Koe redt konijn

Het duinkonijn is geen plaag meer. Het is een schaarse verschijning geworden, wier nijvere graaswerk node wordt gemist. Daarom zetten terreinbeheerders nu koeien in....

ALLEEN al op Terschelling moeten er bijna veertigduizend hebben rondgehuppeld. Wie twintig jaar geleden op de Wadden rondwandelde in de duinen, struikelde bijna over de konijnen. Eigenlijk gold dat bijna overal. Konijnen waren eeuwenlang zo algemeen dat ze als plaag werden beschouwd. Ze ondergroeven duinen en dijken; terreinbeheerders moedigden de jacht op de dieren aan.

Maar vrijwel onopgemerkt is die situatie de laatste twee decennia veranderd. Tegenwoordig is het wilde konijn een schaarse verschijning geworden. Dat heeft onverwacht negatieve gevolgen voor het Nederlands landschap, zeggen landschapsbeheerders op de Wadden en langs de Hollandse kust.

Zonder de tienduizenden snijtandjes die het hele jaar blijven doormalen, blijken de duinen te verwilderen en te verruigen. Het gras schiet omhoog. Braam en kamperfoelie nemen de plaats in van mos achtige planten en het schaarse duinviooltje - wat op zijn beurt waarschijnlijk weer gevolgen heeft voor de insectenstand.

Het eiland Terschelling omvat vierduizend hectare duingebied waar per hectare nu nog ruwweg één konijn te vinden is, schat beheerder Freek Swart van Staatsbosbeheer. Dat is veel te weinig om het landschap open te houden. Voor het komend jaar wordt daarom gewerkt aan een 'alternatief begrazingsplan' met bijvoorbeeld koeien. Daar verwacht de beheerder de nodige problemen mee, want grote grazers maken hekken noodzakelijk en daar heeft de eilandbevolking een begrijpelijke hekel aan.

De theorie is dat grote grazers niet alleen het landschap zelf, maar ook de konijnen een dienst bewijzen door het ruigste gras weg te vreten. Daardoor zou voldoende jong gras overblijven voor de kleinere knagende dieren, die geen herkauwers zijn en in een verruigd gebied moeilijk aan geschikt voedsel kunnen komen.

Ook in andere duingebieden is begrazing en soms zelfs machinaal maaien ingevoerd om het werk van konijnen te imiteren en het de dieren tegelijk naar de zin te maken, zegt ecoloog drs. Leo van Breukelen van Gemeentewaterleidingen Amsterdam. Of die methode werkt, is overigens niet zeker. Op Wageningen Universiteit is daarom deze maand begonnen met een begrazingsexperiment waarbij de interactie tussen wilde konijnen en grote herbivoren voor het eerst wordt onderzocht.

In drie verschillende weiden van elk twee hectare zijn in kunstmatige burchten wilde konijnen uitgezet. De komende drie jaar gaat een jonge onderzoeker vaststellen in welke mate hun eetgedrag wordt beïnvloed door de aanwezigheid van grote grazers, in dit geval koeien. In de eerste wei lopen naast de konijnen zes koeien; in de andere drie en in de laatste nul.

Koeien in de juiste hoeveelheid maken het duinkonijnen makkelijk, is de theorie. Aan de andere kant, zegt dier ecoloog drs. Sip van Wieren van de faculteit Natuurbeheer van de Wageningse universiteit, zouden in het intensief begraasde weiland de grote grazers kunnen worden weggeconcurreerd door de konijnen.

In het matig begraasde weiland met drie koeien zouden beide diersoorten echter van elkaar kunnen profiteren, zo is het idee achter de 'facilitatie-theorie'. In het weiland zonder koeien ten slotte, kunnen de konijnen volgens de hypothese aanlopen tegen een overvloedig, maar verruigd voedselaanbod, dat ze gaandeweg niet meer kunnen behappen.

De kern van het probleem zit overigens niet in het voedsel, maar in een combinatie van konijnenziekte en de predatie (jacht) door vossen die in sommige gebieden wordt toegestaan. De grootste sterfte onder konijnen in Europa begon vijftig jaar geleden door de ziekte myxomatose. Ter bestrijding van wilde konijnen werd dat virus in 1952 bewust ingevoerd op een omheind landgoed in Frankrijk.

Met overweldigend succes, zoals inmiddels is gebleken. Het virus ontsnapte uit het landgoed en overspoelde binnen enkele jaren heel Europa, waarbij op sommige plaatsen de konijnenstand tot 1 procent werd teruggebracht. Gaandeweg werden veel dieren wel immuun voor myxomatose, maar het verzwakte virus waart nog steeds rond en kost nog altijd veel Europese konijnen het leven.

Sinds 1988 is daar de nieuwe virusziekte VHS (viraal haemorrhagisch syndroom) bijgekomen. Daar is nog géén immuniteit tegen ontwikkeld, en onbekend is of dat in de toekomst zal gebeuren. Vooral vanwege VHS loopt de konijnenstand sinds begin jaren negentig overal in Nederland gestaag terug.

In gebieden waar de vos bewust niet wordt bejaagd (zoals in de waterleidingduinen in Noord- en Zuid-Holland) komt daar het predatieprobleem bovenop. Konijnen zijn hoofdvoedsel van de vos, een dier dat in de nieuwe Flora- en Faunawet in principe wordt beschermd. 'De predatiedruk is enorm', erkent ecoloog Van Breukelen van Gemeentewaterleidingen Amsterdam. 'Ik heb de indruk dat de konijnenstand mede daardoor niet aan herstel toekomt.'

Sinds de ziekte VHS midden jaren negentig hevig toesloeg, is de konijnenstand in het duingebied volgens hem met 70 procent teruggelopen. Voorzichtig experimenteren met begrazing heeft in dit gebied geen effect gehad, en dat verbaast de ecoloog niet. 'Het echte probleem is volgens mij de ziekte, en dus niet de beschikbaarheid van voedsel.'

Maar vanuit Terschelling klinkt een ander geluid. Daar vinden de jagers inderdáád de meeste konijnen in de buurt van het kleine gebied dat nu al door grote grazers wordt bewerkt, zegt beheerder Swart. Hij zoekt het verschil in de kalkarme, uitgeloogde bovenlaag van de bodem op het eiland. 'Wanneer die laag wordt omgewoeld door koeien, komt er kalkrijk zand omhoog. Dat stimuleert de groei van jong gras, waar de konijnen van profiteren.'

De achilleshiel, meent ook de Wageningse ecoloog Van Wieren, is echter de combinatie van konijnenziekten. De proefdieren voor het begrazingsexperiment heeft hij direct laten inenten tegen VHS, maar ze kunnen nog altijd myxomatose krijgen. Daar bestaat geen spuitje tegen. Verder is de onderzoeksweide extra beschermd met stroomdraad, tegen de vos.

Van Wieren is niet tevreden met de vernieuwde Flora- en Faunawet. Niet eens vanwege de vos die graag konijnen lust, maar vanwege mensen met groene hoedjes met dezelfde voorkeur. Het wilde konijn is volgens de wet een van de vijf overgebleven diersoorten waarop de jager zijn geweer naar hartelust mag leegschieten.

'We hebben het nog niet over een bedreigde diersoort', erkent de ecoloog. 'Maar duidelijk is wel dat de wet geschreven is toen er nog volop konijnen waren. Dat ligt ondertussen toch echt anders.'

Meer over