Knal

VANMIDDAG werd ik bijna aangereden. Ik liep lekker te dromen van aardappels, afwasmiddel en vuilniszakken, toen een wagen met gierende..

banden vlak voor mijn neus stopte. Er kwamen vier mannen uit, waarvan

eentje gewapend met een camera. Een ander trad me met een vlotte grinnik tegemoet en zei: 'Mevrouw Vrooland? Mag ik jij zeggen?'

Alras bleek dat hij Sjonnie heette en dat ze van De Pot Op Met Sjonnie waren, en nou was er iemand die mij heel speciaal de tyfus toewenste, dus wist ik misschien wie dat was? Nee, 't waren niet die buren met die katten, en ook niet die gasten van verderop met hun geluidshinder, ik moest dichter bij huis blijven! Ja, 't was m'n zus Jo! Kon ik eens vertellen wat er gebeurd was? Ik had gezegd dat ze een wrat op d'r bil had, hè? Terwijl ik zelf iedere zomer stiekem eczeem in m'n oksels had! En had ik ook nooit een miskraam gehad, en een drankprobleem. . . O nee, dat was een andere mevrouw, daar moesten ze straks heen. Maar goed, nu werd het spannend: was ik bereid om de tyfus te accepteren van mijn zus Jo? Nam ik de verwensing aan? Mocht hij me namens haar een knal voor m'n kanus verkopen? En wou ik straks mee naar het Strijdhuis, waar Jo en ik onder deskundige begeleiding konden knokken? En nou overviel hij me natuurlijk een beetje, maar het was toch wel erg raar en onsportief van mij om ontroerd te zeggen hoe ik het waardeerde dat mijn zuster Jo die moeilijke eerste stap had genomen en dat ik haar van harte alles vergaf. Wou ik zijn show soms verpesten? Wist ik wel wat voor kijkcijfers hij aan het opbouwen was, met m'n stomme gezeik over vergiffenis? Tuig zoals ik verdiende geen televisie! Moest ik soms persoonlijk van hem een lesje leren in publieke gehoorzaamheid?

En hij haalde uit met zijn vuist.

Meer over