Knutselauto is nationale tophit

SOLO - Is het een held? Een verloren zoon? Nee, een auto. Honderden inwoners van Solo drommen samen om de Kiat-Esemka te verwelkomen: de nieuwe trots, niet alleen van de stad, maar van de hele Indonesische natie. De 'nationale auto' komt terug van zijn eindexamen: een emissie-test in Jakarta. Als hij voor die test is geslaagd, is er nog maar één weg: voorwaarts! De weg naar massaproductie van de auto die is geboren in een technische middelbare school in de stad. Dan wordt de Kiat-Esemka wat Mercedes is voor Duitsland, Citroën voor Frankrijk, DAF voor Nederland, of Proton voor Maleisië.

Tientallen jaren droomt de natie al van een eigen auto. Alle buren hebben er een, zelfs Maleisië, de eeuwige rivaal, en dat steekt de auto-gekke Indonesiërs. De auto-industrie in het land beleeft gouden tijden, Japanse, Duitse en Koreaanse fabrikanten investeren in steeds meer fabrieken om aan de vraag te kunnen voldoen, maar iets Indonesisch is er nog steeds niet bij.

De Kiat-Esemka moet die leemte gaan vullen. Het hele land staat op zijn kop sinds de burgemeester van Solo, Joko Widodo, zijn luxe Toyota inruilde en in de in Solo in elkaar geknutselde auto ging rijden. Een auto, gebouwd door scholieren van een middelbare technische school, met onderdelen die in lokale werkplaatsjes zijn gemaakt. '80 procent Indonesisch', zeggen de makers, en de volgende wordt 100 procent!

De technische school van Solo is een bedevaartsoord geworden. Een groep docenten van een technische school SMK op Sumatra heeft de lange reis gemaakt, en schuifelt nieuwsgierig door de werkplaats van 'SMK2' in Solo. Jaloers zijn ze, zegt het Sumatraanse schoolhoofd, terwijl hij onder de motorkap van een spierwitte pick-uptruck kijkt. Ontzettend jaloers. De vijftienhonderd cc die daar staan te brommen zijn een beetje weinig voor zo'n grote auto, maar wat zou hij er graag een hebben. Of liever nog: zelf bouwen. De Esemka heet naar de school SMK en is een nationale tophit. Een nationalistische tophit.

De eerste president Soekarno had het al over zo'n auto, en na hem probeerde ook Soeharto de 'nationale auto' van de grond te krijgen. Maar zonder succes. En dan zijn er ineens die scholieren uit Solo die bijna op eigen kracht auto's in serie bouwen. De een na de ander komt uit de werkplaats. Niet dat het een lopende band is: ze doen twee tot vier maanden over één auto, maar toch.

Het project begon in 2009. Het was een les-project voor de school. Om de jongens te leren hoe een auto in elkaar zit. Een paar Chinese auto's werden in onderdelen naar Indonesië gehaald en daar in elkaar gezet. De carrosserie van de auto die burgemeester Widodo aanschafte komt daarvandaan. 'Wij begonnen met het in elkaar zetten van een bestaande auto', bekent Sarmanto, de coördinator van het project. 'Maar daarna zijn wij gaan kijken welke onderdelen wij zelf konden maken, of konden laten maken bij lokale bedrijfjes. En de auto's die wij nu bouwen bestaan voor 80 procent uit Indonesische onderdelen.'

Vicepresident Boediono bracht in 2010 een bezoek aan de school. Dat leverde, behalve een felicitatie en een handtekening op een motorkap, weinig op. Niemand besteedde aandacht aan het bezoek, of aan de auto. Pas toen de burgemeester van Solo, begin januari voor het oog van de lokale media een testrit maakte, en meteen ook een auto kocht, ontstond er een storm in de Indonesische media.

Het knutselproject voor scholieren had een auto voortgebracht die echt werkte! Met een Indonesische motor en Indonesische onderdelen! Onmiddellijk viel de term: 'mobil nasional' en 'MobNas' (bijna alles in Indonesië wordt afgekort), en begonnen de speculaties over massaproductie.

De Esemka werd spontaan een zaak van nationale trots. De voorzitter van het parlement bestelde er eentje, en niemand kon toen meer achterblijven. Tientallen parlementariërs deden een bestelling, en de partij Golkar bestelde er meteen veertig voor een van haar organisaties. Want die nationale auto zou het zeker goed gaan doen bij verkiezingen.

Sarmanto houdt niet op met glunderen. 'Het zou prachtig zijn. Maleisië heeft de Proton. De regering daar rijdt erin. En in Europa gebruiken ze ook allemaal hun eigen auto's.'

President Susilo Bambang Yudhoyono heeft op de nationalistische publiciteitsgolf alle scholen opgeroepen meer ingenieurs te gaan opleiden, en meteen de bevolking gevraagd om niet langer geïmporteerde spullen te kopen, maar alleen nog maar Indonesische producten. Als die auto kan rijden, moeten andere Indonesische spullen ook goed genoeg zijn voor de Indonesiërs.

Iedereen draaft door. Behalve de mannen van het uitdeuk- en spuitbedrijf Kiat. Dit bedrijf is van het begin af aan bij het les-project betrokken geweest. Het is het hart van het project, maar het klopt langzaam.

Achterin de bedrijfshal wordt de carrosserie van de auto's gemaakt. Met de hand, zoals dat meer dan honderd jaar geleden ook moet zijn gegaan. Vier mannen hameren, plamuren en schuren het metaal in de juiste vorm, geholpen door een klasje SMK-scholieren die vooral toekijken. Een maand doen ze over één auto. De assemblage duurt vervolgens nog minstens een maand, meestal meer. Dus per auto zijn ze twee tot vier maanden bezig. In totaal zijn er al meer dan vijfduizend Esemka's besteld, en het blijft binnenstromen.

bij Kiat schudden ze hun hoofd. 'Je hebt productielijnen nodig, investeerders, ontwerpers. Dat gaat jaren duren, als het er al ooit van komt.'

In de werkplaats van de SMK2 staan twee auto's die 'klaar' zijn: de luxe pickup en een klein vrachtwagentje. Zij zijn in elkaar getimmerd bij Kiat en lang niet zo gelikt als de (Chinese) 'SUV' die de burgemeester heeft gekocht. Maar het zijn auto's, en zij doen het. 'Zij zijn eenvoudig en goedkoop', zegt Sarmanto, en dat is wat een Indonesische auto moet zijn, vindt hij. 'Voor iedereen betaalbaar en toch degelijk.'

Dat de bumpers een beetje scheef zitten is een kwestie van afwerking. Dat de airconditioning de koude lucht overal heen blaast behalve de cabine in, ook. De plastic luchtroostertjes zitten muurvast. Daarover, of over een defect cabine-lampje, of een haperende handrem valt nu even niemand.

De kleine gebreken maken wel duidelijk dat de Nationale Auto nog steeds niet meer is dan wat hij is: een knutselproject voor scholieren. Dat geeft zelfs Sarmanto toe. 'Er is nog wat werk aan die auto's. Maar het komt goed hoor!' zegt hij opgewekt.

De auto van de burgemeester rijdt in triomf terug naar de garage. Hij is zonder haperen heen en weer naar Jakarta geweest. Dat is een goed teken. Maar de domper komt snel: de auto is gezakt. Hij moet terug naar de klas, waar hij helemaal uit elkaar wordt geschroefd en waar de scholieren en hun docenten gaan proberen die emissies onder de knie te krijgen.

De burgemeester zegt dat alles goed komt, maar erg overtuigend klinkt het niet meer. De uitdeuker van Kiat heeft gelijk: het gaat nog jaren duren voordat die nationale auto er is, als het er al ooit van komt.

undefined

Meer over