoe is de koning als grootgrondbezitter?

Datachef Xander van Uffelen en verslaggever Mac van Dinther van de Volkskrant over waarom hun onderzoek naar het grootgrondbezit van Nederland juist zo’n essentieel onderwerp is.

Meer over