Knippen en ruilen

AAN kleine dingen kon je al merken dat Voorhoeve en Gmelich Meijling bezig waren het trauma van Srebrenica langzaam maar zeker verwerkt te krijgen, en met de campagne voor een militaire gedragscode is nu bewezen dat ze eruit zijn....

Net zo lang plakplaatjes sparen en knippen en ruilen tot je een integrale leeuwenkop op je kaart hebt!

Als overste Karremans dat twee jaar geleden aan Mladic had kunnen laten zien, zou de oorlog in Bosnië een andere wending hebben genomen, en was er vermoedelijk niet eens meer een Dayton-akkoord of een Haags tribunaal nodig geweest.

Het ei van Columbus, zeg je achteraf.

Er wordt gesproken van een reclamebureau dat zou zijn ingeschakeld, maar volgens mij heeft Joris het zelf bedacht, en zeker de codeteksten.

'Als lid van de Koninklijke Landmacht probeer ik het beste uit mezelf te halen' - ik geloof graag dat er goeie copywriters zijn, maar dat verzint niemand.

'Ik toon in mijn houding dat ik er trots op ben bij de KL te werken.'

Daar valt Heerlijk Helder Heineken toch bij in het niet?

'Als het moet ben ik bereid geweld te gebruiken.'

Daar zouden de Serven niet van terug hebben gehad.

Maar helaas, Dutchbat had nog geen flippo's, dus Karadzic dacht dat hij met watjes had te maken.

Juist dat moet Voorhoeve dwars hebben gezeten, dus onmiddellijk nadat hij onze jongens samen met Kok en de fanfare uit de hel van Joegoslavië had bevrijd, moet hij opnieuw zijn afgedaald naar de crisisbunker onder zijn departement, om een definitieve strategie te ontwikkelen.

Hij had daar al nachtenlang gezeten, maar nu zat hij er tenminste alleen, want er viel niets meer te coördineren.

Zo nu en dan kwam Gmelich Meijling binnen, en vroeg bezorgd of Joris nou echt niet een uurtje moest uitrusten op het veldbed.

'Pas als ik eruit ben', zei Voorhoeve tegen zijn secretaris. 'Boven nog iets bijzonders?'

Maar daar liep gelukkig alles op rolletjes, want Couzy was opgestapt en de twee langharigen uit Villafranca waren teruggeroepen.

'Laat me dan maar', woof de minister, en dacht verder na.

Tot hem het prijsvraagidee inviel.

De Algemene Federatie Militair Personeel schijnt er beledigd over te zijn, maar ja, dat is dan ook een vakbond, en hoewel Voorhoeve eigenlijk al sinds het voorjaar van 1995 geen tijd meer heeft gehad voor een ministerraad, heeft hij wel zoveel van Paars begrepen, dat ook de premier niets meer moet hebben van belangenbehartigingsorganisaties, Poldermodel tenslotte, op alle niveaus, in alle geledingen, dus daar kun je geen vakbonden bij gebruiken.

En het hogere militaire personeel staat als één man achter zijn minister. Meteen al gisteren werd in het Nieuws de reactie getoond van een generaal-majoor die verzekerde dat hij ook zelf net zolang zou blijven ruilen en plakken tot hij een gave leeuw bij mekaar had, dus aanspraak mocht maken op een videorecorder. Die generaal-majoor bleek W. Vader te heten.

Terwijl ik naar hem keek, moest ik ineens terugdenken aan wat me jaren geleden een keer in een voormalig Koloniaal Militair Invalidenhuis bij Arnhem was opgevallen. De oudjes die daar een wandelingetje in het park wilden maken, troffen bij de voordeur een bordje waarop stond geschreven: 'Nu zou u bijna met vlekken op uw uniform naar buiten zijn gegaan' - en daar vlak naast hing een bakje, met een schuiertje.

Ik hoop Voorhoeve en Gmelich Meijling nog eens in Bronbeek te kunnen bezichtigen.

Meer over